Meubelbekleding

Melamineformaldehyde

Melamineformaldehyde (MF) is een thermoharder. Andere thermohardende materialen zijn: Fenolformaldehyde (PF); Alkydharsen; Ureumformaldehyde (UF); Polyesterharsen. Melamine is sterk, licht en bestand tegen zuren en basen.

TOEPASSING:

Melamine: borden en bestek, bekleding stoelen. melamineformaldehyde: toplaag van plaatmaterialen (meestal op spaanplaat) en laminaatvloeren. Melaminehars: lijmen, papier, textielveredeling (vlamvertragend).


MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
Condensatieproduct van melamine (wit poeder) en
formaldehyde waarbij een netwerkstructuur ontstaat.

Verwerking:
Ureum is de grondstof van melamine. De melamine wordt verder gezuiverd van nevenproducten door wassen in water, herkristalliseren, centrifugeren en drogen; hierbij ontstaat een grote hoeveelheid verontreinigd afvalwater (melamine is slechts weinig oplosbaar in water).

Gebruik:
De laminaatindustrie gebruikt in Europa zeer veel melamine, zowel voor lage druk als hoge druk laminaten (laminaatvloeren, keukenkastjes, aanrechtbladen, diversen toepassingen in en op meubelen). De harde, krasvaste laag van de houtproducten bevat een grote hoeveelheid melamine. Om de formaldehyde uitstoot tijdens het gebruik te beperken, geldt ook hier de E1 norm (formaldehydegehalte lager dan 9mg/100g).

De afvalfase:
Een thermoharder is na verwerking niet meer om te vormen. Als een thermoharder wordt verhit, smelt het niet maar het ontleedt zich. Ze zijn niet recycleerbaar. Meestal zijn ze ook nog vastgelijmd op platen en niet apart te verwijderen.

Samengevat:
Voor het gebruik van kunststoffen gaat de voorkeur naar thermoplasten omdat deze recycleerbaar. Melamineformaldehyde is een thermoharder. Het gebruik van formaldehyden wordt afgeraden omdat er na gebruik nog steeds schadelijke stoffen in de omgeving komen. De E1 norm is een maximum. Duurzaamheid is de grootste troef binnen de levenscyclus.

MILIEUKADER:
Milieukader 3: materialen uit petrochemische stoffen.

Leder

Leer ontstaat door het bewerken van dierenhuiden, meestal van koeien (rundsleer, kalfsleer,…). Leer is dus een natuurproduct, geen enkle stuk is oorspronkelijk hetzelfde. Door de verschillende wijzen van looien maakt men verschillende soorten leder. Door toevoeging van chemicaliën bepaalt men ook de technische eigenschappen die het later zal hebben.

TOEPASSING:
Van de mooiste huiden wordt meubelleder gemaakt. Veel leer wordt gebruikt voor het maken van schoenen.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
Leer is milieuvriendelijk als de fabriek aan afvalwaterzuivering doet; dat is voor Europees leer beter geregeld dan voor leer van buiten dit continent. Ook plantaardig gelooid leer en Alcantara zijn minder milieubelastend.
 

Transport:
Italiaanse looiers staan meest bekend om hun kwaliteit. Engeland werkt is nummer 1 voor autobekleding ("Conolly"-leder). Meubelleer komt vooral uit Zweden, Frankrijk en Spanje. Landen als India, Pakistan en vooral China brengen goedkoop, minder kwalitatief leer op de markt.

Verwerking:
Het belangrijkste milieuaspect bij de productieketen van leer is het looiproces. Door het looien worden de eiwitten in de huid onoplosbaar gemaakt. Wanneer leer nog op de traditionele manier gelooid wordt met chroomzouten, blijft het -ook als men het chroom uit het afvalwater haalt- een zeer milieuonvriendelijk proces. Ander looierijen zijn overgestapt naar plantaardige, looistoffen.
Hierbij wordt meer slib afgezet, maar het blijft het milieuvriendelijkst.
De dikte van de huiden wordt daarna via een schuurmachine gecontroleerd, waarbij oneffenheden in de huid worden weggeschuurd.


Gebruik:
Ieder stuk huid is uniek. Kleine littekens, schrammen, steken van insecten en verschil in dichtheid van de poriën geven het leder steeds weer andere nuances. Door deze natuurlijke kenmerken van de huid ontstaan eveneens nuances in de kleur.
Leer wordt gebeitst met aniline kleurstoffen. Kleurnuances ontstaan doordat niet alle delen van de huid evenveel kleurstof opnemen.
Door het machinaal kneden van het leder (walken) worden de huiden weer soepel.
Gelakt leer wordt verkregen door het spuiten reeds geverfde huiden met kleurlak op waterbasis. Daardoor is het leer slijtvaster. De laklaag beschermt het leder ook tegen inwerking van vocht, transpiratie en vet.

De afvalfase: Van afvalleder wordt nieuw leer gemaakt. Dikwijls worden hier dan dikke verflagen op aangebracht. Maar het is vooral de nabehandeling met verf die het leer dikwijls niet meer herbruikbaar maakt.

Samengevat: Dieren worden zowel voor vlees als leer gekweekt, dit neemt enorm veel land in en zorgt voor nitraten door overbemesting (zie ecologische voetafdruk). Europees leer is milieuvriendelijker geproduceerd dan leer uit Aziatische landen. Vooral plantaardig gelooid leer en Alcantara zijn minder milieubelastend. Vele mindere leersoorten zijn zwaar bewerkt om fouten te verdoezelen en worden nog steeds leer genoemd. Deze zijn niet duurzaam.

MILIEUKADER:
Milieukader 1: nagroeibare grondstoffen.

 

Synthetische vezels

Synthetische textielvezels bestaan meestal uit polyamide (nylon),. acryl, polyester, elastomeer (lycra). Deze worden geproduceerd uit aardolie en aardgas. Uitzondering is viscose; het wordt vervaardigd uit cellulose van hout en planten (en acetaat uit katoenafval), maar wordt chemisch geproduceerd.
Synthetische stoffen zijn vaak slijtvaster en beter te reinigen dan natuurlijke stoffen. MICROVEZEL is een extreem fijne synthetische vezel (uit alle mogelijke combinaties van natuurlijke en synthetische garens ) waarvan textiel geweven kan worden dat aanvoelt en eruit ziet als een natuurlijke stof.

TOEPASSING:
Stoffen, meubelbekleding, muurbekleding, kleding, gordijnen.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:


Winning:
nadeel is het ontstaan uit fossiele brandstoffen

Transport:
De meeste polyamidefabrieken staan in Zuid-Korea en Japan, maar ook China is in opkomst.
 

Verwerking:
Bij het produceren van synthetische vezels worden andere stoffen toegevoegd die wel schadelijk kunnen zijn voor mens en milieu: voor acryl is dat acrylonitril, polyester bevat een gehalte aan antimoon10 en polypropeen een gehalte aan lood. Als producenten een milieukeurmerk willen halen zijn er normen voor een minimaal gebruik van deze stoffen.
Lood(pigment) mag dan in polypropeen niet worden toegepast.

Gebruik:
Stoffen van microvezels (een verzameling van polyesters van extreem dunne draden) zijn over het algemeen licht van gewicht. Microvezel kan beter gereinigd worden, ademt en is waterafstotend. Zij krimpen niet en behouden hun vorm. De meeste synthetische vezels hebben het voordeel dat zij relatief sterk, rekbaar en makkelijker te onderhouden zijn dan natuurlijke vezels.

De afvalfase: In tegenstelling met katoen of wol kunnen synthetische vezels (nog) niet goed gerecycleerd worden; wel herbruikt.

Samengevat: In principe is de productie van synthetische vezels nooit milieuvriendelijk te noemen en gaat de voorkeur naar natuurlijke stoffen. In de levenscyclus echter komt het gebuiksgemak en duurzaamheid van deze vezels dikwijls veel sterker uit.

MILIEUKADER:
Milieukader 3: materialen uit petrochemische grondstoffen

 

Zijde

Zijde is een natuurlijke eiwitsubstantie die wordt afgescheiden door bepaalde insecten en stolt bij contact met de lucht. Zijde voor textiel komt van de zijderups, maar er zijn ook bepaalde spinnen die geschikt zijn voor zijdeteelt.
Chemisch gezien lijkt zijde sterk op wol. Maar zijdedraad is veel fijner en gladder. In tegenstelling tot wol is zijdegaren glad (geen kroezing) en heeft het geen geschubde structuur, waardoor het glanst. Zijdedraad is het fijnste van alle natuurlijke vezels.

TOEPASSING:
Kleding, beddengoed, woontextiel, vulling voor dekbedden.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
Natuurzijde:
Rupsen worden gekweekt voor zijde. De Bombyx Mori rups wordt het meeste gebruikt omdat ze een cocon spint van een extra lange draad. De draad kan tot 3500 meter uitgerold worden.De rups spint een cocon om daarin vlinder te worden. De productie van zijde is niet diervriendelijk: de verpopte rupsen worden gedood door middel van hete dampen of ondergedompeld in kokend water om te voorkomen dat bij het ontpoppen de draden breken. Hierdoor wordt de lijmstof die de rupsen aanmaken wanneer ze zich inspinnen losgeweekt.
Wilde zijde: Bij wilde zijde worden de cocons van uitgevlogen vlinders gebruikt als grondstof. Dit is de meest milieu- én diervriendelijke zijde.

Transport:
China is met een productie van 72.000 ton ruwe zijde per jaar wereldwijd een koploper. Andere zijdeproducerende landen als India, Japan, de voormalige Sovjet Unie en Brazilië komen er ver achteraan. In Italië, Spanje, Frankrijk en Zwitserland wordt ook nog steeds, in veel mindere mate, zijde geproduceerd

Verwerking:
Voordat de zijde wordt geweven, wordt eerst de lijmstof uit de zijde gekookt (ontbasten). Het gewicht van de zijde neemt hierdoor sterk af. Om dit effect tegen te gaan wordt de zijde soms verzwaard, deze is dan doffer en wordt behandeld om dit tegen te gaan.
Ruwe zijde is meestal wel geverfd maar niet gekookt.
Tussahzijde is doffer dan natuurzijde en laat zich minder gemakkelijk verven.
Van de kortere draden uit het binnenste en buitenste gedeelte van de cocon wordt de zogenaamde Chappezijde gemaakt. Bourettezijde wordt gemaakt van de afvalresten van de cocon. Deze zijde glanst nauwelijks.

Gebruik:
Zijde is zowel sterk als elastisch. Wilde zijde kan tot 40% vocht opnemen zonder dat de stof vochtig aanvoelt. Het beschikt tevens over iso-thermische eigenschappen waardoor het bij warm weer koel aanvoelt en bij koud weer juist behaaglijk warm. Verder is zijde weinig gevoelig voor schimmels en motten.
Nadeel: verkleuring door zonlicht en hoge temperaturen.

Sand-washed zijde heeft als voordeel dat het minder krimpt en kreukt en dus machinewasbaar is.
In meubelstoffen wordt zijde vanwege de dunne vezel bijna altijd gemengd met andere garens voor het beter onderhoud.

De afvalfase:
Zijde kan best gerecycleerd worden of herbruikt.

Samengevat: In meubelstoffen of gordijnen heeft zijde een typische glans en zachte uitstraling. Wilde zijde is aan te raden omwille van de diervriendelijker productie. Voor meubelstof wordt zijde best behandeld met een vuilafstotend middel.

MILIEUKADER:
Milieukader 1: nagroeibare grondstoffen.

Linnen

Linnen is afkomstig van vlas. Vlas is een eenjarige plant die in de variatie textielvlas en olie-houdend vlas (lijnzaad, lijnolie als basis voor natuurverven en linoleum) voorkomt.

TOEPASSING:
stoffen, touw, beddegoed, kleding, behanglinnen.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
In tegenstelling tot de katoenteelt is voor de  vlasteelt zeer weinig bestrijdingsmiddel en geen kunstmest nodig. Bestrijdingsmiddelen tegen insecten zijn niet nodig en er kan mechanisch onkruid worden verwijderd. Alle delen van de plant kunnen worden gebruikt.

Transport:
Vlas wordt ook in Vlaanderen en Nederland gekweekt, maar tweederde van het vlas wordt in China verwerkt en een derde in Europa, vooral in de voormalige Oostbloklanden.

Verwerking:
Voor de productie van katoen is vier maal zoveel water nodig als voor linnen. Er komen ook veel minder toxische stoffen vrij omdat het vlas (bijna) niet behandeld werd. Om de vezels uit de gedroogde vlasplant te halen, moeten ze in water rotten (roten). Het water dat daar uitkomt is 100% organisch, maar wel vervuilend voor rivieren (het lozen in de rivieren is verboden in Europa, niet in China). Nadat de vezels uit het vlas gehaald zijn, worden ze gesponnen, geweven en geverfd. Roten op de akker in plaats van in water en chloorvrij bleken, zijn enkele voorbeelden van milieuvriendelijke technieken die meer en meer gebruikt worden.
Ecologisch linnen wordt vervaardigd zonder bleekmiddelen, verfstoffen of chemische afwerkingproducten. Voor alle stoffen is het brandveilig maken nog niet ecologisch te doen.

Gebruik:
Het meest bekende nadeel van linnen is dat het kreukt, ook na een anti-kreukbehandeling. Het heeft een goed vochtopnemend en vochtdoorlatend vermogen. De stof heeft ook anti-allergene eigenschappen.

Afvalfase:
Linnen is duurzamer en gaat langer mee dan katoen. De linnenvezel is volledig bio-afbreekbaar en wordt tegenwoordig ook gerecycleerd.
samengevat: Linnen is een natuurlijke en milieuvriendelijke keuze voor stoffen als men kiest voor Europees linnen. Er zijn amper extra behandelingen nodig omdat de vezel op zich al een stevige structuur heeft. Het kreuken van linnen moet men erbij nemen, hoe meer extra behandelingen, hoe minder milieuvriendelijk.

MILIEUKADER:
Milieukader 1: nagroeibare grondstoffen.

Wol

Scheerwol is afkomstig van de vacht van schapen. Wol kan ook worden herwonnen uit afgedankte kleding en stoffen. De kwaliteit en eigenschappen van de wol zijn afhankelijk van het schapenras (Merino, Crossbed, Cheviot). Om bepaalde kwaliteiten te verkrijgen wordt deze wol ook vaak gemengd.
De beste eigenschappen van wol zijn de warmte-isolatie en de veerkracht door kroezing en elasticiteit. Het materiaal ademt dankzij de moleculaire opbouw van de vezel.

TOEPASSING:
kleding, meubelbekleding, isolatie.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
Bij de wolproductie worden pesticiden gebruikt, om de schapen tegen parasieten te beschermen.

Transport:
Australië en Nieuw-Zeeland rond zijn de grootste wol-exporteurs ter wereld. De hoge ammoniakconcentraties afkomstig van schapenmest en het nitraat schaden het milieu.
 Bij het transport van wol worden chemische middelen ingezet om motten, parasieten en schimmels te weren. Tijdens de verwerking worden deze chemicaliën, samen met het wolvet en plantenresten, uit de wol gespoeld. Dit zorgt voor verontreinigd water.

Verwerking:
De verdere veredeling en het verven van wol zorgt door uitspoeling ook voor de nodige milieubelasting, als dit water niet gezuiverd wordt.
Schapenwol wordt ook gebruikt als isolatiedekens en is dan een restmateriaal van schapenhouderijen. De woldekens worden tegen dierlijke en plantaardige aantasting (schimmels) behandeld. Door middel
van droge non-woven productietechnieken
(vernaalding) worden viltvliezen geproduceerd
zonder dat hiervoor bindmiddelen worden gebruikt.

Gebruik:
Wol neemt gemakkelijk vocht (zweet bijv.) op zonder vochtig aan te voelen en geeft dat langzaam terug af. Voor meubelstoffen is dit ook van belang bij het verven.
Over het algemeen is wol (afhankelijk van de verfmethode) goed lichtbestendig.

De afvalfase:
Wol is makkelijk te hergebruiken. Bijvoorbeeld door te vilten wordt wol een nieuw leven gegeven. Maar stoffen kunnen ook hergebruikt worden.

Samengevat: Bij stoffen is de levenscyclus zeer moeilijk te vergelijken. De katoen gebruikt en vervuilt enorm veel grond en water, ook voor wol worden veel chemische middelen ingezet. De schapen worden primair meestal ook voor vlees gekweekt. In de milieuclassificaties (nibe) heeft wol een betere score omdat het een zeer lage verontreiniging en energiegebruik heeft.

MILIEUKADER:
Milieukader 1: nagroeibare grondstoffen.

 

Katoen

Katoen is afkomstig van katoenplanten, deze zijn zeer geschikt voor grootschalige productie en verwerking. Er bestaan talloze stofvarianten gebreid of geweven van katoen, verkrijgbaar in vele kleuren en dessins.
Katoen een goed vochtopnemend en vochtdoorlatend vermogen, waardoor het gebruiksvriendelijk is.

TOEPASSING:
Kleding, bekleding meubels, gordijnen, stof, touw, isolatiemateriaal.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
De helft van de totale mondiale vezelproductie voor kleding en textiel is katoen. Met zaadveredelingstechnieken hopen boeren recordoogsten te behalen, daarom verbouwen vele boeren katoen in monocultuur. De traditionele katoenteelt gebruikt veel bestrijdingsmiddelen en kunstmest en verbruikt grote hoeveelheden water.

Transport:
Voor vele ontwikkelingslanden is katoen één van de belangrijkste exportproducten. Ook katoenen kleding komt meestal kant en klaar vanuit deze landen. Nu 70% van de textielproductie, in 1980 nog 30%).

Verwerking:
Ook het koken, bleken, wassen en kleuren van textiel is zeer milieubelastend. Zeker in ontwikkelingslanden belanden die vervuilende stoffen in het water. Ook de arbeidsvoorwaarden zijn vaak onmenselijk.
De katoenverwerkende industrie is bijna volledig geautomatiseerd. Spinnerijen en weverijen kunnen in korte tijd grote hoeveelheden verwerken. Af en toe wordt er in goedkoop afgewerkt textiel nog resten van chemicaliën aangetroffen.

Gebruik:
Katoen bevat soms sporen van het bestrijdingsmiddel lindaan, dat toxische reacties kan veroorzaken. Kleurstoffen en micro-organismen kunnen allergische reacties veroorzaken. Katoen is niet kreukherstellend, het neemt zowel in als om de vezel gemakkelijk vocht op en kan krimpen.
Om deze nadelen te verminderen en toch een natuurlijk uitzicht te bewaren, worden natuurvezels ook gemengd met synthetisch garen bijv. viscose-katoen-menging.

De afvalfase:
Katoen wordt meestal apart ingezameld met bruikbare kleding en stoffen. Natuurlijke katoenvezels kunnen worden gerecycleerd, maar worden meestal verbrand omdat ze dikwijls verbonden zijn met synthetische vezels.

Samengevat: De milieu-impact van textielproducten is vooral het gevolg van de processen die de vezels doorlopen na de eigenlijke fabricatie: bleken, kleuren, bedrukken, confectioneren. Textielfabrikanten die het ecolabel willen krijgen moeten bewijzen dat slechts een minimale hoeveelheid chloorverbindingen, metalen of milieuschadelijke kleurstoffen in het afvalwater terechtkomen.
Verschillende kleding en stoffenmerken hebben een biokatoenlabel of is 'eerlijk katoen' met keurmerk Max Havelaar. Meest verspreid is het Europees ecolabel (bloemetje).

MILIEUKADER:
Milieukader 1: natuurlijke grondstoffen.

 

 

Inhoud syndiceren