Textiel wordt onderverdeeld volgens soorten vezels en productietechnieken. Er zijn natuurlijke vezels van plantaardige en dierlijke oorsprong zoals bamboe, linnen, katoen, hennep en wol. Viscose is de bekendste half synthetische vezel, polyester, polyamide en polypropeen zijn synthetische vezels.
De verschillende textielsoorten zijn onderling moeilijk te vergelijken op milieuvriendelijkheid. De productie van de ene soort vraagt veel energie of veel water en een andere veroorzaakt veel uitstoot van broeikasgassen.
Katoen lijkt de meest milieuonvriendelijke keuze: het watergebruik is gigantisch, geen enkele teelt heeft zoveel bestrijdingsmiddelen nodig, en ook op energiegebruik en de uitstoot van broeikasgassen scoort katoen niet goed. Biokatoen scheelt bij de productie niet in waterverbruik, energieverbruik en broeikasgassen, maar wel in bestrijdingsmiddelen, kunstmest en chemicaliën.
In verschillende verbindingen kan men met garens via weven of breien een doek maken. Nonwovens worden van korte vezels gemaakt die door middel van chemische, thermische of mechanische bewerking worden verbonden. Meer dan de helft van de nonwovens en papier worden dikwijls als ‘disposables’ of wegwerpproducten gebruikt. Vanuit milieuoogpunt is dit zeker niet de goedkopste oplossing. Geweven textiel leent zich uitstekend voor hergebruik.


