OMSCHRIJVING:
PVC ( polyvinylchloride), is één van de oudste en meest gebruikte kunststoffen. Het is een 'gechloreerde koolwaterstofpolymeer'. Het wordt gemaakt uit et(hyl)een (uit een fossiele brandstof, meestal aardolie of aardgas) en NaCl (keukenzout).
Zuiver PVC is hard en transparant. Door toeslagstoffen worden eigenschappen als buigzaamheid en kleur aangepast.
Het eindproduct is afhankelijk van de manier van bewerken:
TOEPASSING:
Volgens bewerkingsproces:
-Extrusie: leidingen, raamprofielen, golfplaten, isolatie voor elektriciteitskabels, folies en dakgoten.
-Injectie: hulp- en verbindingsstukken, bevestigingsprofielen en computerbehuizingen.
-Coating: vinylbehang, vinylvloerbedekking.
-Blaasextrusie: flessen en flacons.
-Kalandering: een doorlopende folie.
MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:
Ontginning:
Voor de productie van 1 kg PVC is 0,7 kg aardolie, 1 kg NaCl (keukenzout) en maar liefst 3,8 liter water nodig. De ondergrondse winning van NaCl kan, net als bij de winning van olie, voor verzakking van de bodem en verstoring van bodemprocessen zorgen.
Transport:
Bij de productie van PVC wordt reactief chloor gebruikt. Tegen het transport van chloor wordt door milieuorganisaties als Greenpeace geprotesteerd, omdat het chloor mutageen (erfelijk materiaal veranderend) zou zijn, alleszins is het gevaarlijk transport.
Verwerking:
PVC wordt voor 43% gemaakt uit aardolie en voor 57% uit keukenzout. Van aardolie wordt etheengas gemaakt. Uit het zout wordt door middel van elektrolyse chloor gehaald (waarbij asbest vrijkomt).
Van etheen en chloor wordt VC (vinylchloride) oftewel VCM (vinylchloridemonomeer) gemaakt; VC(M) (ook gevaarlijke stoffen: mutageen en carcinogeen).
Via een polymerisatieproces - aan de losse VCM-moleculen wordt een katalysator toegevoegd - ontstaat het polymeer PVC, een wit poeder. Aan PVC worden additieven - weekmakers (ftalaten), stabilisatoren, vulmiddelen, kleurstoffen etc. - toegevoegd om bepaalde gewenste eigenschappen te bereiken.
Bij de productie van PVC ontstaat organochloorhoudend chemisch afval en chloor. Chloor wordt voor toepassing in andere industrieën meestal per trein getransporteerd.
PVC is statisch oplaadbaar. En trekt dus makkelijk vuil aan.
De afvalfase
-recycleren: PVC kan zowel primair (in de oorspronkelijke productvorm) als secundair (als regranulaat) worden hergebruikt.
Het PVC-afval wordt schoongemaakt en vermalen tot regranulaat. Dit oude PVC kan door de verschillende toevoegingen alleen als kern in bijvoorbeeld buizen of ramen worden gebruikt; de binnen- en buitenkant bestaat dan uit nieuw PVC. Op deze wijze is tenminste 30% primair materiaal nodig.
-storten: Als PVC-afval wordt gestort, is het onafbreekbaar. Ftalaten, zoals in folies, kunnen uitlogen in de bodem en het grondwater.
Samengevat: Er zou nog maar voor een 40tal jaren aardolie beschikbaar zijn. Het ontwikkelen van kunststoffen uit milieuvriendelijker grondstoffen en die ook beter recycleerbaar zijn geniet de voorkeur. Bij keuze voor PVC moet de levensduur (ook UVbestendigheid van de kleuren) nagegaan worden.
PPC PPC (polypropeencopolymeer) wordt steeds vaker gebruikt als vervanger van PVC in de vorm van binnen- en buitenriolering, elektriciteitsleiding en soms - in een UV-bestendige vorm - in regenpijpen en dakgoten. Het heeft ongeveer dezelfde energie-inhoud als PVC en bevat minder schadelijke stoffen. Desondanks komen ook bij de productie van deze kunststof schadelijke emissies vrij.
MILIEUKADER
Milieukader 3: petrochemische grondstoffen.