Vloer binnen

Asbestvinyl

Tot in de jaren 70 en begin jaren 80 werd gebruik gemaakt van asbesthoudende vinylvloeren. Men herkent ze aan hun zwarte onderzijde en hun breekbaarheid bij buiging. Het zijn harde, dunne, meestal gevlamde tegels. Ze zijn ook meestal bevestigd met asbesthoudende lijm.

Ook onder vloerbedekkingen van vinyl (zowel zeil als tegels) werd dikwijls een laag asbestvilt of asbestkarton aangebracht, dat voor 70 tot 80 % bestond uit asbest.

TOEPASSING:
Vooral veel toegepast in schoolgebouwen.
Ook de rugkant van ‘cushion-vinyl’- vloer- en wandbekleding bevatte asbestvezels.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Probleem:
Asbest heeft de eigenschap om zich in uiterst fijne vezeltjes te splitsen, die gemakkelijk ingeademd worden. In de longen veroorzaken ze heel ernstige ziektes zoals asbestose en longkanker.

Verwijderen:
Wanneer asbestproducten intact blijven, kunnen ze soms behouden blijven. Belangrijk is dat er geen vezels loskomen! Dus breken, scheuren, afspuiten met een hogedrukreiniger, kortom VERWIJDEREN DAT SAMEN KAN GAAN MET HET LOSKOMEN VAN ASBESTVEZELS, MOET VERMEDEN WORDEN.
Alle info vindt u in de brochure van de federale overheid: ‘asbest in en om het huis’. asbest, en nu? (provincie Vlaams-Brabant) en op: lucht.milieuinfo.

Samengevat: Zolang deze vloerbekledingen intact zijn en het asbest in gebonden toestand is, vormen ze geen probleem. Verwijdering ervan zonder voorzorgen kan een sterke blootstelling van asbestvezels tot gevolg hebben. Vraag meer info en besteed deze werken uit aan specialisten.
Een lijst van gespecialeerde aannemers kan u hier vinden.

MILIEUKADER:
Wordt niet meer gebruikt.

PU(R) Polyurethaan

OMSCHRIJVING:
PU of PUR is polyurethaan en is een thermoharder.

TOEPASSING:
PUR wordt gebruikt als (zacht) schuim voor matrassen en zittingen, (hard) schuim voor isolatie en kierdichting en door zijn kleverige hechting wordt PUR ook gebruikt in sandwichpanelen en geïsoleerde deuren. Omwille van elstische en krasbestendige eigenschappen wordt PU gegoten als afwerklaag bij gietvloeren.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Ontginning:
Voor de productie van PUR worden de volgende stoffen gebruikt: propeen- en etheendioxide, ethyleenglycol, fosgeen, adipinezuur, tolueendiamine, benzeen en MDI of TDI. (benzeen is schadelijk voor de gezondheid).

Verwerking:
Net als bij PS werden in PUR tot 1997 als blaasmiddel CFK’s gebruikt (ondertussen verboden wegens aantasting ozonlaag). Tegenwoordig bestaan er twee geschuimde PUR-soorten, onderscheiden door hun blaasmiddel: PUR met HCFK's (die nog steeds de ozonlaag aantasten) en PUR met pentaan (iets milieuvriendelijker).

Gebruik:
PUR is tamelijk agressief voor de huid (het verkleeft en trekt erin).

De afvalfase
PUR kan in de vorm van isolatieplaat en dergelijke hergebruikt worden.
Het grote probleem is er als PUR gescheiden moet worden (bijvoorbeeld sandwichpanelen), dan worden alle onderdelen waaraan PUR zit verkleefd chemisch afval.
Bij verbranding van PUR komt het voor mens en milieu schadelijke blauwzuurgas vrij (cyaanwaterstof=HCN).

Samengevat: Zoals bij andere kunststoffen is ook dit materiaal niet de eerste keuze die kan gemaakt worden, een zeer schadelijk productieproces en vooral de afvalfase is nefast voor de levenscyclusanalyse. Natuurlijker (isolatie)materialen zijn aangewezen. Ook kunststoffen uit milieuvriendelijker grondstoffen (milieukader 1) en die beter recycleerbaar zijn genieten de voorkeur. Bij de keuze voor kunststoffen moet de levensduur nagegaan worden en voorkeur gegeven worden aan thermoplasten, wegens de recycleerbaarheid.


MILIEUKADER:
Milieukader 3: petrochemische grondstoffen.

PS (polystyreen)

OMSCHRIJVING:
PS staat voor polystyreen en is een thermoplast.

TOEPASSING:
In de bouw kan men 2 soorten PS vinden:
-geëxpandeerd PS (EPS): losse of aan elkaar versmolten witte bolletjes ('piepschuim'), als isolatiemateraal of vulling van kussens in losse bolletjes.
-geëxtrudeerd PS (XPS): hardere blauwe schuimplaat, als isolatie voor vloer en gevel. .
PS wordt ook gebruikt voor wegwerpbekertjes en verpakkingsmateriaal.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Ontginning:
Voor PS worden als grondstof benzeen en styreen gebruikt. Benzeen is carcinogeen en toxisch, styreen is mutageen en bij dierproeven tevens carcinogeen gebleken (maar dat is nog niet bewezen voor de mens).

Verwerking:
Als blaasmiddel voor EPS en XPS werd oorspronkelijk van CFK's (chloorfluorkoolwaterstoffen) gebruik gemaakt, tot 1997, toen de productie van CFK's werd verboden. Afhankelijk van de producent wordt voor EPS wordt tegenwoordig C2H5 (pentaan) of CO2 (kooldioxide) gebruikt als drijfgas. Voor XPS worden niet-verboden maar schadelijker HCFK's gebruikt.

De afvalfase
-recycleren: PS kan in zijn oorspronkelijke vorm (meestal isolatieplaten) goed worden hergebruikt. Is dat niet het geval, dan is ook recycleren tot nieuwe producten eenvoudig.
-verbranden:. Bij volledige verbranding van PS komen in principe alleen waterstof, koolstof en zuurstof vrij.
-storten: Bij stort kan het styreen uitspoelen in bodem en grondwater, met schadelijke effecten voor ecosystemen.

Samengevat: Zoals bij andere kunststoffen is ook dit materiaal niet de eerste keuze die kan gemaakt worden, een zeer schadelijk productieproces is nefast voor de levenscyclusanalyse. Natuurlijker materialen zijn aangewezen. (Isolatie) Materialen uit milieuvriendelijker grondstoffen (milieukader 1) en die beter recycleerbaar zijn genieten de voorkeur. Bij keuze voor kunststoffen moet de levensduur nagegaan worden en voorkeur gegeven worden aan thermoplasten, wegens de recycleerbaarheid.

MILIEUKADER:
Milieukader 3: petrochemische grondstoffen.

Natuursteen

OMSCHRIJVING:
Natuursteen is een verzamelnaam voor verschillende gesteenten: marmer, graniet, blauwe hardsteen, leisteen, basalt, zandsteen, kalksteen, lavasteen, tufsteen

Natuursteensoorten worden ingedeeld volgens hun geologische ontstaansgeschiedenis.
Carbonaatstenen: kalksteen en marmers. Silicaatstenen: zandsteen, hardsteen en graniet.
Stollings- en vulkanisch gesteente: lavasteen en tufsteen.

TOEPASSING:
Gebruik van natuursteen in de bouw heeft een geschiedenis tot in de prehistorie. In de ardennen bijvoorbeeld kunnen muren worden opgetrokken in natuursteen.
Voor ons gaat het vooral over vloerbekleding, keukenaanrecht, gevelbekleding, badkamermeubel, trappen...

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
Natuursteen wordt over de hele wereld gewonnen. In België vooral blauwe hardsteen. Verder is er in Europa natuursteen te vinden in Duitsland, Frankrijk, Italië, Noorwegen, Schotland. Bij winning in open groeves wordt het landschap aangetast. De meeste groeves bestaan echter al eeuwen, waardoor van extra aantasting van ecosystemen nauwelijks sprake is. Voor werknemers moeten de normen van inademen van steenstof worden opgevolgd. (Silicose is een ernstige aantasting van de longen door silica).

Transport:
Door de massa van natuursteen is energie nodig voor het transport (zeeschip en/of vrachtwagen) een belangrijke factor in de milieubelasting.

Verwerking:
Natuursteen wordt na winning meestal nog bewerkt: zagen, slijpen, polijsten en diverse oppervlaktebehandelingen.

Gebruik:
Verzuring heeft geleid tot aantasting van veel natuursteen in steden.

De afvalfase:
Natuursteen kan direct worden hergebruikt of verzaagd tot kleinere stukken. Het kan ook in kleine brokjes met kunsthars gebonden worden in composietplaten.

samengevat: De enige minpunten bij natuursteen zijn het energieverbruik bij transport en de arbeidomstandigheden in ontwikkelingslanden. Het spreekt vanzelf dat natuurlijke materialen best dichtbij hun winningsplaats worden gebruikt. Dus Europese natuurstenen kunnen de voorkeur verdienen.

MILIEUKADER:
Milieukader 2: materialen uit oppervlaktedelfstoffen

Epoxy

Epoxy’s zijn kunstharsen. Meestal zijn ze een twee-componenten product, namelijk een hars en een harder. (Soms nog met een vulstof bijv. zand of grind).
Om epoxy’s te kunnen verwerken, bevatten ze een oplosmiddel (water soms of organisch).

TOEPASSING:
Lijmen (constructielijm, tegellijm), voegmiddel, coatings, primers, gietvloer, reparatiemiddelen. composieten.


MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
Het proces om epoxy te creëren begint bij propeen dat reageert met chloor en allylchloride. Door verdere bewerking met hypochloriet en natriumhudroxide ontstaat epichloorhydrine. Nog enkele reacties verder ontstaan vloeibare of harde epoxyharsen.
Met glas- of koolstofvezels maakt men gewapende kunststoffen en composieten;

Verwerking:
Er zijn oplosmiddelen die niet verdwijnen door verdamping, maar doordat ze in het eindproduct worden opgenomen. Zo komen ze niet in het milieu terecht (reactieve verdunners: `epoxyderivaten').
De hardercomponent bevat één of meer alifatische aminen (de eigenlijke verharder) en verdunningsmiddelen.

Mensen die met epoxy werken kunnen blijvende allergische (huid)reacties ontwikkelen.

Gebruik:
Kunststofvloeren kennen hun oorsprong in de industriële sector omdat ze slijtvast, chemicaliënbestendig en vloeistofdicht zijn. In composietmaterialen spelt het lichte gewicht en het niet roesten in het voordeel.
Door het inademen van dampen van epoxygebonden reparatiemiddelen kan allergie van de luchtwegen en slijmvliezen ontstaan.

De afvalfase:
Epoxy’s zijn in de afvalfase meestal vastgehecht aan andere materialen, waardoor ze niet te recycleren zijn.

Samengevat: Verwerkt in composietmaterialen kunnen epoxy’s zeer lichte en resistente materialen zijn die milieuvriendelijk zijn omwille van hun licht gewicht. Epoxy gietvloeren zijn bijna oplosmiddelvrij (buiten benzylalcohol). Van alle gietvloeren en coatings zijn epoxy’s het best bestand tegen puntlasten en slijtage. Een gietvloer is merkelijk dikker (± 2 mm) dan een coating (0,2 mm), en gaat dus langer mee. De productie met chloor en het afvalprobleem zijn de grootste minpunten.

MILIEUKADER:
Milieukader 3: materialen uit petrochemische stoffen.

Bamboe

Bamboe (Chinese reuzenbamboe) is een verhoute grasplant die zeer snel groeit. Na 4à5 jaar kan al geoogst worden. Bamboeplanten zijn in hun geheel te gebruiken: de stammen als constructiemateriaal, de bamboescheuten worden gegeten, de bladeren als diervoeder en de zijtakken voor vlechtwerk en textiel.
Bamboe compacte vezelstructuur geeft dat bamboe als bouwmateriaal minder zet en krimpt dan de meeste houtsoorten.
Bamboe kleding wordt ook wel 'airco kleding' genoemd: door de microgaatjes, ademt het, plakt niet en geeft zelfs verkoeling. De warmte isolatie en vochtopname is bijna gelijk aan katoen. Het is ook bacteriewerend en reukvrij.
Er bestaat stof volledig uit bamboevezels, maar meestal wordt er 30% katoen mee verwerkt.

TOEPASSING:
Constructie (in Aziatische landen oorspronkelijk het bouwmateriaal van de armen), parket, meubels, panelen, stoffen, kleding.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
Bamboe groeit vooral in Azïe, bamboe hier komt meestal uit China. Verschillende Belgische importeurs hebben een overeenkomst met WWF voor de bescherming van de panda’s die ervan leven (deze leven trouwens niet van de reuzenbamboe, maar van kleinere soorten). Bij het oogsten van bamboe blijven zowel jonge als oude scheuten staan zodat het land niet erodeert en er ook geen ontbossing plaatsvindt. Er is alleen zonlicht nodig voor de groei en geen bestrijdingsmiddelen.
De vezels worden mechanisch geplet om er stof van te maken. Omdat de afname van bamboe enorme groei kent, en de productie van bamboestof bijna alleen in China gebeurt, zijn de arbei het enige mogelijke minpunt de arbeidsomstandigheden.

Transport:
Enige nadeel van bamboe is het verre transport (wat met vele houtsoorten zo is).

Verwerking:
Gezien geen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt, moeten ze ook niet verwijderd worden. In een schaafbank wordt de schil verwijderd. De stammen worden in de lengterichting in strips gezaagd. Na droging worden de strips nog eens geschaafd en behandeld. Bamboe met natuurkleur wordt gekookt, bamboe met eerder bruine kleur wordt gestoomd waardoor de natuurlijke suiker in het bamboe oxydeert. Andere kleuren worden verkregen door een combinatie van hitte en druk.
Dan worden de stroken verlijmd met verschillende mogelijke patronen. De lijm is watergedragen met norm E1.
Bamboe heeft een uniek bestanddeel dat bacteriën en schimmels weghoudt. Bij andere stoffen worden hiervoor chemische stoffen toegevoegd.

Gebruik:
Bamboe stof is bovendien ook nog van nature antibacterieel en hypoallergeen. Het geeft in de zomer ook enkele graden meer verkoeling dan katoen.
De stof is streelzacht (lijkt op zijde), kreukvrij, ademend en reukvrij.

De afvalfase: Bamboe is van nature volledig afbreekbaar en dus in het geheel niet milieuverontreinigend. Zoals bij hout is ook hier de afwerking (bij behandelen met verf of vernis) de boosdoener bij verwerking tot nieuw materiaal of compostering.

Samengevat: Zolang de grondinbeslagname niet spectaculair stijgt door de enorm groeiende vraag naar bamboe, kunnen we aan het product geen negatieve milieu eigenschappen toekennen. Vooral bij de behandeling ervan met lijm en vernis kiest men best watergedragen producten.

MILIEUKADER:
Milieukader 1: nagroeibare grondstoffen.

cellulose-isolatie

OMSCHRIJVING:
Cellulose-isolatie wordt gewonnen uit gerecycleerd papier. Celluloseplaten worden gebonden met lignine en hars die uit de productie zelf komt.
Borax en boorzouten worden toegevoegd om het brand- en schimmelwerend te maken.

TOEPASSING:
Isolatie voor muren, daken, vloeren. Zowel als geluid- als warmte-isolatie.
-Het losse materiaal wordt (door professionele bedrijven)ingeblazen in de te isoleren compartimenten. Het is dus ook voor naïsoleren van spouwen en daken geschikt.
-Cellulose bestaat ook in platen.
-Tegen verticale halfopen wanden wordt het gespoten mits toevoeging van een weinig water.
(In Duitsland reeds veel gebruikt in de woningbouw, in Vlaanderen meer en meer in houtskeletbouw en renovatiesector).

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
Cellulosevezels worden gemaakt uit snippers van oud krantenpapier, soms ook vezels van houtsnippers. Zowel afval als gebruik van nieuw materiaal wordt vermeden. Het productieproces is zeer eenvoudig.

Transport:
Het materiaal komt meestal uit Duitsland, waar weinig transport voor het basismateriaal gebeurd.
Verwerking
Bij het inblazen moet men zich beschermen met stofmaskers, bril en beschermkledij wegens stof en boorzouten. Eenmaal in rust is er geen gevaar.
Het materiaal prikt niet en geeft geen irritaties aan huid en luchtwegen.
Het materiaal is luchtdoorlatend. Aan de koude zijde blijft de constructie damp-open; aan de warme zijde wordt een dampremmend bouwpapier aangebracht.

Gebruik:
Door hun hoge dichtheid hebben isolatiematerialen op basis van cellulose een groot warmteaccumulerend vermogen.
Cellulose kan tot 20% van zijn massa aan water opnemen, zonder dat de isolerende waarde in het gedrang komt.

De afvalfase:
Cellulose-isolatie is een recyclageproduct, dat relatief weinig productie-energie kost en afbreekbaar is bij storting. Enkel de kranteninkt kan een probleem geven qua vervuiling.

Samengevat: Cellulose-isolatie kent vooral in de renovatiesector een opmars. Ideaal voor het naïsoleren van (houten) vloeren, wanden en daken.

MILIEUKADER:
Milieukader 1: hernieuwbare grondstoffen

Beton

Beton werd al door de Romeinen gebruikt, maar in de middeleeuwen ging de kennis ervan verloren, in de negentiende eeuw werd het herontdekt in de tuinbouw. Voor bouwconstructies werd de kalk of traskalk uit het Romeinse beton vervangen door cement, afkomstig van mergelsteen.
De aluminiumverbindingen in mergel maken het materiaal geschikt voor toepassing als cement. Door het ontbreken van kalk werd het mogelijk om stalen netten of staven toe te voegen, waarmee beton veel grotere trekkrachten kan opnemen.
Beton bestaat uit cement, water, zand en grind.
(Cement en water vormen mortel, wordt daar zand aan toegevoegd, dan heet het zandcement. Pas met grind heet het beton).
Aan de basisgrondstoffen worden soms stoffen toegevoegd waarmee het beton sneller droogt, beter vloeit of andere gewenste eigenschappen krijgt.

TOEPASSING:
Zowel constructieve als niet constructieve functies, kan door toevoegingen waterdicht gemaakt worden.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
De winning van de minerale grondstoffen van beton (cement, zand en grind) tast het landschap en bijbehorende ecosystemen aan.
Portlandcement wordt grotendeels gemaakt van mergel, dat wordt gewonnen in Zuid-Limburg in Nederland. De aantasting van het landschap is er veel groter dan het randje natuurgebied dat er voor in de plaats kwam. Open dagmijnen kunnen alleen bij kleinschaliger, plaatsgebonden winning.
Hoogovencement is cement dat grotendeels bestaat uit gemalen hoogovenklinker (slakken die bij het hoogovenproces overblijven). Ook vliegasslakken, vrijkomend bij elektriciteitscentrales, worden in cement gebruikt. Vliegas bevat ook zware metalen en heeft als grootste bezwaar dat het vrij radioactief is, waardoor toepassing binnenshuis niet is aan te raden.
Zandwinning zorgt door de diepte in mindere mate voor aantasting van het landschap - het levert soms nieuwe waterrijke natuurgebieden op - maar deze diepere winning kan echt ook verstorende gevolgen hebben voor de waterhuishouding. Zand is in ieder geval wel ruim voorradig.
Grind wordt gewonnen uit rivieren en uit diepere grondlagen. Daarbij treden soortgelijke problemen op als bij de winning van zand. Bij de winning uit rivieren worden ecosystemen op de bodem aangetast. Grind is ten opzichte van zand minder voorradig. Waar sterkte minder een rol speelt kan grind vervangen worden door puingranulaat .(vermalen puin van beton en metselwerk): tot 20% zonder sterkteverlies.
In plaats van grind kunnen aan beton gesinterde kleikorrels worden toegevoegd om het lichter en isolerender te maken.
Wapeningsstaal: zie staal.

Transport:
Beton is een zwaar materiaal, dat bij transport voor een hoog energiegebruik zorgt. Daar staat tegenover dat zo goed als alle grondstoffen voor beton in Belgïe of Nederland worden gewonnen en verwerkt, waardoor de afstand van transport klein is.
De cementindustrie is vooral gesitueerd aan waterwegen, zodat de bulkmaterialen (cement, zand en grind) per schip kunnen worden aangevoerd, wat de milieueffecten van transport beperkt.

Verwerking:
Silica (een verzamelnaam voor steenstof), komen vrij bij de winning en productie van steenachtige materialen. Deze kunnen zoals bij cement, bij werknemers in de fabriek of op de bouwplaats 'stoflongen' veroorzaken. Andere chemische toeslagstoffen kunnen in geval van contact irritatie veroorzaken.
Uit milieuoverweging heeft men de voorkeur om prefab beton toe te passen, dit geeft minder afval en is ook demontabel.

Gebruik:
Als geen stoffen met een hoge radioactiviteit of zware metalen zijn toegepast, die kunnen vrijkomen bij boren in beton, zijn de gevolgen voor de menselijke gezondheid binnenshuis gering. Nadeel van beton is dat het niet isolerend werkt en in een buitenconstructie extra moet afgewerkt worden tegen koudebruggen. Beton heeft een koud oppervlak, dat onprettig aanvoelt en voor koudestraling zorgt, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld hout.

De afvalfase:
Hoogovencement heeft een wat hogere radioactiviteit, en het bevat uit de slak sporen van zware metalen, die bij boren (gebruiksfase) en breken van beton (afvalfase) kunnen vrijkomen. Tenzij demontabel in elkaar gezet, met prefab bouwelementen, is beton niet in oorspronkelijke vorm te hergebruiken. Het slooppuin wordt daarom meestal gebroken, het wapeningsstaal verwijderd, en het betonpuin vermalen tot puingranulaat.

Samengevat: Voor constructie van gebouwen wordt vanuit milieuvriendelijk oogpunt steeds hout aangeraden. Hierbij wordt de constructie meestal tegen vocht afgeschermd met een kruipkelder. Bij gebruik van beton en staal dienen zoveel oppervlaktematerialen worden ontgonnen dat men afraadt hier veel van te gebruiken.
Alternatief is in ontwikkeling en reeds beperkt op de markt: vb. beton gewapend met vlasvezels.

MILIEUKADER:
Milieukader 2: oppervlaktedelfstoffen.

Hout

Op de website van het Belgische Woodforum kan je allerlei informatie vinden over hout, de eigenschappen van dit materiaal, ondersteunende informatie die je kan helpen bij het maken van een geschikte keuze voor bepaalde toepassingen, technische fiches van de meest courante houtsoorten, etc...

Verschillende houtsoorten staan op deze site beschreven. 

parket

Een massieve parket- of plankenvloer bestaat uit verschillende planken uit één stuk die één voor één (volgens een bepaald patroon) op de ondervloer geplaatst worden.
Meestal maakt men een ‘strokenparket’, bij brede stroken spreekt men ook over ‘plankenvloer’.
De dunnere soort (ongeveer 10 mm dik) wordt vaak verlijmd en vernageld op een ‘onderparket’, dat bestaat uit goedkope parketsoort, spaanderplaten, multiplexplaten of OSB-platen.
Dikkere (minimum 13 mm, meestal 20 à 22 mm dik) parket wordt rechtsreeks op een isolatielaagje of houten balklaag gelegd.

Een fineerparket bestaat uit een drager (die de sterkte maakt), meestal MDF. En een toplaag uit echt hout (en niet uit kunststof zoals bij laminaat).

Een meerlagig of gelamelleerd parket bestaat uit verschillende lagen: een onderlaag, meestal uit naaldhout of multiplex, een tussenlaag van dennenhout (maar vaak ook uit MDF of HDF) en tenslotte een toplaag van harder massief hout. Het voordeel van meerlagig parket is dat het minder kromtrekt dan volhout.

TOEPASSING:
Meestal worden voor een houten vloer harde houtsoorten gebruikt, die tegen een stootje kunnen (bijvoorbeeld eik of tropische houtsoorten).
Voor minder belopen vloeren, slaapkamers en dergelijke, volstaan minder harde houtsoorden, zoals vuren, dennen, grenen enz. Die zijn ook goedkoper.
Houten vloeren kunnen mits de juiste houtsoort op de juiste plaats ook in vochtige ruimten worden toegepast.
Met bijvoorbeeld eik is de combinatie met vloerverwarming zelfs mogelijk.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclusanalyse:

Herkomst:
Volhouten vloeren zijn natuurlijk, hout is nagroeibaar, maar…De herkomst van het hout geeft bij parketvloeren een belangrijke milieufactor. Een label dat zowel de bestaande oerbossen als de werkomstandigheden respecteert is ook in ons land al zeer veel gebruikt: FSClabel. http://fsc.wwf.be/

Verwerking:
Het hout wordt tot massieve planken verzaagd. Plaatsen kan op verschillende manieren:
-Houten vloeren vastnagelen op houten vloerbalken is de traditionele vorm van plaatsing. Tussen de houten roostering en de houten vloer kan akoestische isolatie aangebracht worden (bijvoorbeeld kurk, houtvezelplaten..., om contactgeluid te dempen).
Het milieuvoordeel is dat er geen lijm wordt gebuikt. Het hout kan wel ‘werken’ wat bij een natuurlijk materiaal onvermijdelijk is.
-Op een ondergrond van beton of hout(en platen) kan parket ook verlijmd worden. Bij het belopen is er dan minder resonantie dan bij een zwevende vloerconstructie, maar wel een grotere geluidsoverdracht naar de lagere verdiepingen.
De hele vloeroppervlakte moet ingelijmd worden. Dus veel lijm en mogelijk daardoor een slechte luchtkwaliteit.
De verschillende soorten lijmen en hun evaluatie op het vlak van gezondheid zijn terug te vinden in de fiche ‘lijmsoorten voor muur- en vloerbekledingen’  van VIBE vzw.
-Een ‘zwevende’ vloer wordt meest bij fineerhout toegepast. Er wordt eerst een akoestische isolatie gelegd tussen de draagvloer en de houten afwerkvloer. De houten lamellen (tand en groef) kunnen dan los op deze laag liggen.

Gebruik:
Het voordeel van massief hout is dat men het honderden jaren kan blijven gebruiken. Als het hout bijvoorbeeld erg beschadigd is, kan er gewoon een dunne laag worden afgeschuurd en eventueel opnieuw worden behandeld. (Dat kan niet bij fineervloeren met een dunne toplaag en zeker niet bij laminaatvloeren.)

Afwerking:
Vluchtige organische stoffen
(VOS) die vrijkomen uit vernissen en andere afwerkingslagen (en ook uit lijmen) zijn vaak schadelijk voor de gezondheid. Vandaar is het zeer belangrijk bij afwerken van het parket om de ruimte goed te verluchten.
Door hout te vernissen met een harde toplaag (polyurethaanvernis bijvoorbeeld), verdwijnt de ‘ademende’ en vochtregulerende invloed van het hout op het binnenklimaat. Synthetische vernissen kunnen daarbij elektrostatisch opladen.
Meest gebruikt zijn:
-Bij intensief gebruik:vernissen op basis van ureumformaldehyde (bevatten dus  formaldehyde) of tweecomponentenvernissen op basis van polyurethaan (geven tijdens het gebruik irriterende isocyanaten vrij),
-Bij normaal gebruik: Eéncomponentvernissen op basis van polyurethaan en vernissen op basis van acryl (oplosbaar in water). Deze bevatten geen solventen, drogen snel, maar bevatten veel vluchtige glycol-esters (schadelijke invloeden nog niet duidelijk).
-Bij vochtige ruimten: Epoxyvernissen.

Alle vorige vernissen komen uit de petrochemische sector.
Natuurlijke vernissen bevatten geen, of veel minder, chemische componenten. Maar zijn dan weer minder hard.
Nadeel van vernissen is ook dat bij plaatselijke diepe beschadigingen er schimmels of zwarte vlekken onder de vernislaag kunnen ontstaan.
Houten vloeren oliën, behandelen met was en/of boenen geeft eigenlijk een beter resultaat dan vernissen en laat toe dat het hout kan ademen. Een geoliede vloer kan ook goed tegen water. Krassen en vetvlekken kunnen gemakkelijk weggewerkt worden.

Afval:
Zowel volhouten als gelamelleerd houten vloeren zijn makkelijk herbruikbaar. Bij volledig verlijmde vloeren is er wel het probleem het hout intact van de ondergrond te krijgen.

Samengevat: Als het hout niet chemisch behandeld is en de afwerklaag en de eventuele verlijming geen ongezonde producten bevatten, dan is een houten vloer een zeer natuurvriendelijke oplossing.
Als het om tropisch hout gaat is het FSC label een vereiste. Behandeling met plantaardige olie geniet de voorkeur. Bij houten vloeren zijn ook reeds voorbehandelde planken beschikbaar met milieulabel (vb. Natureplus).
zie ook onze fiche over massief hout.

Milieukader:
Milieukader 1: uit natuurlijke grondstoffen.

Inhoud syndiceren