Milieukader 1: Materialen uit nagroeibare grondstoffen.
Best is als eerste keuze nagroeibare grondstoffen te kiezen. Deze materialen vormen in hun levenscyclusanalyse ook meestal een kringloop.
Nochtans is het heel belangrijk ook na te gaan of de ongelimiteerde winning van ‘plantaardige’ materialen geen ecologisch waardevolle gebieden aantast. Natuurlijk gaat het dan over het kappen van oerbossen en het letten op biodiversiteit.
In elke regio zijn eigen nagroeibare grondstoffen beschikbaar, maar ook wereldwijd is het mogelijk te kiezen voor bijvoorbeeld hout uit ecologisch goed beheerde bossen. Het FSC label is daar een goed voorbeeld van, dit label werd onder andere door WWF in samenspraak met verschillende importeurs en exporteurs en plaatselijke bevolking ingevoerd voor hout. Hout met het label komt uit bossen waar streng wordt toegekeken op de naleving van ecologische, sociale en economische criteria. Nagroeibare materialen zijn onuitputtelijk en bij goed beheer makkelijk herbruikbaar en/of composteerbaar (geen afvalprobleem!) als ze niet chemisch behandeld worden.
Zo is het best een materiaal dat niet vochtbestendig is ook niet buiten te gebruiken. Anders moet het (denk aan vele raamprofielen of tuinmeubilair) jaarlijks worden ingestreken met schadelijke vernissen, is het weer niet recycleerbaar of schadelijk bij verbranding, enz.
Voorbeelden: niet chemisch behandeld hout uit verantwoord bosbeheer, verven op basis van plantaardige grondstoffen, isolatiematerialen uit houtvezels, papiervlokken, vlas, schapenwol, hennep,...


