Bekleding

Linoleum

Lijnolie is het hoofdbestanddeel van linoleum. Andere bestanddelen zijn: jute (voor de rug), (pijn)hars, houtmeel, kalksteen en kurk.
Sommige vloerbekledingen bevatten ook cellulosenitraat of polyethyleen.
Nieuw linoleum kan een irriterende geur hebben. Dat komt door de oxidatie van lijnolie. Deze geur verdwijnt na verloop van tijd.

TOEPASSING:
Vloer- en wandbedekking: Linoleum is gemakkelijk in onderhoud, hygiënisch en een aan te raden vloerbekleding voor astmatische of allergische personen. Omwille van de hoge hygiënische kwaliteiten wordt het ook veel toegepast in ziekenhuizen. Het is een isolerend en antistatisch materiaal.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
Lijnolie ontstaat door het persen van de zaden van de vlasplant en dit gebeurt vlakbij de productie. Het bindmiddel pijnhars, wordt van pijnbomen afgetapt zonder de groei van de boom te belemmeren. Houtmeel van bomen uit duurzaam beheerde bossen geeft een glad oppervlak en heeft de eigenschap zich te hechten aan pigmenten.
Kalksteen treft men overal ter wereld aan en is onmisbaar als fijngemalen grondstof voor linoleum. Jute is een natuurlijk materiaal dat vooral uit Aziatische landen komt.

Transport:
Het verste transport gebeurt voor levering van jute (uit de vezels van de juteplant) voor de rug. Dit is voor landen als India en Bangladesh een belangrijk exportproduct. Verder wordt nog kurkmeel (van de kurkeik uit Middellands Zeegebied), getransporteerd. Dit is de gemalen bast van de kurkeik en wordt gebruikt voor het ruwere aspect van wandbekleding en voor kurklinoleum.

Verwerking:
De pigmenten zijn meestal natuurlijk en bevatten geen zware metalen (zoals lood of cadmium) of andere schadelijke stoffen.

Afwerking:
De emissie van vluchtig organische stoffen is heel zwak, deze productgegevens zijn niet altijd eenvoudig te verkrijgen. Linoleum wordt op de ondergrond gelijmd en dat moet door specialisten gedaan worden. De naden worden gelast. Vibe vzw maakte een fiche over de impact van verschillende lijmsoorten. 

Gebruik:
linoleum is warmte-isolerend en geluiddempend, vochtbestendig en antistatisch, waardoor het minder stof aantrekt en zeer onderhoudsvriendelijk is.

De afvalfase:
Het is biologisch afbreekbaar en kan bijgevolg zonder problemen gestort worden (kunststofvloerbekleding – zoals PVC – zorgt voor enorme afvalproblemen). Linoleum is bovendien zeer duurzaam : het gaat tot 20 à 30 jaar mee en kan ook gerecycleerd worden.

Samengevat: Linoleum bestaat uit natuurlijke, nagroeibare grondstoffen en is een milieuvriendelijk alternatief voor kunststof vloerbekledingen.
Natureplus is een onafhankelijk internationaal label voor bouwmaterialen en producten die voldoen aan de hoogste milieu- en gezondheidsvereisten en is in die zin vergelijkbaar met het bio-garantielabel voor de voedingssector.
Het is het strengste label voor bouwproducten op de markt. Ook voor linoleum zijn criteria beschikbaar. Meer info:

MILIEUKADER:
Milieukader 1: Materialen uit nagroeibare grondstoffen.

Behang

Zuiver papierbehang is nog moeillijk te vinden.

Behang bestaat meestal uit twee of meer lagen (‘vliesbehang’).
De buitenste en/of de onderste laag bestaat vaak uit een synthetische en afwasbare coating (een dun plastic laagje).

Glasvezelbehang is gemaakt uit vezels, irritaties tijdens het plaatsen van glasvezelbehang kunnen
Voorkomen (de vezels zijn te groot om een gezondheidsgevaar te zijn bij het inademen).

Cellulosebehang is vervaardigd uit cellulose, al dan niet gewapend met polyestervezel voor extra stevigheid. Het bevat geen vrijkomende irriterende vezels en is een stevige vervanger voor glasvezelbehang.

Textielbehang kan een voedingsbodem voor huisstofmijt zijn.

TOEPASSING:
In structuur- of reliëfbehang
kan meer stof opgestapeld worden dan op gladde muurbekledingen.
Behangpapier en textielbekledingen nemen vervuilende stoffen in de binnenlucht, zoals tabaksrook, op en geven deze terug vrij.
Vinylbehang of behang van andere kunststoffen trekken ook meer stof aan dan papieren behang, ze zijn wel meest afwasbaar.
Het meest milieu- en kostenvriendelijk is het klassieke 'rijstpapier’ dat bestaat uit een stevige papiersoort,
vermengd met houtvezeltjes, die op rijstkorrels in het papier lijken.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
Het smeltproces van glas bij de productie van glasvezelbehang vergt veel meer energie dan bijvoorbeeld de aanmaak van papierbehang.
De voorkeur vanuit milieuvriendelijk oogpunt kan dan ook gaan naar behang uit natuurlijke, nagroeibare materialen. Papierbehang heeft dan ook de voorkeur boven behang uit synthetische grondstoffen, zowel wat de grondstoffen betreft als het productieproces (ook voor het binnenklimaat).

Productie:
In veel behangsoorten zijn chemische kleurstoffen verwerkt, in sommige ook synthetische vezels.
Watergedragen kleurstoffen of inkten hebben de voorkeur.Bij behang dat achteraf geschilderd moet
worden, wordt de milieuvriendelijkheid mee bepaald door de verf.
Uit synthetische behangsoorten zijn vaak ook met fungiciden(schimmelwerende producten) behandeld.
Bovendien zijn ze in tegenstelling tot de papierenbehangsoorten minder ‘ademend’ en dus minder
vochtregulerend.

Gebruik:
Een recente Duitse studie heeft de emissie van ftalaten van 14 verschillende merken van vinylpapier onderzocht, deze geven lichte chemische emmissies.
In textielbehang wordt soms formaldehyde gebruikt om het textiel te hechten; deze stof wordt onder de vorm van gas vrijgegeven.

Lijmen:
Lijmen voor klassiek behangpapier zijn lijmen met een synthetisch derivaat van cellulose als hoofdbestanddeel. In poedervorm of in kant-en-klaar gemaakte behanglijm is het niet schadelijk voor de gezondheid.
Ook voor zware behangsoorten of moeilijke ondergronden is het best voor wateroplosbare lijmen te kiezen. Hoe‘zwaarder’ een lijm is, of hoe beter hij kleeft op moeilijke of gladde oppervlakken, hoe meer chemische stoffen erin zitten.
Probeer lijmen met vluchtige organische stoffen te vermijden. Lijmen voor kunststofbekledingen of
glasvezelbehang zijn meestal gemaakt op basis van kunstharslijmen (vinyl- of acrylharsen), die meer belastend zijn voor het binnenmilieu.
Behanglijm met oplosmiddelen of PVA-lijm zijn te vermijden; bij gebruik komen schadelijke stoffen vrij.
Meer informatie vindt u in de fiche ‘Lijmen voor muur- en vloerbekledingen’ van vibe.

Samengevat:.Vanuit milieu- en gezondheidssstandpunt is behang van deels gerecycleerd papier de beste keuze. Behangpapier met het Blaue-engel-label bijv. of ecologisch behangpapier vervaardigd uit natuurlijke cellulose.
Bij keuze voor klassiek papierbehang: dan best niet-synthetisch behangpapier op basis van watergedragen kleurstoffen of inkten.

MILIEUKADER:
Milieukader 1: nagroeibare grondstoffen
Milieukader 3: petrochemische grondstoffen

Tapijt

Tapijt bestaat uit een onderlaag (de rug) en een bovenlaag (de pool). Tapijten worden geweven of getuft.

-Synthetisch: De rug kan bestaan uit: jute, PVC, polyurethaan, polypropyleen, rubber of kunststofschuim
De pool meestal uit: polyamide, acryl, polypropyleen en wol.
-Natuurtapijt kan uit geitenhaar bestaan. Van de vloerbekledingen vervaardigd uit plantaardige vezels zijn sisalvezels de meest geraffineerde. Kokosvezels zijn stevig en ongevoelig voor bacteriën.

TOEPASSING:
Tapijt kan kamerbreed of volgens bepaalde afmetingen aangeschaft worden. Door de (mogelijk) geringe dikte is het dikwijls een keuze (naast linoleum of kurk bijv.) als er al een ondervloer ligt of voor de sfeer en de warmte.
Microörganismen zoals sporenelementen, stofmijten en schimmels kunnen op verschillende manieren in tapijt terecht komen en zo een bron vormen van allergieën, ademhalingsproblemen en infecties. Synthetische tapijten trekken veel stof aan, maar zijn minder gevoelig aan huisstofmijt.

Een hoge luchtvochtigheid bevordert huisstofmijt. Voor ruimtes met een hoge luchtvochtigheid zijn wollen tapijten niet geschikt.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Ontginning:
De kunststof voor synthetisch tapijt wordt gemaakt uit aardolie (zie beschrijving op deze site van PVC, PP, PUR). Bij de teelt van (niet biologisch) katoen worden meestal grote hoeveelheden bestrijdingsmiddelen gebruikt. Heel vaak is tapijt ook een reservoir van pesticiden, onder meer mottenwerende middelen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij veel wollen tapijten.

Productie:
Tijdens het productieproces worden producten tegen statische elektriciteit, brandwerende middelen enz. toegevoegd. Bijvoorbeeld dienen gebromeerde vlamvertragers om de ontvlambaarheid van het textiel te verminderen. (Maar deze stoffen zijn persistent en kunnen bio accumuleren: dit wil zeggen dat ze op korte termijn niet verdwijnen maar opgestapeld worden, dus steeds vermeerderen. Er zijn verschillende hormoonverstorende effecten gekend. Bron: Vibe).

De rug van het tapijt kan schadelijke stoffen bevatten zoals formaldehyde of bepaalde vluchtig organische stoffen (VOS), bijvoorbeeld koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, xyleen).
De kleurstoffen en pigmenten in tapijten kunnen zware metalen en andere chemische stoffen bevatten.
Bij wollen tapijten zijn vaak nog pesticiden (bijv. mottenwerende middelen) aanwezig.

Tapijten met plantaardige vezels kennen geen emissies van schadelijke stoffen, op voorwaarde dat ze niet verlijmd zijn of verlijmd zijn met lijmen die geen of een zwakke emissie hebben.
De productie van polyamide tapijt kost drie maal zoveel energie als de productie van wol.

Plaatsing:
Tapijten kunnen los gelegd worden. Voor het plaatsen van vasttapijt wordt heel de ondergrond ingelijmd, zeer belangrijk onderdeel dus. Over lijmen vindt u meer in de fiche ‘Lijmen voor muur- en vloerbekledingen’ van Vibe vzw.
Milieuvriendelijker is het vastzetten met klittenband of beter het opspannen.

Gebruik:
Ook het onderhoud van tapijt kan problematisch zijn. Tapijt wordt vaak gestofzuigd. Bij het stofzuigen worden wel de grotere stofdeeltjes opgezogen, maar het fijnste stof, bacteriën enz. wordt terug in de ruimte geblazen. Een HEPA-filter (om het half jaar te vervangen) of een centraal stofzuigsysteem brengt geen stof in de omgeving. Chemische reinigingsmiddelen worden beter vermeden (kan ook met een eenvoudig zeepsopje), alleszins moet goed verlucht worden.

Samengevat: Beste keuze voor tapijten: geen synthetische maar natuurlijke, nagroeibare materialen zoals wol, geitenhaar, zeegras, sisal, kokos en bij voorkeur met een eco-label zoals: het GUT-label (garanderen een minimale uitstoot). Het RUGMARK-label garandeert daar bovenop ook productie zonder kinderarbeid.

Alternatief: Getufte tapijten hebben een onderlaag van jute (geen PVC), beter dan synthetische materialen of een mengeling met vezels van dierlijke oorsprong.

Indien lijm gebruikt wordt moet deze vrij zijn van schadelijke stoffen zoals acrylamide, acrylnitrile, vinylacetaat, benzeen, dioxaan, methanol, ethanol (met label EMICODE EC1).

MILIEUKADER:
Milieukader 1: nagroeibare grondstoffen
Milieukader 3: petrochemische grondstoffen.

Inhoud syndiceren