Verven en vernissen

Als uitgangspunt bij een materiaalkeuze is het belangrijk dat de er ook aandacht wordt besteedt aan het gebruik van de meest geschikte materialen op de juiste plaats.
Daarmee bedoelen we dat bijvoorbeeld een houtsoort of metaal geschikt voor buiten, dikwijls geen verf- of vernislaag nodig heeft als beschermlaag tegen weersinvloeden.
Natuurlijk zijn er nog veel situaties waarin verven of vernissen nodig zijn of decoratief gebruikt worden.

Verf bestaat uit minstens 3 bestanddelen: bindmiddel, oplosmiddel, pigment en eventueel hulpstoffen.

Bindmiddel: Uit de naam van de verf kan je dikwijls info halen over het bindmiddel. Meestal zijn dit harsen (acrylhars, alkydhars) of olie.

Oplosmiddel: Na het aanbrengen van de verf verdampt het oplosmiddel dat erin zit om alle bestanddelen opgelost en de verf vloeibaar te houden. Oplosmiddelen zijn ofwel organisch (solventen) ofwel water (watergedragen verven).

Pigmenten: In echte natuurverven zitten minerale, plantaardige of dierlijke pigmenten. Kunstmatige pigmenten worden ook veel gebruikt omdat natuurlijke soms duurder zijn of niet alle (heldere) kleuren kunnen maken.

Hulpstoffen: Deze worden toegevoegd om andere eigenschappen van de verf te verbeteren, vooral de vloeibaarheid en dekkingskracht.

Op het etiket staan dikwijls niet alle ingrediënten. Er staat wel op hoe men het gebruikte materiaal moet reinigen. Daaruit kan men al afleiden welke oplosmiddelen werden gebruikt.

VOS (Vluchtige organische stoffen) worden gebruikt als oplosmiddel en verdampen bij het aanbrengen van de verf. In lijmen vinden we deze stoffen bijvoorbeeld in formaldehyden. VOS kunnen o.a. ademhalingsproblemen, irritaties en hoofdpijn veroorzaken. Ze zouden ook mee zorgen voor de zogenaamde schildersziekte: aantasting van longen en zenuwstelsel. Daarom worden de normen voor de toevoeging van deze VOS nog steeds verscherpt.

En natuurverven?
Watergedragen verven bevatten minder solventen dan andere verven, bij deze laatste moet je het materiaal reinigen met white spirit. Ook natuurverven kunnen irriterende stoffen bevatten, maar natuurverven horen tot de sector van hernieuwbare grondstoffen. Daarmee hebben ze meestal de voorkeur op verven met als basis aardoliederivaten (basis van klassieke alkydverf, acryl, latex en vinyl).

Een verf- of vernislaag zorgt voor problemen bij het hergebruik van het basismateriaal. Ook het toekomstig onderhoud is van belang voor de milieuanalyse.

alkydverf

OMSCHRIJVING:
Alkydverf heeft een solventbasis.
Bindmiddel is Alkydhars
Pigmenten kunnen van organische (petrochemische) of minerale oorsprong zijn.

Alkydharsverf bevat dus drie (schadelijke) basisingrediënten: bindmiddel, pigment, oplosmiddel (VOS, vluchtige organische stoffen: 40 tot 60% organisch oplosmiddel, vaak white spirit) en mogelijk vulstof.

High solid alkydverf bevat veel minder oplosmiddelen (VOS) 15 tot 25% organisch oplosmiddel.
High-solidverf wordt al in één of twee (dus minder) lagen dekkend aangebracht.
Er bestaat tegenwoordig ook 'monodek'-verf, die in één laag dekkend wordt aangebracht.

TOEPASSING:
Alkydharsverf heeft als voordeel dat het op vrijwel elke ondergrond hecht.
Op muren en plafonds. Waar de verf bestand moet zijn tegen mechanische belasting en (extreme) weersomstandigheden.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Productie:
Producten op basis van aardoliederivaten zijn vanuit milieustandpunt niet aan te raden.

Gebruik:
De VOS in traditionele (alkydhars-)verven en lijmen kunnen OPS (een vorm van zenuwaantasting) en uiteindelijk aantasting van de hersenen veroorzaken bij schilders en mensen die vaak of langdurig in een omgeving met net geschilderde of gelijmde producten verblijven. Belangrijk is de ruimte goed te ventileren.
Het zijn dus vooral de oplosmiddelen die vaak schadelijk zijn: deze dienen om roest, schimmel en bederf  tegen te gaan. Er worden ook droogstoffen gebruikt en verdikkingsmidddelen zoals polyacrylaat.

De afvalfase:
Alkydverven - maar dat geldt voor alle verfsoorten - zijn chemisch afval (KGA). Wegspoelen via de goot is uit den boze. Problemen met de waterzuivering en oppervlaktewater komen hieruit voort.
Alkydverf kan relatief eenvoudig worden verwijderd met een hete luchtblazer (de oplosmiddelen zijn dan al uitgedampt, dus geven geen gevaar meer).

Samengevat: Men kiest best steeds materiaal dat tegen de te weerstane weersomstandigheden kan, in eerste instantie moet men proberen verf te vermijden. Bij gebruik van verf of vernis, is verf op waterbasis, acrylaatdispersieverf en in het bijzonder natuurverf (ecolabel) aan te raden.

MILIEUKADER:
 
Milieukader 3: Materialen uit petrochemische grondstoffen.

Acrylaatdispersieverf

(acrylaatverf-acrylverf-vinylverf-latexverf)

OMSCHRIJVING:
Acrylaatdispersieverven  zijn watergedragen verven.
Bindmiddel: acrylaathars of vinylhars.
Oplosmiddel: water. Acrylaatverf wordt om zijn waterverdunbaarheid wel eens waterverf genoemd, maar dat is het zeker niet. In acrylaatdispersieverf worden in plaats van VOS (Vluchtige Organische Stoffen) ook alcohol en glycolethers gebruikt. (en 5 tot 10% organisch oplosmiddel). Deze verdampen dan reukloos.
Pigmenten kunnen van organische (petrochemische) of minerale oorsprong zijn.

TOEPASSING:
Muur- en plafondverven, ook houtverven.
Acrylaatverf is beter UV-bestendig en elastischer dan alkydverf, waardoor er minder vaak hoeft te worden bijgeschilderd. De verf is elastisch en daardoor zeer geschikt voor plaatsen met hoge vochtigheid of kans op scheurvorming.
Latexverven zijn goed bestand tegen vuil (afwasbaar) en spatwater.
Acrylaatverf hecht niet goed op alkydharsverf.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Gebruik:
Acrylaatdispersieverf bevat meestal ongeveer 15% terpentine; de verf is dus niet helemaal VOS-vrij. Terpentine kan (huid)irritaties veroorzaken.

De afvalfase
Eigenlijk mag het materiaal waarmee de verf is aangebracht niet onder de kraan worden uitgespoeld. Het spoelwater van acrylaatdispersieverf is namelijk ook chemisch afval en moet apart opgevangen worden. (Rioolwaterzuiveringsinstallaties worden hierdoor zwaarder belast met ecotoxische verfresten).
Verwijderen:Acrylaatverf kan niet met een hitte en krabber worden verwijderd, alleen met oplosmiddelen. De opgeloste verf is weer chemisch afval.

Samengevat: Verven op waterbasis (acrylaatdispersieverven) geven het idee milieuvriendelijk te zijn. Maar ze bevatten dus evengoed toxische (o.a. schimmelwerende) middelen als alkydharsverf. De gevolgen voor de blootstelling aan de dampen (glycolethers en –esters als oplosmiddel) van schilders, zijn nog niet helemaal bekend. Ook hier geldt: een goede verluchting tijdens het schilderen.
De keuze voor deze verven is dus afhankelijk van de weerstand die ze moeten bieden en hoe lang ze zullen meegaan. Vanuit milieuoogpunt is verf op basis van hernieuwbare grondstoffen aangeraden. Er bestaat ook natuurlatexverf. Een keuze voor natuurverf (ecolabel) moet overwogen worden.

MILIEUKADER:
Milieukader 3: Materialen uit petrochemische grondstoffen.

Natuurverf

OMSCHRIJVING:
Verven op (lijn)oliebasis zijn veel minder schadelijk voor het milieu dan alkydehars- of acrylaatdispersieverven.
Als bindmiddel wordt gebruik gemaakt van lijnolie (of houtolie) en natuurharsen (damarhars, colophonium), als minerale bindmiddelen o.a. kalk, kalkcaseïne, leem.

Oplosmiddel: Terpentijn is een natuurlijk oplosmiddel, dat ook toxisch is en als verdunningsmiddel wordt gebruikt. Ook citrusolie kan hiervoor dienen, maar is zeer duur. Verven met terpentijn kunnen in verband met de giftigheid ervan het best zo weinig mogelijk verdund worden.
Natuurverf op waterbasis heeft enkel water als oplosmiddel.

Pigmenten zijn van organische (plantaardig of dierlijk) of minerale oorsprong. (aardpigmenten, ijzer- of metaaloxiden).
Een aantal natuurverven bevat ook kunstmatige pigmenten (die dan ook toxisch kunnen zijn).

Hulpstoffen zijn zoveel mogelijk afkomstig van hernieuwbare grondstoffen. Bijv. Etherische oliën als bewaarmiddel. Antischimmel en antiroestmiddel worden niet toegevoegd.

TOEPASSING:
(Lijn)olieverf hecht zeer goed en is elastischer dan de synthetische verven. Het is dampdoorlatend en niet statisch oplaadbaar, maar ook minder duurzaam.
Verf op lijnoliebasis moet in drie tot vier lagen worden aangebracht en heeft - in geval van hoogglansverf - een lange droogtijd.

-Natuurverf in poedervorm is het meest ecologisch, maar moet dus ter plaatse worden aangemaakt. Voordeel is dat geen bewaarmiddelen (die schadelijk zouden kunnen zijn voor het milieu) toegevoegd worden. Nadeel is wel dat aangemaakte verf niet lang kan bewaard worden.

-Natuurverf in vloeibare vorm wordt meestal in geconcentreerde vorm aangeleverd.

Toepassing op hout, ijzer, muren enz.
Silicaatverf wordt vooral gebruikt voor buitentoepassingen.
Kookverf is geschikt voor onbewerkt, ruw en verweerd hout.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Winning:
Echt volledige natuurverf is dus samengesteld uit natuurlijke (hernieuwbare) grondstoffen. Voor verf in poedervorm is het volume dat naar de winkel moet vervoerd worden compacter.

De afvalfase:
-recyclage: de verpakkingen zijn voor poederverf karton of papier, voor vloeibare verf: blik of herbruikbare kunststof. 
-stort: De verfresten zijn composteerbaar. De fabrikant vermeldt meestal op het etiket in welke vorm verfresten kunnen gecomposteerd worden (in vloeibare vorm of verdund met water of ingedroogd).

Samengevat: Natuurverven hebben dus al een streepje voor bij de milieuoverwegingen wegens hun grondstoffen. De keuze voor verven zonder VOS (vluchtige organische stoffen, die mee aan de basis liggen van de hoeveelheid ozon in de lucht) is zeer belangrijk als milieustandpunt. Ook voor de mensen die ermee werken zijn deze stoffen schadelijk. Vibe v.z.w. geeft bij de eerste keuze voor natuurverf het ecolabel ‘natureplus’ als meest betrouwbare. Als tweede keuze watergedragen natuurverven en als alternatief: Verven met een ander eco-label dan natureplus.

MILIEUKADER:
Milieukader 1: nagroeibare grondstoffen

Epoxy

Epoxy’s zijn kunstharsen. Meestal zijn ze een twee-componenten product, namelijk een hars en een harder. (Soms nog met een vulstof bijv. zand of grind).
Om epoxy’s te kunnen verwerken, bevatten ze een oplosmiddel (water soms of organisch).

TOEPASSING:
Lijmen (constructielijm, tegellijm), voegmiddel, coatings, primers, gietvloer, reparatiemiddelen. composieten.


MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
Het proces om epoxy te creëren begint bij propeen dat reageert met chloor en allylchloride. Door verdere bewerking met hypochloriet en natriumhudroxide ontstaat epichloorhydrine. Nog enkele reacties verder ontstaan vloeibare of harde epoxyharsen.
Met glas- of koolstofvezels maakt men gewapende kunststoffen en composieten;

Verwerking:
Er zijn oplosmiddelen die niet verdwijnen door verdamping, maar doordat ze in het eindproduct worden opgenomen. Zo komen ze niet in het milieu terecht (reactieve verdunners: `epoxyderivaten').
De hardercomponent bevat één of meer alifatische aminen (de eigenlijke verharder) en verdunningsmiddelen.

Mensen die met epoxy werken kunnen blijvende allergische (huid)reacties ontwikkelen.

Gebruik:
Kunststofvloeren kennen hun oorsprong in de industriële sector omdat ze slijtvast, chemicaliënbestendig en vloeistofdicht zijn. In composietmaterialen spelt het lichte gewicht en het niet roesten in het voordeel.
Door het inademen van dampen van epoxygebonden reparatiemiddelen kan allergie van de luchtwegen en slijmvliezen ontstaan.

De afvalfase:
Epoxy’s zijn in de afvalfase meestal vastgehecht aan andere materialen, waardoor ze niet te recycleren zijn.

Samengevat: Verwerkt in composietmaterialen kunnen epoxy’s zeer lichte en resistente materialen zijn die milieuvriendelijk zijn omwille van hun licht gewicht. Epoxy gietvloeren zijn bijna oplosmiddelvrij (buiten benzylalcohol). Van alle gietvloeren en coatings zijn epoxy’s het best bestand tegen puntlasten en slijtage. Een gietvloer is merkelijk dikker (± 2 mm) dan een coating (0,2 mm), en gaat dus langer mee. De productie met chloor en het afvalprobleem zijn de grootste minpunten.

MILIEUKADER:
Milieukader 3: materialen uit petrochemische stoffen.