Kunststoffen

Composteerbaar kunststof

OMSCHRIJVING:
Composteerbaar kunststof wordt gemaakt van aardolie of hernieuwbare materialen, zoals zetmeel uit maïs of aardappelen. Plastic van deze laatste bron heet ook wel bio-plastic.
Deze kunststoffen komen dus voort uit natuurlijke, hernieuwbare grondstoffen en niet langer uit synthetische producten

TOEPASSING:
Tegenwoordig worden ze meest gebruikt voor verpakkingen in plaats van folies zoals PE (polyetheen), PP (polypropeen) en PS (polystyreen).
Maar ook in de designsector vinden ze hun opmars als biopolymeren.

MILIEUOVERWEGINGEN:
De milieuwinst van bioplastics zit in het verschil in grondstoffengebruik, niet in het composteren. Tijdens het composteringsproces valt een composteerbare verpakking namelijk uiteen in water en CO2 - het levert verder geen compost op.

afval:

Bij verbranding leveren composteerbare verpakkingen nog energie op. Aangezien de plantaardige grondstoffen niet eindig zijn, gaat het hier om een vorm van duurzame energie.

Composteerbaar materiaal op basis van aardolie levert dus geen milieuvoordeel op.

Samengevat: Composteerbare verpakkingen zijn gemaakt van aardolie (synthetische composteerbare polyesters) of plantaardige materialen. Dus de oorsprong is niet altijd milieuvriendelijk. Een composteerbare verpakking van eetwaren is herkenbaar aan het kiemplantlogo.
Sommige bekers op evenementen zijn composteerbaar, maar het blijft de kunst ze apart in te zamelen.
Voor toepassing in meubels of interieurs zijn er nog enkele nadelen: ze zijn niet te kleuren en ze zijn niet sterk. Het blijft dus de uitdaging naar ontwerpers en onderzoekers het materiaal te verbeteren.


MILIEUKADER
milieukader 1: hernieuwbaar
milieukader 3: op basis van aardolie

PS (polystyreen)

OMSCHRIJVING:
PS staat voor polystyreen en is een thermoplast.

TOEPASSING:
In de bouw kan men 2 soorten PS vinden:
-geëxpandeerd PS (EPS): losse of aan elkaar versmolten witte bolletjes ('piepschuim'), als isolatiemateraal of vulling van kussens in losse bolletjes.
-geëxtrudeerd PS (XPS): hardere blauwe schuimplaat, als isolatie voor vloer en gevel. .
PS wordt ook gebruikt voor wegwerpbekertjes en verpakkingsmateriaal.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Ontginning:
Voor PS worden als grondstof benzeen en styreen gebruikt. Benzeen is carcinogeen en toxisch, styreen is mutageen en bij dierproeven tevens carcinogeen gebleken (maar dat is nog niet bewezen voor de mens).

Verwerking:
Als blaasmiddel voor EPS en XPS werd oorspronkelijk van CFK's (chloorfluorkoolwaterstoffen) gebruik gemaakt, tot 1997, toen de productie van CFK's werd verboden. Afhankelijk van de producent wordt voor EPS wordt tegenwoordig C2H5 (pentaan) of CO2 (kooldioxide) gebruikt als drijfgas. Voor XPS worden niet-verboden maar schadelijker HCFK's gebruikt.

De afvalfase
-recycleren: PS kan in zijn oorspronkelijke vorm (meestal isolatieplaten) goed worden hergebruikt. Is dat niet het geval, dan is ook recycleren tot nieuwe producten eenvoudig.
-verbranden:. Bij volledige verbranding van PS komen in principe alleen waterstof, koolstof en zuurstof vrij.
-storten: Bij stort kan het styreen uitspoelen in bodem en grondwater, met schadelijke effecten voor ecosystemen.

Samengevat: Zoals bij andere kunststoffen is ook dit materiaal niet de eerste keuze die kan gemaakt worden, een zeer schadelijk productieproces is nefast voor de levenscyclusanalyse. Natuurlijker materialen zijn aangewezen. (Isolatie) Materialen uit milieuvriendelijker grondstoffen (milieukader 1) en die beter recycleerbaar zijn genieten de voorkeur. Bij keuze voor kunststoffen moet de levensduur nagegaan worden en voorkeur gegeven worden aan thermoplasten, wegens de recycleerbaarheid.

MILIEUKADER:
Milieukader 3: petrochemische grondstoffen.

PC (polycarbonaat)

OMSCHRIJVING:
PC staat voor polycarbonaat, een transparante kunststof.
PC is een thermoplast

TOEPASSING:
PC wordt onder andere gebruikt voor CD's en als onbreekbaar 'glas' in overkappingen, wanden, gebogen raamvlakken,…

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Ontginning:
De winning van aardolie kan zorgen voor verstoring en aantasting van bodemprocessen. De meeste winning van olie vindt plaats in het Midden-Oosten en op zee. Het transport van de ruwe olie gebeurt met zeetankers. Op zich ook al een milieurisico.

Verwerking:
Bij de productie van PC worden bisfenol A, dichloormethaan, fosgeen en pyridine gebruikt.
 
Gebruik:
In geval van brand gaat PC druipen, wat een gevaarlijke situatie teweegbrengt.

De afvalfase
-recyclage: Zowel PC is direct te hergebruiken en te recycleren.
-verbranden: bij het volledig verbranden van PC komen in principe alleen waterstof, koolstof en zuurstof vrij.

Samengevat: Er zou nog maar voor een 40tal jaren aardolie beschikbaar zijn. Het gebruik van kunststoffen uit milieuvriendelijker grondstoffen en die ook beter recycleerbaar zijn geniet de voorkeur.
Bij keuze voor kunststoffen moet de levensduur (ook UVbestendigheid van de kleuren) nagegaan worden en voorkeur gegeven worden aan thermoplasten.
Glas blijft een milieuvriendelijker oplossing, al speelt hier natuurlijk ook het gewicht (geringere hoeveelheid materiaal) een rol.

MILIEUKADER:
milieukader 3: petrochemische oorsprong

EPDM (etheenpropeendieenmonomeer)

OMSCHRIJVING:
EPDM staat voor etheenpropeendieenmonomeer. Het is een synthetische, gevulcaniseerde rubber.
EPDM heeft een rekbaarheid tot 400% en ongevoeligheid voor UV-straling en vele logen, zuren en zouten.

TOEPASSING:
EPDM wordt vooral toegepast als dakbedekkingsfolie, waterkerende folie, tochtprofiel, kierdichtingsprofiel,…
Er bestaat ook zelfklevende EPDM, bijvoorbeeld voor toepassing in dakgoten.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
Basis is aardolie.

Verwerking:
EPDM wordt verkregen door polimerisatie van etheen, propeen en dieenmonomeer. Aan dit mengsel worden roet, zwavel en andere vulstoffen toegevoegd. Voor toepassing als dakbedekking moet het materiaal worden gekalandeerd en gevulkaniseerd. Bij het vulkaniseren verandert de rubbermassa van een thermoplastisch in een elastisch materiaal. Door de toevoeging van zwavel ontstaan bruggen tussen de EPDM moleculen en er ontstaat een netstruktuur. EPDM kan eventueel worden gewapend met kunststofvezels.

Op het dak hoeft EPDM niet te worden verkleefd aan de ondergrond; mechanische bevestiging (klemmen of vastspijkeren aan de randen) of verzwaring (met begroeiing, grind of tegels) is voldoende. Tegenwoordig zijn er lijmen waarmee EPDM ook volledig kan worden verkleefd met de ondergrond, vaak in combinatie met een kunststof isolatieplaat. Dit heeft nadelige gevolgen voor de verwerkbaarheid in de afvalfase van het dak.

Gebruik:
Van EPDM in de gebruiksfase zijn geen negatieve gevolgen voor het milieu bekend. EPDM is een duurzaam materiaal: het gaat ongeveer twee keer zo lang mee als bitumineuze dakbedekkingsmaterialen. De levensduur is nog langer als het materiaal wordt beschermd onder een begroeid dak.

De afvalfase
-recyclage: EPDM-folie is geschikt (als niet geplakt aan de ondergrond) om na sloop in de primaire vorm te worden hergebruikt op een ander dak. EPDM kan worden gerecycleerd tot rubbergranulaat, voor toepassing in een ander product.
-verbranding:Bij verbranding kunnen evenals bij andere kunststoffen schadelijke emissies vrijkomen.
Stort: over effecten bij stort zijn er geen gegevens.

Samengevat: Ook al weegt het productie en ontstaansproces zwaar in de levenscyclusanalyse, de levensduur weegt zwaarst door, vandaar wordt EPDM, als er voor kunststof moet gekozen worden (als een plat dak nodig is) zelfs aangeraden als milieuvriendelijkst materiaal.

MILIEUKADER:
milieukader 3: petrochemische oorsprong

Bitumen

OMSCHRIJVING:
Bitumen is een aardolieproduct en lijkt bij gebruik goed op de oorspronkelijke ruwe olie.
In de bouw wordt vooral ‘gemodificeerd’ bitumen (composietmateriaal) gebruikt: SBS en APP-gemodificeerd bitumen.
Bitumen kan met kunststofvezels worden gewapend.

TOEPASSING:
Bitumen wordt vooral toegepast als dakbedekking of water- en wortelkerende laag.
Meestal wordt als dakbedekking een meerlaags bitumen toegepast.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
De oorsprong van bitumina begint bij de winning van aardolie, het transport daarvan en de raffinageprocessen.

Productie:
Bitumenproducten worden in België en Nederland vervaardigd.
Bitumencompounds ( met een textiele drager gewapend tot banen) worden meestal, door middel van het verhitten van een brandlaag aan de baanrand, aan elkaar verkleefd en niet meer op de ondergrond.
In milieutechnisch opzicht is dit een belangrijke verbetering, doordat het materiaal niet meer verkleeft met de ondergrond, is hergebruik en recyclage gemakkelijker.

Gebruik:
In een normale situatie van het gebruik heeft bitumen geen schadelijke gevolgen voor milieu en gezondheid. Bitumen bevat PAK's (polycyclische aromatische koolwaterstoffen); deze zijn niet afbreekbaar en bij brand kunnen die uitvloeien.

De afvalfase:
-recyclage: Het materiaal kan dus worden gerecycleerd, het komt dan in de weg- en waterbouw terecht.
-stort: bij stort moet bitumen worden beschouwd als chemisch afval. Als bitumen wordt geplakt, leidt dit ertoe dat ook de ondergrond tot het chemisch afval behoort. Bij alle bouwafval is dus de goede scheiding van de verschillende materialen zeer belangrijk voor hergebruik.

Samengevat: Het gebruik van bitumineuze materialen wordt vanuit milieustandpunt sterk afgeraden. Er is eerst al de productie uit aardolie. De korte levensduur weegt zwaar door in de Levenscyclusanalyse. Andere kunststoffen zoals EPDM zullen in de toekomst deze stoffen volledig vervangen. Ook al is EPDM rubber, het gaat minstens twee maal zo lang mee als bitumen, door de verwerking (lassen) is het ook volledig recycleerbaar.

MILIEUKADER:
Milieukader 3: Materialen uit petrochemische grondstoffen.

composieten

OMSCHRIJVING:
Composiet betekent ‘samengesteld’. Kunststof composieten zijn vezels gecombineerd met (kunststof)-hars. Zowel in constructie als in verwerkingstechnieken is er een zeer grote verscheidenheid. Een keuze voor composieten moet dus aan het begin van het ontwerpproces gebeuren. Vormgeving moet afgestemd worden op de mogelijkheden qua productie en mechanische eigenschappen.

De belangrijkste kunststofcomposieten zijn nog altijd polyester- en epoxyharsen. Bij deze harsen zijn er de laatste jaren ontwikkelingen naar meer milieuvriendelijke harsen, zoals styreenarme harsen (LSE-harsen) en water gedragen harsen
Thermoplastische composieten (lagere productiekosten) hebben een goede chemische- en corrosiebestendigheid, beter dan conventionele kunststoffen. De productie kan gebeuren met zo goed als geen emissie, ook recycleren is mogelijk. Meestal zijn ze samengesteld uit: koolstofvezels, aramidevezels en E-glas. De harsen die daarbij worden toegevoegd zijn voornamelijk PPS, PEEK, polypropyleen (PP), Nylon, PC, en PEI.

TOEPASSING:
In de ruimtevaart en automobielsector is er al lang een groot gebruik van composieten. Er is een grote opmars bezig in toepassing in meubilair en bevestigingsmiddelen, het gaat dan vooral om glasvezel gecombineerd met aluminium. Met metaalvezellaminaten kan men grote gebogen constructies maken die minder vermoeiing vertonen dan metaal op zich.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning en productie:
Bij het gebruik van kunststof zijn er steeds nadelige milieuargumenten. Vooral het gebruik van aardolie en de emissies bij het produceren wegen zwaar door in de levenscyclus.

Afval:
Bij het combineren van die kunststoffen met metalen, weegt de afvalfase weer zwaarder door. Het scheiden van de verschillende componenten is niet zo eenvoudig.

Samengevat: Kiezen voor composietmaterialen kan ook vanuit milieustandpunt geen eerste keuze zijn. Nochtans geeft het lichte gewicht en een hogere stijfheid serieuze voordelen in de hoeveelheid materiaalgebruik. Ook bijvoorbeeld het voorkomen van roestvorming en beschadiging door de samenstelling van het materiaal maakt dat er geen bijkomende nabehandelingen nodig zijn.
In plaats van glasvezel vinden we in de nieuwste composieten ook natuurvezels zoals vlas, hennep en jute, ook als versterking voor thermoplastische composieten. Zij hebben een lagere kostprijs maar zijn dan ook iets minder sterk.

MILIEUKADER:
Milieukader 3: uit petrochemische grondstoffen.

PVC (Polyvinylchloryde)

OMSCHRIJVING:
PVC ( polyvinylchloride), is één van de oudste en meest gebruikte kunststoffen. Het is een 'gechloreerde koolwaterstofpolymeer'. Het wordt gemaakt uit et(hyl)een (uit een fossiele brandstof, meestal aardolie of aardgas) en NaCl (keukenzout).
Zuiver PVC is hard en transparant. Door toeslagstoffen worden eigenschappen als buigzaamheid en kleur aangepast.
Het eindproduct is afhankelijk van de manier van bewerken:

TOEPASSING:
Volgens bewerkingsproces:
-Extrusie: leidingen, raamprofielen, golfplaten, isolatie voor elektriciteitskabels, folies en dakgoten.
-Injectie: hulp- en verbindingsstukken, bevestigingsprofielen en computerbehuizingen.
-Coating: vinylbehang, vinylvloerbedekking.
-Blaasextrusie: flessen en flacons.
-Kalandering: een doorlopende folie.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Ontginning:
Voor de productie van 1 kg PVC is 0,7 kg aardolie, 1 kg NaCl (keukenzout) en maar liefst 3,8 liter water nodig. De ondergrondse winning van NaCl kan, net als bij de winning van olie, voor verzakking van de bodem en verstoring van bodemprocessen zorgen.

Transport:
Bij de productie van PVC wordt reactief chloor gebruikt. Tegen het transport van chloor wordt door milieuorganisaties als Greenpeace geprotesteerd, omdat het chloor mutageen (erfelijk materiaal veranderend) zou zijn, alleszins is het gevaarlijk transport.

Verwerking:
PVC wordt voor 43% gemaakt uit aardolie en voor 57% uit keukenzout. Van aardolie wordt etheengas gemaakt. Uit het zout wordt door middel van elektrolyse chloor gehaald (waarbij asbest vrijkomt).
Van etheen en chloor wordt VC (vinylchloride) oftewel VCM (vinylchloridemonomeer) gemaakt; VC(M) (ook gevaarlijke stoffen: mutageen en carcinogeen).
Via een polymerisatieproces - aan de losse VCM-moleculen wordt een katalysator toegevoegd - ontstaat het polymeer PVC, een wit poeder. Aan PVC worden additieven - weekmakers (ftalaten), stabilisatoren, vulmiddelen, kleurstoffen etc. - toegevoegd om bepaalde gewenste eigenschappen te bereiken.
Bij de productie van PVC ontstaat organochloorhoudend chemisch afval en chloor. Chloor wordt voor toepassing in andere industrieën meestal per trein getransporteerd.
PVC is statisch oplaadbaar. En trekt dus makkelijk vuil aan.

De afvalfase
-recycleren: PVC kan zowel primair (in de oorspronkelijke productvorm) als secundair (als regranulaat) worden hergebruikt.
Het PVC-afval wordt schoongemaakt en vermalen tot regranulaat. Dit oude PVC kan door de verschillende toevoegingen alleen als kern in bijvoorbeeld buizen of ramen worden gebruikt; de binnen- en buitenkant bestaat dan uit nieuw PVC. Op deze wijze is tenminste 30% primair materiaal nodig.

-storten: Als PVC-afval wordt gestort, is het onafbreekbaar. Ftalaten, zoals in folies, kunnen uitlogen in de bodem en het grondwater.

Samengevat: Er zou nog maar voor een 40tal jaren aardolie beschikbaar zijn. Het ontwikkelen van kunststoffen uit milieuvriendelijker grondstoffen en die ook beter recycleerbaar zijn geniet de voorkeur. Bij keuze voor PVC moet de levensduur (ook UVbestendigheid van de kleuren) nagegaan worden.

PPC PPC (polypropeencopolymeer) wordt steeds vaker gebruikt als vervanger van PVC in de vorm van binnen- en buitenriolering, elektriciteitsleiding en soms - in een UV-bestendige vorm - in regenpijpen en dakgoten. Het heeft ongeveer dezelfde energie-inhoud als PVC en bevat minder schadelijke stoffen. Desondanks komen ook bij de productie van deze kunststof schadelijke emissies vrij.

MILIEUKADER
Milieukader 3: petrochemische grondstoffen.

PP (polypropyleen)

OMSCHRIJVING:
PP staat voor polypropeen of 'polypropyleen' en is een thermoplast.

PP heeft een veel eenvoudiger molecuulstructuur dan bijv. PVC. Bij productie, gebruik en in de afvalfase is het ook minder schadelijk.
In het algemeen worden PE, PP en PB gezien als de milieuvriendelijkste kunststoffen.

TOEPASSING:
PP wordt voornamelijk gebruikt in verpakkingen, huishoudelijke artikelen en in meubels.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Ontginning:
De winning van aardolie kan zorgen voor verstoring en aantasting van bodemprocessen. De meeste winning van olie vindt plaats in het Midden-Oosten en op zee. Het transport van de ruwe olie gebeurt met zeetankers. Op zich ook al een milieurisico.

Verwerking
Bij de productie van PP komen - net als bij alle andere kunststoffen - koolwaterstoffen, poly-meerstof, zware metalen en vaste afvalstoffen vrij.
 

De afvalfase
-recycleren:  PP kan als thermoplast eenvoudig worden hergebruikt.
-verbranden:Bij het volledig verbranden van PP komt in principe alleen waterstof, koolstof en zuurstof vrij. Volledige verbranding is zeer moeilijk te bereiken, zodat ook koolmonoxide en PAK's (polycyclische aromatische koolwaterstoffen) vrijkomen; de laatste hechten aan roet en zijn kankerverwekkend.
'thermische recycling' betekent dat. onherbruikbaar kunststof bij verbranding in een AVI (afvalverwerkingsinstallatie) bijdraagt tot de warmte- of elektriciteitsopbrengst (slechts 5 tot 25% energieopbrengst).
-storten: Bij ongeïsoleerde stort kunnen weekmakers uitlekken in de bodem en het grondwater, wat gevolgen heeft voor ecosystemen en de drinkwaterwinning. De meeste kunststoffen vergaan niet.
 

Samengevat: Er zou nog maar voor een 40tal jaren aardolie beschikbaar zijn. Het ontwikkelen van kunststoffen uit milieuvriendelijker grondstoffen en die ook beter recycleerbaar zijn geniet de voorkeur. Bij keuze voor kunststoffen moet de levensduur (ook UVbestendigheid van de kleuren) nagegaan worden en voorkeur gegeven worden aan thermoplasten.

MILIEUKADER:
Milieukader 3: petrochemische grondstoffen.

PB (polybutyleen)

OMSCHRIJVING:
PB is de afkorting voor polybuteen of polybutyleen is een thermoplast.

PB heeft een veel eenvoudiger molecuulstructuur dan bijv. PVC. Bij productie, gebruik en in de afvalfase is het ook minder schadelijk.
In het algemeen worden PE, PP en PB gezien als de milieuvriendelijkste kunststoffen.

TOEPASSING:
PB wordt o.a. gebruikt als materiaal voor drinkwaterleidingen.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Ontginning:
De winning van aardolie kan zorgen voor verstoring en aantasting van bodemprocessen. De meeste winning van olie vindt plaats in het Midden-Oosten en op zee. Het transport van de ruwe olie gebeurt met zeetankers. Op zich ook al een milieurisico.

Verwerking:
Bij de productie van PB komen - net als bij alle andere kunststoffen - koolwaterstoffen, polymeerstof, zware metalen en vaste afvalstoffen vrij.

De afvalfase:
-recycleren:  PB kan als thermoplast eenvoudig worden hergebruikt.
-verbranden: Bij het volledig verbranden van PB komt in principe alleen waterstof, koolstof en zuurstof vrij. Volledige verbranding is echter zeer moeilijk te bereiken, zodat ook koolmonoxide en PAK's (polycyclische aromatische koolwaterstoffen) vrijkomen; de laatste hechten aan roet en zijn kankerverwekkend.

'thermische recycling' betekent dat. onherbruikbaar kunststof bij verbranding in een AVI (afvalverwerkingsinstallatie) bijdraagt tot de warmte- of elektriciteitsopbrengst (slechts 5 tot 25% energieopbrengst).

-storten: Bij ongeïsoleerde stort kunnen weekmakers uitlekken in de bodem en het grondwater, wat gevolgen heeft voor ecosystemen en de drinkwaterwinning. De meeste kunststoffen vergaan niet.

Samengevat: Er zou nog maar voor een 40tal jaren aardolie beschikbaar zijn. Het ontwikkelen van kunststoffen uit milieuvriendelijker grondstoffen en die ook beter recycleerbaar zijn geniet de voorkeur. Bij keuze voor kunststoffen moet de levensduur (ook UVbestendigheid van de kleuren) nagegaan worden en voorkeur gegeven worden aan thermoplasten.

MILIEUKADER:
Milieukader 3: uit petrochemische grondstoffen

PE (polyetheen)

OMSCHRIJVING:
PE is polyetheen of polyethyleen. en is een thermoplast. 
Er is een onderscheid tussen LDPE ((low density PE) en HDPE (high density PE).

PE, PP en PB hebben een veel eenvoudigere moleculestructuur dan bijv. PVC. Bij productie, gebruik en in de afvalfase zijn ze minder schadelijk.
In het algemeen worden PE, PP en PB gezien als de milieuvriendelijkste kunststoffen.

TOEPASSING:
PE is vooral bekend als het materiaal voor tassen, verpakkingen, emmers en speelgoed. In de bouw kan UV-bestendig PE worden toegepast als dakgoot of regenwaterafvoer. Door middel van gelaagde extrusie worden van PE ook zuurstofdichte slagen voor vloer- en wandverwarming gemaakt.
PE-schuim wordt toegepast als leidingisolatie en afdichtingsmateriaal ('PE-rolband').

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Ontginning:
De winning van aardolie kan zorgen voor verstoring en aantasting van bodemprocessen. De meeste winning van olie vindt plaats in het Midden-Oosten en op zee. Het transport van de ruwe olie gebeurt met zeetankers. Op zich ook al een milieurisico.

Verwerking:
Bij de raffinage van olie ontstaat SO² (zwaveldioxide), vroeger verdween dit  in de lucht en was daarmee een belangrijke veroorzaker van zure regen. In Europa is door allerlei maatregelen, met name het 'wassen' van rookgassen in raffinaderijen en andere industrie, de hoeveelheid zure regen afgenomen.
Bij de productie van PE komt - net als bij alle andere kunststoffen - koolwaterstoffen, poly-meerstof, zware metalen en vaste afvalstoffen vrij.

De afvalfase:
-recycleren:PE en PP kunnen als thermoplast eenvoudig worden hergebruikt.
Er bestaat fotochemisch (ontbindt in zonlicht) of biologisch afbreekbaar (herleidt tot snippers) PE.
-verbranden:Bij het volledig verbranden van PE en PP komen in principe alleen waterstof, koolstof en zuurstof vrij. Volledige verbranding is zeer moeilijk te bereiken, zodat ook koolmonoxide en PAK's (polycyclische aromatische koolwaterstoffen) vrijkomen; de laatste hechten aan roet en zijn kankerverwekkend.

'thermische recycling' betekent dat. onherbruikbaar kunststof bij verbranding in een AVI (afvalverwerkingsinstallatie) bijdraagt tot de warmte- of elektriciteitsopbrengst (slechts 5 tot 25% energieopbrengst).

-storten: Bij ongeïsoleerde stort kunnen weekmakers uitlekken in de bodem en het grondwater, wat gevolgen heeft voor ecosystemen en de drinkwaterwinning. De meeste kunststoffen vergaan niet.

Samengevat: Er zou nog maar voor een 40tal jaren aardolie beschikbaar zijn. Het ontwikkelen van kunststoffen uit milieuvriendelijker grondstoffen en die ook beter recycleerbaar zijn geniet de voorkeur. Bij keuze voor kunststoffen moet de levensduur (ook UVbestendigheid van de kleuren) nagegaan worden en voorkeur gegeven worden aan thermoplasten.

MILIEUKADER:
Milieukader 3: petrochemische grondstoffen.

Inhoud syndiceren