Meubel

Dubbel of meervoudig glas

OMSCHRIJVING:
Meervoudig glas wordt opgebouwd uit twee of meerdere glasbladen met daartussen een hermetisch afgesloten spouw. De spouw is gevuld met droge lucht of gas, zodat een evenwicht bestaat tussen de atmosferische druk binnen en buiten de glasplaten. Het gebruik van gassen in de spouw zorgen voor een betere akoestische en thermische isolatie. Ook de breedte van de spouw (15 mm is optimaal) en de dikte van de glasplaten hebben een invloed op de isolerende waarde van het glas.
Tegenwoordig wordt er op de binnenzijde van de glasplaten een isolerende coating aangebracht, waardoor de isolerende waarde nog verbetert, terwijl zonlicht grotendeels wordt doorgelaten. Dit is dan HR+ en HR++ glas.

Meervoudig glas kan specifiek warmtewerende eigenschappen verkrijgen. Hierbij wordt één van de glasplaten vervangen door absorberend of zonnereflecterend glas.

TOEPASSING:
Dubbel en meervoudig glas wordt vooral gebruikt in de bouwsector.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Verwerking
Doordat er meerdere glasplaten gebruikt worden, zijn meer grondstoffen nodig dan bij enkel glas.

Gebruik
Meervoudig glas heeft een beter isolerend vermogen dan enkel glas.

Samengevat
De productie van dubbel of meervoudig glas vergt meer energie, omdat er verschillende glasplaten nodig zijn. De isolerende waarde, en dus de mogelijke energie- en andere besparingen, ligt zoveel hoger dat de extra energie in de productiefase snel wordt opgevangen in de gebruiksfase. Indien de isolerende waarde van belang is in de toepassing van glas, dan is het gebruik van meervoudig glas aan te raden.

MILIEUKADER:
Milieukader 2: oppervlaktedelfstoffen

Composteerbaar kunststof

OMSCHRIJVING:
Composteerbaar kunststof wordt gemaakt van aardolie of hernieuwbare materialen, zoals zetmeel uit maïs of aardappelen. Plastic van deze laatste bron heet ook wel bio-plastic.
Deze kunststoffen komen dus voort uit natuurlijke, hernieuwbare grondstoffen en niet langer uit synthetische producten

TOEPASSING:
Tegenwoordig worden ze meest gebruikt voor verpakkingen in plaats van folies zoals PE (polyetheen), PP (polypropeen) en PS (polystyreen).
Maar ook in de designsector vinden ze hun opmars als biopolymeren.

MILIEUOVERWEGINGEN:
De milieuwinst van bioplastics zit in het verschil in grondstoffengebruik, niet in het composteren. Tijdens het composteringsproces valt een composteerbare verpakking namelijk uiteen in water en CO2 - het levert verder geen compost op.

afval:

Bij verbranding leveren composteerbare verpakkingen nog energie op. Aangezien de plantaardige grondstoffen niet eindig zijn, gaat het hier om een vorm van duurzame energie.

Composteerbaar materiaal op basis van aardolie levert dus geen milieuvoordeel op.

Samengevat: Composteerbare verpakkingen zijn gemaakt van aardolie (synthetische composteerbare polyesters) of plantaardige materialen. Dus de oorsprong is niet altijd milieuvriendelijk. Een composteerbare verpakking van eetwaren is herkenbaar aan het kiemplantlogo.
Sommige bekers op evenementen zijn composteerbaar, maar het blijft de kunst ze apart in te zamelen.
Voor toepassing in meubels of interieurs zijn er nog enkele nadelen: ze zijn niet te kleuren en ze zijn niet sterk. Het blijft dus de uitdaging naar ontwerpers en onderzoekers het materiaal te verbeteren.


MILIEUKADER
milieukader 1: hernieuwbaar
milieukader 3: op basis van aardolie

PU(R) Polyurethaan

OMSCHRIJVING:
PU of PUR is polyurethaan en is een thermoharder.

TOEPASSING:
PUR wordt gebruikt als (zacht) schuim voor matrassen en zittingen, (hard) schuim voor isolatie en kierdichting en door zijn kleverige hechting wordt PUR ook gebruikt in sandwichpanelen en geïsoleerde deuren. Omwille van elstische en krasbestendige eigenschappen wordt PU gegoten als afwerklaag bij gietvloeren.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Ontginning:
Voor de productie van PUR worden de volgende stoffen gebruikt: propeen- en etheendioxide, ethyleenglycol, fosgeen, adipinezuur, tolueendiamine, benzeen en MDI of TDI. (benzeen is schadelijk voor de gezondheid).

Verwerking:
Net als bij PS werden in PUR tot 1997 als blaasmiddel CFK’s gebruikt (ondertussen verboden wegens aantasting ozonlaag). Tegenwoordig bestaan er twee geschuimde PUR-soorten, onderscheiden door hun blaasmiddel: PUR met HCFK's (die nog steeds de ozonlaag aantasten) en PUR met pentaan (iets milieuvriendelijker).

Gebruik:
PUR is tamelijk agressief voor de huid (het verkleeft en trekt erin).

De afvalfase
PUR kan in de vorm van isolatieplaat en dergelijke hergebruikt worden.
Het grote probleem is er als PUR gescheiden moet worden (bijvoorbeeld sandwichpanelen), dan worden alle onderdelen waaraan PUR zit verkleefd chemisch afval.
Bij verbranding van PUR komt het voor mens en milieu schadelijke blauwzuurgas vrij (cyaanwaterstof=HCN).

Samengevat: Zoals bij andere kunststoffen is ook dit materiaal niet de eerste keuze die kan gemaakt worden, een zeer schadelijk productieproces en vooral de afvalfase is nefast voor de levenscyclusanalyse. Natuurlijker (isolatie)materialen zijn aangewezen. Ook kunststoffen uit milieuvriendelijker grondstoffen (milieukader 1) en die beter recycleerbaar zijn genieten de voorkeur. Bij de keuze voor kunststoffen moet de levensduur nagegaan worden en voorkeur gegeven worden aan thermoplasten, wegens de recycleerbaarheid.


MILIEUKADER:
Milieukader 3: petrochemische grondstoffen.

PS (polystyreen)

OMSCHRIJVING:
PS staat voor polystyreen en is een thermoplast.

TOEPASSING:
In de bouw kan men 2 soorten PS vinden:
-geëxpandeerd PS (EPS): losse of aan elkaar versmolten witte bolletjes ('piepschuim'), als isolatiemateraal of vulling van kussens in losse bolletjes.
-geëxtrudeerd PS (XPS): hardere blauwe schuimplaat, als isolatie voor vloer en gevel. .
PS wordt ook gebruikt voor wegwerpbekertjes en verpakkingsmateriaal.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Ontginning:
Voor PS worden als grondstof benzeen en styreen gebruikt. Benzeen is carcinogeen en toxisch, styreen is mutageen en bij dierproeven tevens carcinogeen gebleken (maar dat is nog niet bewezen voor de mens).

Verwerking:
Als blaasmiddel voor EPS en XPS werd oorspronkelijk van CFK's (chloorfluorkoolwaterstoffen) gebruik gemaakt, tot 1997, toen de productie van CFK's werd verboden. Afhankelijk van de producent wordt voor EPS wordt tegenwoordig C2H5 (pentaan) of CO2 (kooldioxide) gebruikt als drijfgas. Voor XPS worden niet-verboden maar schadelijker HCFK's gebruikt.

De afvalfase
-recycleren: PS kan in zijn oorspronkelijke vorm (meestal isolatieplaten) goed worden hergebruikt. Is dat niet het geval, dan is ook recycleren tot nieuwe producten eenvoudig.
-verbranden:. Bij volledige verbranding van PS komen in principe alleen waterstof, koolstof en zuurstof vrij.
-storten: Bij stort kan het styreen uitspoelen in bodem en grondwater, met schadelijke effecten voor ecosystemen.

Samengevat: Zoals bij andere kunststoffen is ook dit materiaal niet de eerste keuze die kan gemaakt worden, een zeer schadelijk productieproces is nefast voor de levenscyclusanalyse. Natuurlijker materialen zijn aangewezen. (Isolatie) Materialen uit milieuvriendelijker grondstoffen (milieukader 1) en die beter recycleerbaar zijn genieten de voorkeur. Bij keuze voor kunststoffen moet de levensduur nagegaan worden en voorkeur gegeven worden aan thermoplasten, wegens de recycleerbaarheid.

MILIEUKADER:
Milieukader 3: petrochemische grondstoffen.

Melamineformaldehyde

Melamineformaldehyde (MF) is een thermoharder. Andere thermohardende materialen zijn: Fenolformaldehyde (PF); Alkydharsen; Ureumformaldehyde (UF); Polyesterharsen. Melamine is sterk, licht en bestand tegen zuren en basen.

TOEPASSING:

Melamine: borden en bestek, bekleding stoelen. melamineformaldehyde: toplaag van plaatmaterialen (meestal op spaanplaat) en laminaatvloeren. Melaminehars: lijmen, papier, textielveredeling (vlamvertragend).


MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
Condensatieproduct van melamine (wit poeder) en
formaldehyde waarbij een netwerkstructuur ontstaat.

Verwerking:
Ureum is de grondstof van melamine. De melamine wordt verder gezuiverd van nevenproducten door wassen in water, herkristalliseren, centrifugeren en drogen; hierbij ontstaat een grote hoeveelheid verontreinigd afvalwater (melamine is slechts weinig oplosbaar in water).

Gebruik:
De laminaatindustrie gebruikt in Europa zeer veel melamine, zowel voor lage druk als hoge druk laminaten (laminaatvloeren, keukenkastjes, aanrechtbladen, diversen toepassingen in en op meubelen). De harde, krasvaste laag van de houtproducten bevat een grote hoeveelheid melamine. Om de formaldehyde uitstoot tijdens het gebruik te beperken, geldt ook hier de E1 norm (formaldehydegehalte lager dan 9mg/100g).

De afvalfase:
Een thermoharder is na verwerking niet meer om te vormen. Als een thermoharder wordt verhit, smelt het niet maar het ontleedt zich. Ze zijn niet recycleerbaar. Meestal zijn ze ook nog vastgelijmd op platen en niet apart te verwijderen.

Samengevat:
Voor het gebruik van kunststoffen gaat de voorkeur naar thermoplasten omdat deze recycleerbaar. Melamineformaldehyde is een thermoharder. Het gebruik van formaldehyden wordt afgeraden omdat er na gebruik nog steeds schadelijke stoffen in de omgeving komen. De E1 norm is een maximum. Duurzaamheid is de grootste troef binnen de levenscyclus.

MILIEUKADER:
Milieukader 3: materialen uit petrochemische stoffen.

Epoxy

Epoxy’s zijn kunstharsen. Meestal zijn ze een twee-componenten product, namelijk een hars en een harder. (Soms nog met een vulstof bijv. zand of grind).
Om epoxy’s te kunnen verwerken, bevatten ze een oplosmiddel (water soms of organisch).

TOEPASSING:
Lijmen (constructielijm, tegellijm), voegmiddel, coatings, primers, gietvloer, reparatiemiddelen. composieten.


MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
Het proces om epoxy te creëren begint bij propeen dat reageert met chloor en allylchloride. Door verdere bewerking met hypochloriet en natriumhudroxide ontstaat epichloorhydrine. Nog enkele reacties verder ontstaan vloeibare of harde epoxyharsen.
Met glas- of koolstofvezels maakt men gewapende kunststoffen en composieten;

Verwerking:
Er zijn oplosmiddelen die niet verdwijnen door verdamping, maar doordat ze in het eindproduct worden opgenomen. Zo komen ze niet in het milieu terecht (reactieve verdunners: `epoxyderivaten').
De hardercomponent bevat één of meer alifatische aminen (de eigenlijke verharder) en verdunningsmiddelen.

Mensen die met epoxy werken kunnen blijvende allergische (huid)reacties ontwikkelen.

Gebruik:
Kunststofvloeren kennen hun oorsprong in de industriële sector omdat ze slijtvast, chemicaliënbestendig en vloeistofdicht zijn. In composietmaterialen spelt het lichte gewicht en het niet roesten in het voordeel.
Door het inademen van dampen van epoxygebonden reparatiemiddelen kan allergie van de luchtwegen en slijmvliezen ontstaan.

De afvalfase:
Epoxy’s zijn in de afvalfase meestal vastgehecht aan andere materialen, waardoor ze niet te recycleren zijn.

Samengevat: Verwerkt in composietmaterialen kunnen epoxy’s zeer lichte en resistente materialen zijn die milieuvriendelijk zijn omwille van hun licht gewicht. Epoxy gietvloeren zijn bijna oplosmiddelvrij (buiten benzylalcohol). Van alle gietvloeren en coatings zijn epoxy’s het best bestand tegen puntlasten en slijtage. Een gietvloer is merkelijk dikker (± 2 mm) dan een coating (0,2 mm), en gaat dus langer mee. De productie met chloor en het afvalprobleem zijn de grootste minpunten.

MILIEUKADER:
Milieukader 3: materialen uit petrochemische stoffen.

Leder

Leer ontstaat door het bewerken van dierenhuiden, meestal van koeien (rundsleer, kalfsleer,…). Leer is dus een natuurproduct, geen enkle stuk is oorspronkelijk hetzelfde. Door de verschillende wijzen van looien maakt men verschillende soorten leder. Door toevoeging van chemicaliën bepaalt men ook de technische eigenschappen die het later zal hebben.

TOEPASSING:
Van de mooiste huiden wordt meubelleder gemaakt. Veel leer wordt gebruikt voor het maken van schoenen.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
Leer is milieuvriendelijk als de fabriek aan afvalwaterzuivering doet; dat is voor Europees leer beter geregeld dan voor leer van buiten dit continent. Ook plantaardig gelooid leer en Alcantara zijn minder milieubelastend.
 

Transport:
Italiaanse looiers staan meest bekend om hun kwaliteit. Engeland werkt is nummer 1 voor autobekleding ("Conolly"-leder). Meubelleer komt vooral uit Zweden, Frankrijk en Spanje. Landen als India, Pakistan en vooral China brengen goedkoop, minder kwalitatief leer op de markt.

Verwerking:
Het belangrijkste milieuaspect bij de productieketen van leer is het looiproces. Door het looien worden de eiwitten in de huid onoplosbaar gemaakt. Wanneer leer nog op de traditionele manier gelooid wordt met chroomzouten, blijft het -ook als men het chroom uit het afvalwater haalt- een zeer milieuonvriendelijk proces. Ander looierijen zijn overgestapt naar plantaardige, looistoffen.
Hierbij wordt meer slib afgezet, maar het blijft het milieuvriendelijkst.
De dikte van de huiden wordt daarna via een schuurmachine gecontroleerd, waarbij oneffenheden in de huid worden weggeschuurd.


Gebruik:
Ieder stuk huid is uniek. Kleine littekens, schrammen, steken van insecten en verschil in dichtheid van de poriën geven het leder steeds weer andere nuances. Door deze natuurlijke kenmerken van de huid ontstaan eveneens nuances in de kleur.
Leer wordt gebeitst met aniline kleurstoffen. Kleurnuances ontstaan doordat niet alle delen van de huid evenveel kleurstof opnemen.
Door het machinaal kneden van het leder (walken) worden de huiden weer soepel.
Gelakt leer wordt verkregen door het spuiten reeds geverfde huiden met kleurlak op waterbasis. Daardoor is het leer slijtvaster. De laklaag beschermt het leder ook tegen inwerking van vocht, transpiratie en vet.

De afvalfase: Van afvalleder wordt nieuw leer gemaakt. Dikwijls worden hier dan dikke verflagen op aangebracht. Maar het is vooral de nabehandeling met verf die het leer dikwijls niet meer herbruikbaar maakt.

Samengevat: Dieren worden zowel voor vlees als leer gekweekt, dit neemt enorm veel land in en zorgt voor nitraten door overbemesting (zie ecologische voetafdruk). Europees leer is milieuvriendelijker geproduceerd dan leer uit Aziatische landen. Vooral plantaardig gelooid leer en Alcantara zijn minder milieubelastend. Vele mindere leersoorten zijn zwaar bewerkt om fouten te verdoezelen en worden nog steeds leer genoemd. Deze zijn niet duurzaam.

MILIEUKADER:
Milieukader 1: nagroeibare grondstoffen.

 

Synthetische vezels

Synthetische textielvezels bestaan meestal uit polyamide (nylon),. acryl, polyester, elastomeer (lycra). Deze worden geproduceerd uit aardolie en aardgas. Uitzondering is viscose; het wordt vervaardigd uit cellulose van hout en planten (en acetaat uit katoenafval), maar wordt chemisch geproduceerd.
Synthetische stoffen zijn vaak slijtvaster en beter te reinigen dan natuurlijke stoffen. MICROVEZEL is een extreem fijne synthetische vezel (uit alle mogelijke combinaties van natuurlijke en synthetische garens ) waarvan textiel geweven kan worden dat aanvoelt en eruit ziet als een natuurlijke stof.

TOEPASSING:
Stoffen, meubelbekleding, muurbekleding, kleding, gordijnen.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:


Winning:
nadeel is het ontstaan uit fossiele brandstoffen

Transport:
De meeste polyamidefabrieken staan in Zuid-Korea en Japan, maar ook China is in opkomst.
 

Verwerking:
Bij het produceren van synthetische vezels worden andere stoffen toegevoegd die wel schadelijk kunnen zijn voor mens en milieu: voor acryl is dat acrylonitril, polyester bevat een gehalte aan antimoon10 en polypropeen een gehalte aan lood. Als producenten een milieukeurmerk willen halen zijn er normen voor een minimaal gebruik van deze stoffen.
Lood(pigment) mag dan in polypropeen niet worden toegepast.

Gebruik:
Stoffen van microvezels (een verzameling van polyesters van extreem dunne draden) zijn over het algemeen licht van gewicht. Microvezel kan beter gereinigd worden, ademt en is waterafstotend. Zij krimpen niet en behouden hun vorm. De meeste synthetische vezels hebben het voordeel dat zij relatief sterk, rekbaar en makkelijker te onderhouden zijn dan natuurlijke vezels.

De afvalfase: In tegenstelling met katoen of wol kunnen synthetische vezels (nog) niet goed gerecycleerd worden; wel herbruikt.

Samengevat: In principe is de productie van synthetische vezels nooit milieuvriendelijk te noemen en gaat de voorkeur naar natuurlijke stoffen. In de levenscyclus echter komt het gebuiksgemak en duurzaamheid van deze vezels dikwijls veel sterker uit.

MILIEUKADER:
Milieukader 3: materialen uit petrochemische grondstoffen

 

Zijde

Zijde is een natuurlijke eiwitsubstantie die wordt afgescheiden door bepaalde insecten en stolt bij contact met de lucht. Zijde voor textiel komt van de zijderups, maar er zijn ook bepaalde spinnen die geschikt zijn voor zijdeteelt.
Chemisch gezien lijkt zijde sterk op wol. Maar zijdedraad is veel fijner en gladder. In tegenstelling tot wol is zijdegaren glad (geen kroezing) en heeft het geen geschubde structuur, waardoor het glanst. Zijdedraad is het fijnste van alle natuurlijke vezels.

TOEPASSING:
Kleding, beddengoed, woontextiel, vulling voor dekbedden.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
Natuurzijde:
Rupsen worden gekweekt voor zijde. De Bombyx Mori rups wordt het meeste gebruikt omdat ze een cocon spint van een extra lange draad. De draad kan tot 3500 meter uitgerold worden.De rups spint een cocon om daarin vlinder te worden. De productie van zijde is niet diervriendelijk: de verpopte rupsen worden gedood door middel van hete dampen of ondergedompeld in kokend water om te voorkomen dat bij het ontpoppen de draden breken. Hierdoor wordt de lijmstof die de rupsen aanmaken wanneer ze zich inspinnen losgeweekt.
Wilde zijde: Bij wilde zijde worden de cocons van uitgevlogen vlinders gebruikt als grondstof. Dit is de meest milieu- én diervriendelijke zijde.

Transport:
China is met een productie van 72.000 ton ruwe zijde per jaar wereldwijd een koploper. Andere zijdeproducerende landen als India, Japan, de voormalige Sovjet Unie en Brazilië komen er ver achteraan. In Italië, Spanje, Frankrijk en Zwitserland wordt ook nog steeds, in veel mindere mate, zijde geproduceerd

Verwerking:
Voordat de zijde wordt geweven, wordt eerst de lijmstof uit de zijde gekookt (ontbasten). Het gewicht van de zijde neemt hierdoor sterk af. Om dit effect tegen te gaan wordt de zijde soms verzwaard, deze is dan doffer en wordt behandeld om dit tegen te gaan.
Ruwe zijde is meestal wel geverfd maar niet gekookt.
Tussahzijde is doffer dan natuurzijde en laat zich minder gemakkelijk verven.
Van de kortere draden uit het binnenste en buitenste gedeelte van de cocon wordt de zogenaamde Chappezijde gemaakt. Bourettezijde wordt gemaakt van de afvalresten van de cocon. Deze zijde glanst nauwelijks.

Gebruik:
Zijde is zowel sterk als elastisch. Wilde zijde kan tot 40% vocht opnemen zonder dat de stof vochtig aanvoelt. Het beschikt tevens over iso-thermische eigenschappen waardoor het bij warm weer koel aanvoelt en bij koud weer juist behaaglijk warm. Verder is zijde weinig gevoelig voor schimmels en motten.
Nadeel: verkleuring door zonlicht en hoge temperaturen.

Sand-washed zijde heeft als voordeel dat het minder krimpt en kreukt en dus machinewasbaar is.
In meubelstoffen wordt zijde vanwege de dunne vezel bijna altijd gemengd met andere garens voor het beter onderhoud.

De afvalfase:
Zijde kan best gerecycleerd worden of herbruikt.

Samengevat: In meubelstoffen of gordijnen heeft zijde een typische glans en zachte uitstraling. Wilde zijde is aan te raden omwille van de diervriendelijker productie. Voor meubelstof wordt zijde best behandeld met een vuilafstotend middel.

MILIEUKADER:
Milieukader 1: nagroeibare grondstoffen.

Linnen

Linnen is afkomstig van vlas. Vlas is een eenjarige plant die in de variatie textielvlas en olie-houdend vlas (lijnzaad, lijnolie als basis voor natuurverven en linoleum) voorkomt.

TOEPASSING:
stoffen, touw, beddegoed, kleding, behanglinnen.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
In tegenstelling tot de katoenteelt is voor de  vlasteelt zeer weinig bestrijdingsmiddel en geen kunstmest nodig. Bestrijdingsmiddelen tegen insecten zijn niet nodig en er kan mechanisch onkruid worden verwijderd. Alle delen van de plant kunnen worden gebruikt.

Transport:
Vlas wordt ook in Vlaanderen en Nederland gekweekt, maar tweederde van het vlas wordt in China verwerkt en een derde in Europa, vooral in de voormalige Oostbloklanden.

Verwerking:
Voor de productie van katoen is vier maal zoveel water nodig als voor linnen. Er komen ook veel minder toxische stoffen vrij omdat het vlas (bijna) niet behandeld werd. Om de vezels uit de gedroogde vlasplant te halen, moeten ze in water rotten (roten). Het water dat daar uitkomt is 100% organisch, maar wel vervuilend voor rivieren (het lozen in de rivieren is verboden in Europa, niet in China). Nadat de vezels uit het vlas gehaald zijn, worden ze gesponnen, geweven en geverfd. Roten op de akker in plaats van in water en chloorvrij bleken, zijn enkele voorbeelden van milieuvriendelijke technieken die meer en meer gebruikt worden.
Ecologisch linnen wordt vervaardigd zonder bleekmiddelen, verfstoffen of chemische afwerkingproducten. Voor alle stoffen is het brandveilig maken nog niet ecologisch te doen.

Gebruik:
Het meest bekende nadeel van linnen is dat het kreukt, ook na een anti-kreukbehandeling. Het heeft een goed vochtopnemend en vochtdoorlatend vermogen. De stof heeft ook anti-allergene eigenschappen.

Afvalfase:
Linnen is duurzamer en gaat langer mee dan katoen. De linnenvezel is volledig bio-afbreekbaar en wordt tegenwoordig ook gerecycleerd.
samengevat: Linnen is een natuurlijke en milieuvriendelijke keuze voor stoffen als men kiest voor Europees linnen. Er zijn amper extra behandelingen nodig omdat de vezel op zich al een stevige structuur heeft. Het kreuken van linnen moet men erbij nemen, hoe meer extra behandelingen, hoe minder milieuvriendelijk.

MILIEUKADER:
Milieukader 1: nagroeibare grondstoffen.

Inhoud syndiceren