Petrochemische grondstoffen

Asbestvinyl

Tot in de jaren 70 en begin jaren 80 werd gebruik gemaakt van asbesthoudende vinylvloeren. Men herkent ze aan hun zwarte onderzijde en hun breekbaarheid bij buiging. Het zijn harde, dunne, meestal gevlamde tegels. Ze zijn ook meestal bevestigd met asbesthoudende lijm.

Ook onder vloerbedekkingen van vinyl (zowel zeil als tegels) werd dikwijls een laag asbestvilt of asbestkarton aangebracht, dat voor 70 tot 80 % bestond uit asbest.

TOEPASSING:
Vooral veel toegepast in schoolgebouwen.
Ook de rugkant van ‘cushion-vinyl’- vloer- en wandbekleding bevatte asbestvezels.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Probleem:
Asbest heeft de eigenschap om zich in uiterst fijne vezeltjes te splitsen, die gemakkelijk ingeademd worden. In de longen veroorzaken ze heel ernstige ziektes zoals asbestose en longkanker.

Verwijderen:
Wanneer asbestproducten intact blijven, kunnen ze soms behouden blijven. Belangrijk is dat er geen vezels loskomen! Dus breken, scheuren, afspuiten met een hogedrukreiniger, kortom VERWIJDEREN DAT SAMEN KAN GAAN MET HET LOSKOMEN VAN ASBESTVEZELS, MOET VERMEDEN WORDEN.
Alle info vindt u in de brochure van de federale overheid: ‘asbest in en om het huis’. asbest, en nu? (provincie Vlaams-Brabant) en op: lucht.milieuinfo.

Samengevat: Zolang deze vloerbekledingen intact zijn en het asbest in gebonden toestand is, vormen ze geen probleem. Verwijdering ervan zonder voorzorgen kan een sterke blootstelling van asbestvezels tot gevolg hebben. Vraag meer info en besteed deze werken uit aan specialisten.
Een lijst van gespecialeerde aannemers kan u hier vinden.

MILIEUKADER:
Wordt niet meer gebruikt.

Composteerbaar kunststof

OMSCHRIJVING:
Composteerbaar kunststof wordt gemaakt van aardolie of hernieuwbare materialen, zoals zetmeel uit maïs of aardappelen. Plastic van deze laatste bron heet ook wel bio-plastic.
Deze kunststoffen komen dus voort uit natuurlijke, hernieuwbare grondstoffen en niet langer uit synthetische producten

TOEPASSING:
Tegenwoordig worden ze meest gebruikt voor verpakkingen in plaats van folies zoals PE (polyetheen), PP (polypropeen) en PS (polystyreen).
Maar ook in de designsector vinden ze hun opmars als biopolymeren.

MILIEUOVERWEGINGEN:
De milieuwinst van bioplastics zit in het verschil in grondstoffengebruik, niet in het composteren. Tijdens het composteringsproces valt een composteerbare verpakking namelijk uiteen in water en CO2 - het levert verder geen compost op.

afval:

Bij verbranding leveren composteerbare verpakkingen nog energie op. Aangezien de plantaardige grondstoffen niet eindig zijn, gaat het hier om een vorm van duurzame energie.

Composteerbaar materiaal op basis van aardolie levert dus geen milieuvoordeel op.

Samengevat: Composteerbare verpakkingen zijn gemaakt van aardolie (synthetische composteerbare polyesters) of plantaardige materialen. Dus de oorsprong is niet altijd milieuvriendelijk. Een composteerbare verpakking van eetwaren is herkenbaar aan het kiemplantlogo.
Sommige bekers op evenementen zijn composteerbaar, maar het blijft de kunst ze apart in te zamelen.
Voor toepassing in meubels of interieurs zijn er nog enkele nadelen: ze zijn niet te kleuren en ze zijn niet sterk. Het blijft dus de uitdaging naar ontwerpers en onderzoekers het materiaal te verbeteren.


MILIEUKADER
milieukader 1: hernieuwbaar
milieukader 3: op basis van aardolie

PU(R) Polyurethaan

OMSCHRIJVING:
PU of PUR is polyurethaan en is een thermoharder.

TOEPASSING:
PUR wordt gebruikt als (zacht) schuim voor matrassen en zittingen, (hard) schuim voor isolatie en kierdichting en door zijn kleverige hechting wordt PUR ook gebruikt in sandwichpanelen en geïsoleerde deuren. Omwille van elstische en krasbestendige eigenschappen wordt PU gegoten als afwerklaag bij gietvloeren.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Ontginning:
Voor de productie van PUR worden de volgende stoffen gebruikt: propeen- en etheendioxide, ethyleenglycol, fosgeen, adipinezuur, tolueendiamine, benzeen en MDI of TDI. (benzeen is schadelijk voor de gezondheid).

Verwerking:
Net als bij PS werden in PUR tot 1997 als blaasmiddel CFK’s gebruikt (ondertussen verboden wegens aantasting ozonlaag). Tegenwoordig bestaan er twee geschuimde PUR-soorten, onderscheiden door hun blaasmiddel: PUR met HCFK's (die nog steeds de ozonlaag aantasten) en PUR met pentaan (iets milieuvriendelijker).

Gebruik:
PUR is tamelijk agressief voor de huid (het verkleeft en trekt erin).

De afvalfase
PUR kan in de vorm van isolatieplaat en dergelijke hergebruikt worden.
Het grote probleem is er als PUR gescheiden moet worden (bijvoorbeeld sandwichpanelen), dan worden alle onderdelen waaraan PUR zit verkleefd chemisch afval.
Bij verbranding van PUR komt het voor mens en milieu schadelijke blauwzuurgas vrij (cyaanwaterstof=HCN).

Samengevat: Zoals bij andere kunststoffen is ook dit materiaal niet de eerste keuze die kan gemaakt worden, een zeer schadelijk productieproces en vooral de afvalfase is nefast voor de levenscyclusanalyse. Natuurlijker (isolatie)materialen zijn aangewezen. Ook kunststoffen uit milieuvriendelijker grondstoffen (milieukader 1) en die beter recycleerbaar zijn genieten de voorkeur. Bij de keuze voor kunststoffen moet de levensduur nagegaan worden en voorkeur gegeven worden aan thermoplasten, wegens de recycleerbaarheid.


MILIEUKADER:
Milieukader 3: petrochemische grondstoffen.

PS (polystyreen)

OMSCHRIJVING:
PS staat voor polystyreen en is een thermoplast.

TOEPASSING:
In de bouw kan men 2 soorten PS vinden:
-geëxpandeerd PS (EPS): losse of aan elkaar versmolten witte bolletjes ('piepschuim'), als isolatiemateraal of vulling van kussens in losse bolletjes.
-geëxtrudeerd PS (XPS): hardere blauwe schuimplaat, als isolatie voor vloer en gevel. .
PS wordt ook gebruikt voor wegwerpbekertjes en verpakkingsmateriaal.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Ontginning:
Voor PS worden als grondstof benzeen en styreen gebruikt. Benzeen is carcinogeen en toxisch, styreen is mutageen en bij dierproeven tevens carcinogeen gebleken (maar dat is nog niet bewezen voor de mens).

Verwerking:
Als blaasmiddel voor EPS en XPS werd oorspronkelijk van CFK's (chloorfluorkoolwaterstoffen) gebruik gemaakt, tot 1997, toen de productie van CFK's werd verboden. Afhankelijk van de producent wordt voor EPS wordt tegenwoordig C2H5 (pentaan) of CO2 (kooldioxide) gebruikt als drijfgas. Voor XPS worden niet-verboden maar schadelijker HCFK's gebruikt.

De afvalfase
-recycleren: PS kan in zijn oorspronkelijke vorm (meestal isolatieplaten) goed worden hergebruikt. Is dat niet het geval, dan is ook recycleren tot nieuwe producten eenvoudig.
-verbranden:. Bij volledige verbranding van PS komen in principe alleen waterstof, koolstof en zuurstof vrij.
-storten: Bij stort kan het styreen uitspoelen in bodem en grondwater, met schadelijke effecten voor ecosystemen.

Samengevat: Zoals bij andere kunststoffen is ook dit materiaal niet de eerste keuze die kan gemaakt worden, een zeer schadelijk productieproces is nefast voor de levenscyclusanalyse. Natuurlijker materialen zijn aangewezen. (Isolatie) Materialen uit milieuvriendelijker grondstoffen (milieukader 1) en die beter recycleerbaar zijn genieten de voorkeur. Bij keuze voor kunststoffen moet de levensduur nagegaan worden en voorkeur gegeven worden aan thermoplasten, wegens de recycleerbaarheid.

MILIEUKADER:
Milieukader 3: petrochemische grondstoffen.

Melamineformaldehyde

Melamineformaldehyde (MF) is een thermoharder. Andere thermohardende materialen zijn: Fenolformaldehyde (PF); Alkydharsen; Ureumformaldehyde (UF); Polyesterharsen. Melamine is sterk, licht en bestand tegen zuren en basen.

TOEPASSING:

Melamine: borden en bestek, bekleding stoelen. melamineformaldehyde: toplaag van plaatmaterialen (meestal op spaanplaat) en laminaatvloeren. Melaminehars: lijmen, papier, textielveredeling (vlamvertragend).


MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
Condensatieproduct van melamine (wit poeder) en
formaldehyde waarbij een netwerkstructuur ontstaat.

Verwerking:
Ureum is de grondstof van melamine. De melamine wordt verder gezuiverd van nevenproducten door wassen in water, herkristalliseren, centrifugeren en drogen; hierbij ontstaat een grote hoeveelheid verontreinigd afvalwater (melamine is slechts weinig oplosbaar in water).

Gebruik:
De laminaatindustrie gebruikt in Europa zeer veel melamine, zowel voor lage druk als hoge druk laminaten (laminaatvloeren, keukenkastjes, aanrechtbladen, diversen toepassingen in en op meubelen). De harde, krasvaste laag van de houtproducten bevat een grote hoeveelheid melamine. Om de formaldehyde uitstoot tijdens het gebruik te beperken, geldt ook hier de E1 norm (formaldehydegehalte lager dan 9mg/100g).

De afvalfase:
Een thermoharder is na verwerking niet meer om te vormen. Als een thermoharder wordt verhit, smelt het niet maar het ontleedt zich. Ze zijn niet recycleerbaar. Meestal zijn ze ook nog vastgelijmd op platen en niet apart te verwijderen.

Samengevat:
Voor het gebruik van kunststoffen gaat de voorkeur naar thermoplasten omdat deze recycleerbaar. Melamineformaldehyde is een thermoharder. Het gebruik van formaldehyden wordt afgeraden omdat er na gebruik nog steeds schadelijke stoffen in de omgeving komen. De E1 norm is een maximum. Duurzaamheid is de grootste troef binnen de levenscyclus.

MILIEUKADER:
Milieukader 3: materialen uit petrochemische stoffen.

Epoxy

Epoxy’s zijn kunstharsen. Meestal zijn ze een twee-componenten product, namelijk een hars en een harder. (Soms nog met een vulstof bijv. zand of grind).
Om epoxy’s te kunnen verwerken, bevatten ze een oplosmiddel (water soms of organisch).

TOEPASSING:
Lijmen (constructielijm, tegellijm), voegmiddel, coatings, primers, gietvloer, reparatiemiddelen. composieten.


MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
Het proces om epoxy te creëren begint bij propeen dat reageert met chloor en allylchloride. Door verdere bewerking met hypochloriet en natriumhudroxide ontstaat epichloorhydrine. Nog enkele reacties verder ontstaan vloeibare of harde epoxyharsen.
Met glas- of koolstofvezels maakt men gewapende kunststoffen en composieten;

Verwerking:
Er zijn oplosmiddelen die niet verdwijnen door verdamping, maar doordat ze in het eindproduct worden opgenomen. Zo komen ze niet in het milieu terecht (reactieve verdunners: `epoxyderivaten').
De hardercomponent bevat één of meer alifatische aminen (de eigenlijke verharder) en verdunningsmiddelen.

Mensen die met epoxy werken kunnen blijvende allergische (huid)reacties ontwikkelen.

Gebruik:
Kunststofvloeren kennen hun oorsprong in de industriële sector omdat ze slijtvast, chemicaliënbestendig en vloeistofdicht zijn. In composietmaterialen spelt het lichte gewicht en het niet roesten in het voordeel.
Door het inademen van dampen van epoxygebonden reparatiemiddelen kan allergie van de luchtwegen en slijmvliezen ontstaan.

De afvalfase:
Epoxy’s zijn in de afvalfase meestal vastgehecht aan andere materialen, waardoor ze niet te recycleren zijn.

Samengevat: Verwerkt in composietmaterialen kunnen epoxy’s zeer lichte en resistente materialen zijn die milieuvriendelijk zijn omwille van hun licht gewicht. Epoxy gietvloeren zijn bijna oplosmiddelvrij (buiten benzylalcohol). Van alle gietvloeren en coatings zijn epoxy’s het best bestand tegen puntlasten en slijtage. Een gietvloer is merkelijk dikker (± 2 mm) dan een coating (0,2 mm), en gaat dus langer mee. De productie met chloor en het afvalprobleem zijn de grootste minpunten.

MILIEUKADER:
Milieukader 3: materialen uit petrochemische stoffen.

Synthetische vezels

Synthetische textielvezels bestaan meestal uit polyamide (nylon),. acryl, polyester, elastomeer (lycra). Deze worden geproduceerd uit aardolie en aardgas. Uitzondering is viscose; het wordt vervaardigd uit cellulose van hout en planten (en acetaat uit katoenafval), maar wordt chemisch geproduceerd.
Synthetische stoffen zijn vaak slijtvaster en beter te reinigen dan natuurlijke stoffen. MICROVEZEL is een extreem fijne synthetische vezel (uit alle mogelijke combinaties van natuurlijke en synthetische garens ) waarvan textiel geweven kan worden dat aanvoelt en eruit ziet als een natuurlijke stof.

TOEPASSING:
Stoffen, meubelbekleding, muurbekleding, kleding, gordijnen.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:


Winning:
nadeel is het ontstaan uit fossiele brandstoffen

Transport:
De meeste polyamidefabrieken staan in Zuid-Korea en Japan, maar ook China is in opkomst.
 

Verwerking:
Bij het produceren van synthetische vezels worden andere stoffen toegevoegd die wel schadelijk kunnen zijn voor mens en milieu: voor acryl is dat acrylonitril, polyester bevat een gehalte aan antimoon10 en polypropeen een gehalte aan lood. Als producenten een milieukeurmerk willen halen zijn er normen voor een minimaal gebruik van deze stoffen.
Lood(pigment) mag dan in polypropeen niet worden toegepast.

Gebruik:
Stoffen van microvezels (een verzameling van polyesters van extreem dunne draden) zijn over het algemeen licht van gewicht. Microvezel kan beter gereinigd worden, ademt en is waterafstotend. Zij krimpen niet en behouden hun vorm. De meeste synthetische vezels hebben het voordeel dat zij relatief sterk, rekbaar en makkelijker te onderhouden zijn dan natuurlijke vezels.

De afvalfase: In tegenstelling met katoen of wol kunnen synthetische vezels (nog) niet goed gerecycleerd worden; wel herbruikt.

Samengevat: In principe is de productie van synthetische vezels nooit milieuvriendelijk te noemen en gaat de voorkeur naar natuurlijke stoffen. In de levenscyclus echter komt het gebuiksgemak en duurzaamheid van deze vezels dikwijls veel sterker uit.

MILIEUKADER:
Milieukader 3: materialen uit petrochemische grondstoffen

 

traagschuim

Traagschuim (visco-elastisch polyurethaanschuim, slow motionschuim, memory foam, lazyfoam of Nasa-schuim) werd in de jaren ’70 door NASA ontwikkeld voor de ruimtevaart. Het materiaal bleek in de ruimte niet te werken, maar werd eind jaren 90 in productie gebracht in matrassen voor de ziekenhuissector. Traagschuim is een schuim met als basis polyurethaan
Het bestaat uit holle cellen, die niet helemaal afgesloten zijn, zodat de lucht in de cellen niet samengedrukt wordt als ze in elkaar gedrukt worden. De densiteit wordt uitgedrukt in kg/m3, maar dit zegt niets over de hardheid of zachtheid. Daarvoor gebruikt men termen als medium en soft.
Het materiaal reageert op warmte en druk. Het wordt dus zachter door lichaamswarmte. Traagschuim keert, wanneer het wordt ingedrukt, na enkele seconden terug naar zijn oorspronkelijke vorm. Dat gaat trager bij traagschuim met een lang geheugeneffect.

TOEPASSING:
Matrassen, hoofdkussens, oordopjes en in helmen.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
De basis is Polyurethaan (PUR) waar een blaasmiddel wordt aan toegevoegd.


Verwerking:
Visco-elastisch polyurethaanschuim kan gegoten of geschuimd worden. Het gegoten schuim is goedkoper, ademt minder en wordt warmer, wat ook bij hoge densiteiten zo is. Bij matrassen wordt traagschuim meestal op een andere kern gelijmd die veerkracht en steun geeft (koudschuim of pocketveren).Let er op dat dit met lijm op waterbasis gebeurt, anders worden de cellen dichtgelijmd.

Gebruik :
In het begin kan het materiaal een scherpe geur nalaten, bij verluchting en gebruik gaat dat na enkele dagen weg. In een koude ruimte is het materiaal stugger en zal het traagschuim langzamer reageren. De grootste vernieler van matrassen met schuim is transpiratievocht. Een matras bijv. vergeelt en gaat minder lang mee door de zuren en afvalstoffen in het zweet. Daarom is voor de duurzaamheid een hoes aanbevolen.
Hoe lager de densiteit (bijv. lager dan 40kg/m3) hoe korter de levensduur.

De afvalfase:
Er zijn verschillende mogelijkheden voor de verwerking van het afval. Via de grof huisvuilfractie worden de meubels en matrassen gescheiden. Een zeer kleine fractie wordt gestort (wegens te oud) en de rest fijngemalen en samengeperst tot pellets die in de afvalverbrandingsoven voor extra energie zorgen.

Samengevat: Materialen uit PUR verdienen geen voorkeurbehandeling, maar traagschuim wordt in specifieke situaties toegepast waar gebruik wordt gemaakt van het effect op de lichaamswarmte. De productie van de kunstsof en de levensduur spelen bij de meeste schuimen een slechte rol in de levenscyclusanalyse. Qua vormmogelijkheden is er in meubels geen natuurlijk materiaal met dezelfde eigenschappen (wol, veren, pitten, vlas,…) In de medische zorg is een mogelijke vervanging voor traagschuim lucht- of water.

MILIEUKADER:
Milieukader 3: petrochemische grondstoffen

Latexschuim

Latex of schuimrubber (cellulair rubber) kan van natuurlijke oorsprong zijn, maar wordt ook chemisch (uit aardolie) vervaardigd. Meestal is latex een mengeling van beide.

Europese norm: met minimaal 40% natuurlatex kan een matras natuurlatex worden genoemd. Zwitserse norm: met min. 85% natuurlatex mag een schuimrubbermatras als natuurlatex worden verkocht.
Synthetische latex is veel minder poreus dan natuurlijk.

TOEPASSING:
Meubels, autobanden, chirurgische handschoenen, condooms,…

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
Natuurlatex is afkomstig van melk uit de rubberboom (meestal uit Zuidoost-Azïe). Bij het vers afgetapt latex wordt ammoniak gevoegd en enkele keren gecentrifugeerd.

Productie:
Natuurlatex ondergaat een aantal minder natuurvriendelijke chemische bewerkingen voor het kan worden verwerkt. Het wordt verhit met o.a. zwavel en dan gevulcaniseerd. Daardoor ontstaat er een ondoordringbare rubberachtige stof.
Het afvalwater afkomstig van dit proces is vermengd met zwavel, zinkoxide, accelerators en anti-oxidanten. In Europa zijn hiervoor slechts enkele fabricanten.
Latex wordt ook via chemische weg uit nafta (mengsel van koolwaterstoffen, dat ontstaat bij het destilleren van ruwe olie) geproduceerd.

Verwerking:
De gaten in latexschuim komen van holle pennen die bij productie op de mallen zijn gemonteerd, zodat bij het koken in 115 graden heet water (de vulcanisatie) dit water zorgt voor een gelijkmatige uitharding van het latexschuim.
In een matras worden zo dikkere en dunnere holle pijpen gebruikt om zones in de matraskern te maken die het schuim respectievelijk zachter of harder maken. Deze zones kunnen dan afgestemd worden op het verschillend gewicht van de lichaamsdelen die erop rusten.

Gebruik:
Het aantal mensen allergisch aan latex groeit. Dit is meestal aan gebruiksproducten die uit Latex gemaakt zijn, nooit aan matras- of meubelschuim. Latex is buigzaam en elastisch, ondersteunt het lichaam, maar geeft weinig bewegingsvrijheid.
De grootste vernieler van matrassen met schuim is transpiratievocht. De matras vergeelt en gaat minder lang mee door de zuren en afvalstoffen in het zweet. Latex ventileert niet goed en neemt weinig vocht op. Van temperatuur past het zich aan aan de temperatuur van het lichaam. In een koude ruimte voelt latex ook koud aan.

De afvalfase:
Restafval bij de productie en snijresten worden via een proces van vervlokking en toevoeging van een bindmiddel, verwerkt tot blokken van verschillende afmetingen, kleuren en densiteiten. Deze worden dan akoestische isolatie of opnieuw meubel- en matrasvulling.
Recyclage wordt minder toegepast bij Latex. De meeste matrassen en meubels zonder metalen veren worden in stukken gesneden en verwerkt tot pellets voor energieopwekking van de verbrandingsovens.

Samengevat: natuurlatex is het meest milieuvriendelijke schuim, nochtans is het behandelingsproces zeer vervuilend. Het is op zich ook harder dan synthetisch latex, waardoor men meestal een mengeling met synthetisch aantreft. De levensduur van een latexmatras bijvoorbeeld: natuurlatex: 7 jaar, synthetisch: 10 Jaar.
Ook bij deze schuimen speelt de levensduur de grootste rol bij de keuze.

MILIEUKADER:
Milieukader 1: uit nagroeibare grondstoffen (natuurlatex)
milieukader 3: uit petrochemische stoffen (synthetisch latex)

 

Polyetherschuim

De basis voor polyetherschuim is polyurethaan. Polyether is goedkoopst, maar is minder duurzaam, minder elastisch en heeft minder kwaliteit dan koudschuim of traagschuim. Aan het schuim kan veel of weinig lucht toegevoegd worden, dit wordt aangegeven met het soortelijk gewicht: SG 20= gewicht schuim: 20 kg/m3. Polyetherschuim kan in stugge en soepele varianten gemaakt worden, onafhankelijk van het gewicht.

TOEPASSING:
Polyether wordt vooral gebruikt voor zetelvulling en matrassen. Een matras met SG20 is een matras die relatief snel hardheid verliest en weinig ondersteuning geeft. Een matras met SG40 is duurzamer, veerkrachtiger en comfortabeler.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
polyetherschuim wordt gewonnen uit aardolie. zie polyurethaan.

Voor de productie van PUR worden de volgende stoffen gebruikt: propeen- en etheendioxide, ethyleenglycol, fosgeen, adipinezuur, tolueendiamine, benzeen en MDI of TDI. (benzeen is schadelijk voor de gezondheid). De schadelijke toevoegstoffen bij productie worden stilaan vervangen door watergedragen basis.
Bij brand zorgt polyetherschuim voor een grote hoeveelheid rook, toch worden bij de productie vlamvertragers toegevoegd (om ontvlamming bij oververhitting te voorkomen). Broomhoudende vlamvertragers zijn zeer giftig en moeilijk afbreekbaar in het milieu. Milieuvriendelijker vlamvertragers zijn: fosforesters zonder broom of chloor, magnesium hydroxide of aluminium trihydraat.

Gebruik:
De levensduur van polyetherschuim is niet oneindig, meestal 5 à 10 jaar (de helft van koudschuim). Hoe groter het soortelijk gewicht, hoe langer de matras of zetel zal meegaan. Vooral onder invloed van direct UV licht veroudert polyether. Polyether van 30 jaar oud is zijn veerkracht kwijt en verpulvert.
Polyetherschuim heeft een gesloten celstructuur, daardoor ventileert het niet goed en neemt minder goed vocht op.
Van alle meubelschuimen past polyether zich het minst goed aan de vorm van het lichaam aan. Na verloop van tijd treedt er kuilvorming op.

De afvalfase:
Polyether in matrassen en meubels gaat meestal mee met het grof huisvuil. Indien het niet te oud is wordt het in stukken gemalen en samengeperst als pellets voor energiewinning in de verbrandingsoven.

Samengevat: De milieubelasting van matrassen van polyether, HR-schuim, schuimrubber, natuurrubber en van matrassen met binnenvering is niet veel verschillend. Grondig onderzoek werd hier niet naar verricht. Wel werd hiervoor de levenscyclus naast elkaar gelegd. De levensduur is hier doorslaggevend.
Het Europese Ecolabel (met bloemetje) geeft aan dat het schuim geen ozonafbrekende stoffen bevat en dat het productieproces een minimale impact heeft op lucht en water

MILIEUKADER:
Milieukader 3: materialen uit petrochemische stoffen.

Inhoud syndiceren