Wandbekleding

Behang

Zuiver papierbehang is nog moeillijk te vinden.

Behang bestaat meestal uit twee of meer lagen (‘vliesbehang’).
De buitenste en/of de onderste laag bestaat vaak uit een synthetische en afwasbare coating (een dun plastic laagje).

Glasvezelbehang is gemaakt uit vezels, irritaties tijdens het plaatsen van glasvezelbehang kunnen
Voorkomen (de vezels zijn te groot om een gezondheidsgevaar te zijn bij het inademen).

Cellulosebehang is vervaardigd uit cellulose, al dan niet gewapend met polyestervezel voor extra stevigheid. Het bevat geen vrijkomende irriterende vezels en is een stevige vervanger voor glasvezelbehang.

Textielbehang kan een voedingsbodem voor huisstofmijt zijn.

TOEPASSING:
In structuur- of reliëfbehang
kan meer stof opgestapeld worden dan op gladde muurbekledingen.
Behangpapier en textielbekledingen nemen vervuilende stoffen in de binnenlucht, zoals tabaksrook, op en geven deze terug vrij.
Vinylbehang of behang van andere kunststoffen trekken ook meer stof aan dan papieren behang, ze zijn wel meest afwasbaar.
Het meest milieu- en kostenvriendelijk is het klassieke 'rijstpapier’ dat bestaat uit een stevige papiersoort,
vermengd met houtvezeltjes, die op rijstkorrels in het papier lijken.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
Het smeltproces van glas bij de productie van glasvezelbehang vergt veel meer energie dan bijvoorbeeld de aanmaak van papierbehang.
De voorkeur vanuit milieuvriendelijk oogpunt kan dan ook gaan naar behang uit natuurlijke, nagroeibare materialen. Papierbehang heeft dan ook de voorkeur boven behang uit synthetische grondstoffen, zowel wat de grondstoffen betreft als het productieproces (ook voor het binnenklimaat).

Productie:
In veel behangsoorten zijn chemische kleurstoffen verwerkt, in sommige ook synthetische vezels.
Watergedragen kleurstoffen of inkten hebben de voorkeur.Bij behang dat achteraf geschilderd moet
worden, wordt de milieuvriendelijkheid mee bepaald door de verf.
Uit synthetische behangsoorten zijn vaak ook met fungiciden(schimmelwerende producten) behandeld.
Bovendien zijn ze in tegenstelling tot de papierenbehangsoorten minder ‘ademend’ en dus minder
vochtregulerend.

Gebruik:
Een recente Duitse studie heeft de emissie van ftalaten van 14 verschillende merken van vinylpapier onderzocht, deze geven lichte chemische emmissies.
In textielbehang wordt soms formaldehyde gebruikt om het textiel te hechten; deze stof wordt onder de vorm van gas vrijgegeven.

Lijmen:
Lijmen voor klassiek behangpapier zijn lijmen met een synthetisch derivaat van cellulose als hoofdbestanddeel. In poedervorm of in kant-en-klaar gemaakte behanglijm is het niet schadelijk voor de gezondheid.
Ook voor zware behangsoorten of moeilijke ondergronden is het best voor wateroplosbare lijmen te kiezen. Hoe‘zwaarder’ een lijm is, of hoe beter hij kleeft op moeilijke of gladde oppervlakken, hoe meer chemische stoffen erin zitten.
Probeer lijmen met vluchtige organische stoffen te vermijden. Lijmen voor kunststofbekledingen of
glasvezelbehang zijn meestal gemaakt op basis van kunstharslijmen (vinyl- of acrylharsen), die meer belastend zijn voor het binnenmilieu.
Behanglijm met oplosmiddelen of PVA-lijm zijn te vermijden; bij gebruik komen schadelijke stoffen vrij.
Meer informatie vindt u in de fiche ‘Lijmen voor muur- en vloerbekledingen’ van vibe.

Samengevat:.Vanuit milieu- en gezondheidssstandpunt is behang van deels gerecycleerd papier de beste keuze. Behangpapier met het Blaue-engel-label bijv. of ecologisch behangpapier vervaardigd uit natuurlijke cellulose.
Bij keuze voor klassiek papierbehang: dan best niet-synthetisch behangpapier op basis van watergedragen kleurstoffen of inkten.

MILIEUKADER:
Milieukader 1: nagroeibare grondstoffen
Milieukader 3: petrochemische grondstoffen

Kurk

De grondstof voor kurkvloer en kurkparket is de schors van de kurkeik. Bij verwarming komt in kurk het aanwezige lignine vrij, dat voor de binding zorgt.
Kurkparket kan gelijmd of zwevend gelegd worden.

Laminaat’ uit kurk: dit zijn legklare panelen van 10 of 11 mm dik, opgebouwd uit een onderlaag in kurk, een tussenlaag in MDF en een bovenlaag in kurk voorzien van een slijtlaag (vaak vinyl). De panelen klikken in elkaar, waardoor lijm overbodig wordt.

TOEPASSING:
Vloer- en wandbedekking.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
De kurkeiken worden ontschorst en de schors groeit daarna weer aan.

Transport:
Kurk komt meestal uit landen rond het Middelandse Zeegebied (Portugal, Spanje, Sardinïe).

Verwerking:
Bij natuurkurk worden fijne kurkkorrels geperst met het hars van cashewnoten als bindmiddel. Ook kunsthars wordt gebruikt voor het persen van kurkvloeren. De vloer kan afgewerkt worden met olie of was.
De productie van kurklaminaat kost meer energie dan kurkparket. Bovendien bevat de vinyl slijtlaag PVC .

Afwerking:
Voorkeur gaat naar olie of was, maar vaak wordt onbehandeld kurkparket afgewerkt met een beschermende laag niet-natuurlijke lak. Watergedragen acrylaatlak geeft in dit geval de minste milieubelasting. Urethaanalkydlak en polyurethaanlak bevatten milieu- en gebruikersonvriendelijke oplosmiddelen. (De samenstelling van de lak staat op het etiket).

Let wel op: het merendeel van de verkochte kurkvloeren zijn al vooraf afgewerkt met (niet-natuurlijke) lakken en afwerkingsmiddelen.

Gebruik:
Naar gezondheid toe hebben kurkvloeren een aantal voordelen. Zo zijn ze, net als linoleum, warmte-isolerend en geluiddempend, vochtbestendig en antistatisch, waardoor ze minder stof aantrekken, en hebben ze een ademend vermogen.
Niet natuurlijke afwerkingslagen doen het ademend vermogen teniet! Ook door de toevoeging van kunstharsen gaan een deel van de positieve natuurlijke eigenschappen van kurk verloren.

De afvalfase:
Kurk kan vermalen worden tot schroot, waarna door verwarming, het weer wordt gebonden.

Samengevat: Kurk bestaat uit natuurlijke, nagroeibare grondstoffen en is een milieuvriendelijk alternatief voor kunststof vloerbekledingen.
Vloerbekledingen met het Nature Plus label hebben de voorkeur, indien mogelijk geplaatst zonder verlijming. Voor kurken vloeren bestaat er het ‘Kork-Logo’, ontstaan in 1999 uit een samenwerkingsverband tussen de Duitse kurkvereniging (Deutschen Kork- Verband e.v.) en het ECO-Umweltinstitut GmbH.
Producten die dit logo dragen bevatten geen weekmakers, vluchtig organische stoffen en formaldehyde.

Voor de lijmen waarmee de kurk gekleefd wordt verwijzen we naar de fiche ‘Lijmsoorten voor muur-en vloerbekledingen’ van vibe vzw.

MILIEUKADER:
Milieukader 1: Materialen uit nagroeibare grondstoffen.

Kunststof vloerbedekking

De meeste kunststof vloerbekledingen zijn op basis van polyvinylchloride zoals vinyl en PVC.
Fiche PVC op deze site.

TOEPASSING:
Kunststof vloerbekledingen worden omwille van gemakkelijk onderhoud meestal gebruikt in keukens, badkamers, slaapkamers.
Let op met het afsteken van oude vinylvloeren: de
onderkant daarvan bevat soms asbest. Zie fiche asbestvinyl.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Ontginning:
Voor de productie van 1 kg PVC is 0,7 kg aardolie, 1 kg NaCl (keukenzout) en maar liefst 3,8 liter water nodig. De ondergrondse winning van NaCl kan, net als bij de winning van olie, voor verzakking van de bodem en verstoring van bodemprocessen zorgen.

Transport:
Bij de productie van PVC wordt reactief chloor gebruikt. Tegen het transport van chloor wordt door milieuorganisaties als Greenpeace geprotesteerd, omdat het chloor mutageen (erfelijk materiaal veranderend) zou zijn, alleszins is het gevaarlijk transport.

Verwerking:
PVC wordt voor 43% gemaakt uit aardolie en voor 57% uit keukenzout. Van aardolie wordt etheengas gemaakt. Uit het zout wordt door middel van elektrolyse chloor gehaald (waarbij asbest vrijkomt).
Van etheen en chloor wordt VC (vinylchloride) oftewel VCM (vinylchloridemonomeer) gemaakt; VC(M) (ook gevaarlijke stoffen: mutageen en carcinogeen).
Buiten de vluchtige organische stoffen (VOS) waaronder tolueen, butyl, ethylbenzeen en andere, bevatten PVC-vloerbekledingen ook 10 tot 50% plastificeermiddelen, waaruit ftalaten kunnen vrijkomen. Deze semivluchtige organische stoffen zijn voornamelijk di-n-butylftalaat, diethylhexylftalaat en diisonylftalaat. Net zoals bij vluchtige organische stoffen verhoogt de emissie van semivluchtige organische stoffen bij een hogere luchtvochtigheid.

Voor de lijmen waarmee de vloerbekledingen gekleefd worden, wordt verwezen naar de fiche ‘Lijmsoorten voor muur-en vloerbekledingen’.

Gebruik:
Kunststof vloerbekledingen veroorzaken statische elektriciteit, ze kunnen hiertegen geaard worden. Zie ook de tabel in de fiche ‘Elektrostatisch potentieel van verschillende vloerbekledingen’ van vibe vzw.
In geval van brand komen toxische chloorwaterstoffen vrij uit PVC-vloerbekledingen. Dit verstikkende gas veroorzaakt ernstige irritaties van ogen en luchtwegen.

De afvalfase:
-recycleren:
kunstof vloerbekledingen worden meestal gekleefd of gegoten, vandaar kunnen ze bij vervanging meestal moeilijk gescheiden worden van de ondergrond.
Als het niet te veel vermengd is kan het PVC-afval schoongemaakt worden en vermalen tot regranulaat. Dit oude PVC kan als kern in bijvoorbeeld buizen of ramen worden gebruikt; de binnen- en buitenkant bestaat dan uit nieuw PVC. Op deze wijze is tenminste 30% primair materiaal nodig.
-storten: Als PVC-afval wordt gestort, is het onafbreekbaar. Ftalaten, kunnen uitlogen in de bodem en het grondwater.

Samengevat:  Het is duidelijk dat bij vloerbekleding milieuvriendelijker oplossingen zijn dan kunststofvloeren. Het moeilijk te recycleren zijn, het gebruik van aardolie en het productieproces van kunststoffen is nefast voor de analyse van de levenscyclus. Qua uitzicht en slijtvastheid is linoleum (en kurkvloer) een gezond en milieuvriendelijk alternatief.

Ook flexibele vloerbekledingen zijn sinds kort verplicht voorzien worden van het CE-keurmerk, waardoor ze moeten voldoen aan de veiligheidsvoorschriften die in de geharmoniseerde norm zijn vastgelegd, zoals reactiegedrag bij brand, het niet vrijkomen van formaldehyde en pentachloorfenol, elektrostatisch gedrag bij warmtegeleidbaarheid.
Een nieuwe voorwaarde, namelijk de emissie van vluchtige organische stoffen (VOC), wordt binnenkort in de norm opgenomen.

Het gebruik van vinyl blijft omstreden:de Europese Commissie heeft recent een overzicht gepubliceerd met de resultaten van verschillende ‘life-cycle analysis’ (LCA) rond vinyl en concurrerende producten.

MILIEUKADER:
Milieukader 3: uit petrochemische grondstoffen.

Katoen

Katoen is afkomstig van katoenplanten, deze zijn zeer geschikt voor grootschalige productie en verwerking. Er bestaan talloze stofvarianten gebreid of geweven van katoen, verkrijgbaar in vele kleuren en dessins.
Katoen een goed vochtopnemend en vochtdoorlatend vermogen, waardoor het gebruiksvriendelijk is.

TOEPASSING:
Kleding, bekleding meubels, gordijnen, stof, touw, isolatiemateriaal.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
De helft van de totale mondiale vezelproductie voor kleding en textiel is katoen. Met zaadveredelingstechnieken hopen boeren recordoogsten te behalen, daarom verbouwen vele boeren katoen in monocultuur. De traditionele katoenteelt gebruikt veel bestrijdingsmiddelen en kunstmest en verbruikt grote hoeveelheden water.

Transport:
Voor vele ontwikkelingslanden is katoen één van de belangrijkste exportproducten. Ook katoenen kleding komt meestal kant en klaar vanuit deze landen. Nu 70% van de textielproductie, in 1980 nog 30%).

Verwerking:
Ook het koken, bleken, wassen en kleuren van textiel is zeer milieubelastend. Zeker in ontwikkelingslanden belanden die vervuilende stoffen in het water. Ook de arbeidsvoorwaarden zijn vaak onmenselijk.
De katoenverwerkende industrie is bijna volledig geautomatiseerd. Spinnerijen en weverijen kunnen in korte tijd grote hoeveelheden verwerken. Af en toe wordt er in goedkoop afgewerkt textiel nog resten van chemicaliën aangetroffen.

Gebruik:
Katoen bevat soms sporen van het bestrijdingsmiddel lindaan, dat toxische reacties kan veroorzaken. Kleurstoffen en micro-organismen kunnen allergische reacties veroorzaken. Katoen is niet kreukherstellend, het neemt zowel in als om de vezel gemakkelijk vocht op en kan krimpen.
Om deze nadelen te verminderen en toch een natuurlijk uitzicht te bewaren, worden natuurvezels ook gemengd met synthetisch garen bijv. viscose-katoen-menging.

De afvalfase:
Katoen wordt meestal apart ingezameld met bruikbare kleding en stoffen. Natuurlijke katoenvezels kunnen worden gerecycleerd, maar worden meestal verbrand omdat ze dikwijls verbonden zijn met synthetische vezels.

Samengevat: De milieu-impact van textielproducten is vooral het gevolg van de processen die de vezels doorlopen na de eigenlijke fabricatie: bleken, kleuren, bedrukken, confectioneren. Textielfabrikanten die het ecolabel willen krijgen moeten bewijzen dat slechts een minimale hoeveelheid chloorverbindingen, metalen of milieuschadelijke kleurstoffen in het afvalwater terechtkomen.
Verschillende kleding en stoffenmerken hebben een biokatoenlabel of is 'eerlijk katoen' met keurmerk Max Havelaar. Meest verspreid is het Europees ecolabel (bloemetje).

MILIEUKADER:
Milieukader 1: natuurlijke grondstoffen.

 

 

Linnen

Linnen is afkomstig van vlas. Vlas is een eenjarige plant die in de variatie textielvlas en olie-houdend vlas (lijnzaad, lijnolie als basis voor natuurverven en linoleum) voorkomt.

TOEPASSING:
stoffen, touw, beddegoed, kleding, behanglinnen.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
In tegenstelling tot de katoenteelt is voor de  vlasteelt zeer weinig bestrijdingsmiddel en geen kunstmest nodig. Bestrijdingsmiddelen tegen insecten zijn niet nodig en er kan mechanisch onkruid worden verwijderd. Alle delen van de plant kunnen worden gebruikt.

Transport:
Vlas wordt ook in Vlaanderen en Nederland gekweekt, maar tweederde van het vlas wordt in China verwerkt en een derde in Europa, vooral in de voormalige Oostbloklanden.

Verwerking:
Voor de productie van katoen is vier maal zoveel water nodig als voor linnen. Er komen ook veel minder toxische stoffen vrij omdat het vlas (bijna) niet behandeld werd. Om de vezels uit de gedroogde vlasplant te halen, moeten ze in water rotten (roten). Het water dat daar uitkomt is 100% organisch, maar wel vervuilend voor rivieren (het lozen in de rivieren is verboden in Europa, niet in China). Nadat de vezels uit het vlas gehaald zijn, worden ze gesponnen, geweven en geverfd. Roten op de akker in plaats van in water en chloorvrij bleken, zijn enkele voorbeelden van milieuvriendelijke technieken die meer en meer gebruikt worden.
Ecologisch linnen wordt vervaardigd zonder bleekmiddelen, verfstoffen of chemische afwerkingproducten. Voor alle stoffen is het brandveilig maken nog niet ecologisch te doen.

Gebruik:
Het meest bekende nadeel van linnen is dat het kreukt, ook na een anti-kreukbehandeling. Het heeft een goed vochtopnemend en vochtdoorlatend vermogen. De stof heeft ook anti-allergene eigenschappen.

Afvalfase:
Linnen is duurzamer en gaat langer mee dan katoen. De linnenvezel is volledig bio-afbreekbaar en wordt tegenwoordig ook gerecycleerd.
samengevat: Linnen is een natuurlijke en milieuvriendelijke keuze voor stoffen als men kiest voor Europees linnen. Er zijn amper extra behandelingen nodig omdat de vezel op zich al een stevige structuur heeft. Het kreuken van linnen moet men erbij nemen, hoe meer extra behandelingen, hoe minder milieuvriendelijk.

MILIEUKADER:
Milieukader 1: nagroeibare grondstoffen.

Zijde

Zijde is een natuurlijke eiwitsubstantie die wordt afgescheiden door bepaalde insecten en stolt bij contact met de lucht. Zijde voor textiel komt van de zijderups, maar er zijn ook bepaalde spinnen die geschikt zijn voor zijdeteelt.
Chemisch gezien lijkt zijde sterk op wol. Maar zijdedraad is veel fijner en gladder. In tegenstelling tot wol is zijdegaren glad (geen kroezing) en heeft het geen geschubde structuur, waardoor het glanst. Zijdedraad is het fijnste van alle natuurlijke vezels.

TOEPASSING:
Kleding, beddengoed, woontextiel, vulling voor dekbedden.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
Natuurzijde:
Rupsen worden gekweekt voor zijde. De Bombyx Mori rups wordt het meeste gebruikt omdat ze een cocon spint van een extra lange draad. De draad kan tot 3500 meter uitgerold worden.De rups spint een cocon om daarin vlinder te worden. De productie van zijde is niet diervriendelijk: de verpopte rupsen worden gedood door middel van hete dampen of ondergedompeld in kokend water om te voorkomen dat bij het ontpoppen de draden breken. Hierdoor wordt de lijmstof die de rupsen aanmaken wanneer ze zich inspinnen losgeweekt.
Wilde zijde: Bij wilde zijde worden de cocons van uitgevlogen vlinders gebruikt als grondstof. Dit is de meest milieu- én diervriendelijke zijde.

Transport:
China is met een productie van 72.000 ton ruwe zijde per jaar wereldwijd een koploper. Andere zijdeproducerende landen als India, Japan, de voormalige Sovjet Unie en Brazilië komen er ver achteraan. In Italië, Spanje, Frankrijk en Zwitserland wordt ook nog steeds, in veel mindere mate, zijde geproduceerd

Verwerking:
Voordat de zijde wordt geweven, wordt eerst de lijmstof uit de zijde gekookt (ontbasten). Het gewicht van de zijde neemt hierdoor sterk af. Om dit effect tegen te gaan wordt de zijde soms verzwaard, deze is dan doffer en wordt behandeld om dit tegen te gaan.
Ruwe zijde is meestal wel geverfd maar niet gekookt.
Tussahzijde is doffer dan natuurzijde en laat zich minder gemakkelijk verven.
Van de kortere draden uit het binnenste en buitenste gedeelte van de cocon wordt de zogenaamde Chappezijde gemaakt. Bourettezijde wordt gemaakt van de afvalresten van de cocon. Deze zijde glanst nauwelijks.

Gebruik:
Zijde is zowel sterk als elastisch. Wilde zijde kan tot 40% vocht opnemen zonder dat de stof vochtig aanvoelt. Het beschikt tevens over iso-thermische eigenschappen waardoor het bij warm weer koel aanvoelt en bij koud weer juist behaaglijk warm. Verder is zijde weinig gevoelig voor schimmels en motten.
Nadeel: verkleuring door zonlicht en hoge temperaturen.

Sand-washed zijde heeft als voordeel dat het minder krimpt en kreukt en dus machinewasbaar is.
In meubelstoffen wordt zijde vanwege de dunne vezel bijna altijd gemengd met andere garens voor het beter onderhoud.

De afvalfase:
Zijde kan best gerecycleerd worden of herbruikt.

Samengevat: In meubelstoffen of gordijnen heeft zijde een typische glans en zachte uitstraling. Wilde zijde is aan te raden omwille van de diervriendelijker productie. Voor meubelstof wordt zijde best behandeld met een vuilafstotend middel.

MILIEUKADER:
Milieukader 1: nagroeibare grondstoffen.

Synthetische vezels

Synthetische textielvezels bestaan meestal uit polyamide (nylon),. acryl, polyester, elastomeer (lycra). Deze worden geproduceerd uit aardolie en aardgas. Uitzondering is viscose; het wordt vervaardigd uit cellulose van hout en planten (en acetaat uit katoenafval), maar wordt chemisch geproduceerd.
Synthetische stoffen zijn vaak slijtvaster en beter te reinigen dan natuurlijke stoffen. MICROVEZEL is een extreem fijne synthetische vezel (uit alle mogelijke combinaties van natuurlijke en synthetische garens ) waarvan textiel geweven kan worden dat aanvoelt en eruit ziet als een natuurlijke stof.

TOEPASSING:
Stoffen, meubelbekleding, muurbekleding, kleding, gordijnen.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:


Winning:
nadeel is het ontstaan uit fossiele brandstoffen

Transport:
De meeste polyamidefabrieken staan in Zuid-Korea en Japan, maar ook China is in opkomst.
 

Verwerking:
Bij het produceren van synthetische vezels worden andere stoffen toegevoegd die wel schadelijk kunnen zijn voor mens en milieu: voor acryl is dat acrylonitril, polyester bevat een gehalte aan antimoon10 en polypropeen een gehalte aan lood. Als producenten een milieukeurmerk willen halen zijn er normen voor een minimaal gebruik van deze stoffen.
Lood(pigment) mag dan in polypropeen niet worden toegepast.

Gebruik:
Stoffen van microvezels (een verzameling van polyesters van extreem dunne draden) zijn over het algemeen licht van gewicht. Microvezel kan beter gereinigd worden, ademt en is waterafstotend. Zij krimpen niet en behouden hun vorm. De meeste synthetische vezels hebben het voordeel dat zij relatief sterk, rekbaar en makkelijker te onderhouden zijn dan natuurlijke vezels.

De afvalfase: In tegenstelling met katoen of wol kunnen synthetische vezels (nog) niet goed gerecycleerd worden; wel herbruikt.

Samengevat: In principe is de productie van synthetische vezels nooit milieuvriendelijk te noemen en gaat de voorkeur naar natuurlijke stoffen. In de levenscyclus echter komt het gebuiksgemak en duurzaamheid van deze vezels dikwijls veel sterker uit.

MILIEUKADER:
Milieukader 3: materialen uit petrochemische grondstoffen