Gebakken steen

baksteen

Baksteen bestaat uit klei, water en toeslagstoffen (zand).
'Verontreinigingen' in de klei bepalen de kleur: veel kalk maakt lichte bakstenen, ijzer in de klei: donkerrode bakstenen en mangaanoxide geeft een donkerbruine baksteen.
Na de vorming in strengpers (vol of hol) of handvorm (in aparte vormen ‘gesmeten’), worden de stenen gedroogd, gebakken en opgeslagen.
Voor lichte isolerende stenen kan men ook zaagsel of polystyreenbolletjes in het kleimengsel verbranden.
Klinkers zijn bakstenen die op zeer hoge temperatuur zijn gebakken.

TOEPASSING:
Bakstenen kunnen zeer snel veel water opslorpen en ook snel weer afgeven. Vandaar wordt baksteen vooral gebruikt als gevelsteen, binnenmuursteen en straatklinker. Bakstenen ondergaan ook weinig of geen vormveranderingen, zijn brandwerend en er bestaat weinig kans op scheurvorming.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
De Belgische baksteenfabrieken staan (stonden) in kleirijke gebieden (West-Vlaanderen, de Kempen, de Rupelstreek en het Scheldebekken). Kleinschalige winning van klei creëerde vroeger achteraf mooie natuurbiotopen, tegenwoordig is de winning grootschaliger, maar er is nog geen schaarste. De winning van klei uit de bodem zou nadelige milieueffecten hebben op bodemprocessen en grondwaterhuishouding.

Transport:
De producten worden meestal bij de kleiwinning gemaakt. Deze gebeurt dus in België of Nederland.

Verwerking:
De klei wordt bewerkt totdat men een mengsel verkrijgt dat goed kneedbaar is en wordt dan machinaal gevormd. Het bakken vergt het meeste energie binnen de volledige levenscyclus. Hierbij komt fluoride vrij dat van nature in klei zit, andere gassen zijn afhankelijk van het type klei (welke mineralen en metalen in het materiaal te vinden zijn) en het bakproces. Verbrandingsgassen worden 'gewassen', in de afvoer door een minerale zeef gehaald, waardoor schadelijke emissies worden gebonden aan het mineraal.
Het spoelwater wordt tegenwoordig hergebruikt.


Gebruik:
Bakstenen worden verwerkt met een cementspecie. Meestal worden er voegen voorzien van ongeveer 1 cm, maar dikwijls worden ze ook verlijmd.

De afvalfase :
Oude bakstenen werden meestal vermetseld met een kalkspecie. Deze kan men makkelijk recupereren en opnieuw gebruiken als baksteen. Met de cementspecie (van na de tweede WO) en met het verlijmen van baksteen, zijn deze bijna niet meer te scheiden en ligt hun toekomst in steenpuin of menggranulaat.

Samengevat: Baksteen is een duurzaam bouwproduct, hoewel klei een eindig product is. Hij kent een lange, onderhoudsarme levensduur en na de eerste levenscyclus kan hij worden hergebruikt als bestanddeel van menggranulaat.

MILIEUKADER:
Milieukader 2: oppervlaktedelfstoffen

Keramische materialen

OMSCHRIJVING:
Keramische materialen worden gebakken van klei. Hieraan wordt eventueel zand toegevoegd.
'Verontreinigingen' in de klei bepalen de kleur: veel kalk maakt lichte bakstenen, ijzer in de klei: donkerrode bakstenen en mangaanoxide geeft een donkerbruine baksteen. Wand- en vloertegels bevatten meestal geen zand, porcelein is hardgebakken fijne klei ook zonder zandtoevoeging.
Klinkers zijn bakstenen die op zeer hoge temperatuur zijn gebakken.
Bakstenen kunnen vol of hol door de strengpers geperst worden. Met holle stenen bespaart men materiaal en werkt men (geluids) isolerend.
Voor lichte isolerende stenen kan men ook zaagsel of polystyreenbolletjes in het kleimengsel verbranden.

TOEPASSING:
Bakstenen, straatklinkers, dakpannen, vloerelementen.
Keramische tegels en keramische gevelbekledingselementen.
Porcelein (sanitair)

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning
Tegenwoordig is de winning van klei zo grootschalig dat aantasting van uiterwaarden gebeurt. Kleinschalige winning creëerde vroeger achteraf eerder mooie natuurbiotopen
Er is minder ‘aanwas’ van rivierklei dan men wint, maar er is nog geen schaarsheid. De winning van klei uit de bodem zou nadelige milieueffecten hebben op bodemprocessen en grondwaterhuishouding.

Transport
Klei wordt in Vlaanderen of Nederland gewonnen. De transportafstanden zijn dus klein. De producten worden ook meestal bij de winningsplaatsen gemaakt.

Verwerking
Bij het bakken van klei ontstaan diverse emissies. De uitstoot is enigszins afhankelijk van het type klei (welke mineralen en metalen in het materiaal te vinden zijn) en het bakproces. Verbrandingsgassen worden 'gewassen', in de afvoer door een minerale zeef gehaald, waardoor schadelijke emissies worden gebonden aan het mineraal.

Gebruik
Keramische materialen zijn zeer bestand tegen vocht. Baksteen is poreus, waardoor het enigszins ademt en vocht kan opnemen. Positief is dat het ademt en vochtregulerend werkt, nadeel is de capillaire opzuiging van regen- of grondwater.

De afvalfase
Oude bakstenen kunnen meestal volledig worden herbruikt. Dit vooral omdat de mortelspecie ertussen vroeger uit kalk bestond. Met de cementspecie (van na de tweede WO) is deze moeilijker te verwijderen omdat de breukvlakken makkelijker langs de stenen gaan, blijven de stenen niet altijd meer heel.
Met het verlijmen van bakstenen wordt dat scheiden er ook niet beter op.

Keramisch puin kan als steenslag worden hergebruikt, bijvoorbeeld als toeslagmateriaal in beton of als funderingsmateriaal voor bestrating.

De laatste ontwikkelingen scheiden stenen in keramisch en zandachtig materiaal, waarna het keramische materiaal met een deel nieuwe klei opnieuw kan worden gebruikt als grondstof voor bakstenen.

Keramische geveltegels en pannen die niet vastgecementeerd worden kunnen makkelijk herbruikt worden.

Samengevat: Indien niet behandeld zijn keramische producten vanuit milieuoogpunt zeker nog te gebruiken. Keramische producten worden soms geglazuurd en het glazuur kan zware metalen bevatten. Het zorgt wel voor een harde, waterdichte oppervlaktelaag die de steen extra beschermt. Dus ook hier geldt: het juiste materiaal op de juiste plaats, extra bescherming werkt de herbruikfase tegen.

MILIEUKADER:
Milieukader 2: oppervlaktedelfstoffen

Inhoud syndiceren