Vloer buiten

Natuursteen

OMSCHRIJVING:
Natuursteen is een verzamelnaam voor verschillende gesteenten: marmer, graniet, blauwe hardsteen, leisteen, basalt, zandsteen, kalksteen, lavasteen, tufsteen

Natuursteensoorten worden ingedeeld volgens hun geologische ontstaansgeschiedenis.
Carbonaatstenen: kalksteen en marmers. Silicaatstenen: zandsteen, hardsteen en graniet.
Stollings- en vulkanisch gesteente: lavasteen en tufsteen.

TOEPASSING:
Gebruik van natuursteen in de bouw heeft een geschiedenis tot in de prehistorie. In de ardennen bijvoorbeeld kunnen muren worden opgetrokken in natuursteen.
Voor ons gaat het vooral over vloerbekleding, keukenaanrecht, gevelbekleding, badkamermeubel, trappen...

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
Natuursteen wordt over de hele wereld gewonnen. In België vooral blauwe hardsteen. Verder is er in Europa natuursteen te vinden in Duitsland, Frankrijk, Italië, Noorwegen, Schotland. Bij winning in open groeves wordt het landschap aangetast. De meeste groeves bestaan echter al eeuwen, waardoor van extra aantasting van ecosystemen nauwelijks sprake is. Voor werknemers moeten de normen van inademen van steenstof worden opgevolgd. (Silicose is een ernstige aantasting van de longen door silica).

Transport:
Door de massa van natuursteen is energie nodig voor het transport (zeeschip en/of vrachtwagen) een belangrijke factor in de milieubelasting.

Verwerking:
Natuursteen wordt na winning meestal nog bewerkt: zagen, slijpen, polijsten en diverse oppervlaktebehandelingen.

Gebruik:
Verzuring heeft geleid tot aantasting van veel natuursteen in steden.

De afvalfase:
Natuursteen kan direct worden hergebruikt of verzaagd tot kleinere stukken. Het kan ook in kleine brokjes met kunsthars gebonden worden in composietplaten.

samengevat: De enige minpunten bij natuursteen zijn het energieverbruik bij transport en de arbeidomstandigheden in ontwikkelingslanden. Het spreekt vanzelf dat natuurlijke materialen best dichtbij hun winningsplaats worden gebruikt. Dus Europese natuurstenen kunnen de voorkeur verdienen.

MILIEUKADER:
Milieukader 2: materialen uit oppervlaktedelfstoffen

baksteen

Baksteen bestaat uit klei, water en toeslagstoffen (zand).
'Verontreinigingen' in de klei bepalen de kleur: veel kalk maakt lichte bakstenen, ijzer in de klei: donkerrode bakstenen en mangaanoxide geeft een donkerbruine baksteen.
Na de vorming in strengpers (vol of hol) of handvorm (in aparte vormen ‘gesmeten’), worden de stenen gedroogd, gebakken en opgeslagen.
Voor lichte isolerende stenen kan men ook zaagsel of polystyreenbolletjes in het kleimengsel verbranden.
Klinkers zijn bakstenen die op zeer hoge temperatuur zijn gebakken.

TOEPASSING:
Bakstenen kunnen zeer snel veel water opslorpen en ook snel weer afgeven. Vandaar wordt baksteen vooral gebruikt als gevelsteen, binnenmuursteen en straatklinker. Bakstenen ondergaan ook weinig of geen vormveranderingen, zijn brandwerend en er bestaat weinig kans op scheurvorming.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
De Belgische baksteenfabrieken staan (stonden) in kleirijke gebieden (West-Vlaanderen, de Kempen, de Rupelstreek en het Scheldebekken). Kleinschalige winning van klei creëerde vroeger achteraf mooie natuurbiotopen, tegenwoordig is de winning grootschaliger, maar er is nog geen schaarste. De winning van klei uit de bodem zou nadelige milieueffecten hebben op bodemprocessen en grondwaterhuishouding.

Transport:
De producten worden meestal bij de kleiwinning gemaakt. Deze gebeurt dus in België of Nederland.

Verwerking:
De klei wordt bewerkt totdat men een mengsel verkrijgt dat goed kneedbaar is en wordt dan machinaal gevormd. Het bakken vergt het meeste energie binnen de volledige levenscyclus. Hierbij komt fluoride vrij dat van nature in klei zit, andere gassen zijn afhankelijk van het type klei (welke mineralen en metalen in het materiaal te vinden zijn) en het bakproces. Verbrandingsgassen worden 'gewassen', in de afvoer door een minerale zeef gehaald, waardoor schadelijke emissies worden gebonden aan het mineraal.
Het spoelwater wordt tegenwoordig hergebruikt.


Gebruik:
Bakstenen worden verwerkt met een cementspecie. Meestal worden er voegen voorzien van ongeveer 1 cm, maar dikwijls worden ze ook verlijmd.

De afvalfase :
Oude bakstenen werden meestal vermetseld met een kalkspecie. Deze kan men makkelijk recupereren en opnieuw gebruiken als baksteen. Met de cementspecie (van na de tweede WO) en met het verlijmen van baksteen, zijn deze bijna niet meer te scheiden en ligt hun toekomst in steenpuin of menggranulaat.

Samengevat: Baksteen is een duurzaam bouwproduct, hoewel klei een eindig product is. Hij kent een lange, onderhoudsarme levensduur en na de eerste levenscyclus kan hij worden hergebruikt als bestanddeel van menggranulaat.

MILIEUKADER:
Milieukader 2: oppervlaktedelfstoffen

Beton

Beton werd al door de Romeinen gebruikt, maar in de middeleeuwen ging de kennis ervan verloren, in de negentiende eeuw werd het herontdekt in de tuinbouw. Voor bouwconstructies werd de kalk of traskalk uit het Romeinse beton vervangen door cement, afkomstig van mergelsteen.
De aluminiumverbindingen in mergel maken het materiaal geschikt voor toepassing als cement. Door het ontbreken van kalk werd het mogelijk om stalen netten of staven toe te voegen, waarmee beton veel grotere trekkrachten kan opnemen.
Beton bestaat uit cement, water, zand en grind.
(Cement en water vormen mortel, wordt daar zand aan toegevoegd, dan heet het zandcement. Pas met grind heet het beton).
Aan de basisgrondstoffen worden soms stoffen toegevoegd waarmee het beton sneller droogt, beter vloeit of andere gewenste eigenschappen krijgt.

TOEPASSING:
Zowel constructieve als niet constructieve functies, kan door toevoegingen waterdicht gemaakt worden.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
De winning van de minerale grondstoffen van beton (cement, zand en grind) tast het landschap en bijbehorende ecosystemen aan.
Portlandcement wordt grotendeels gemaakt van mergel, dat wordt gewonnen in Zuid-Limburg in Nederland. De aantasting van het landschap is er veel groter dan het randje natuurgebied dat er voor in de plaats kwam. Open dagmijnen kunnen alleen bij kleinschaliger, plaatsgebonden winning.
Hoogovencement is cement dat grotendeels bestaat uit gemalen hoogovenklinker (slakken die bij het hoogovenproces overblijven). Ook vliegasslakken, vrijkomend bij elektriciteitscentrales, worden in cement gebruikt. Vliegas bevat ook zware metalen en heeft als grootste bezwaar dat het vrij radioactief is, waardoor toepassing binnenshuis niet is aan te raden.
Zandwinning zorgt door de diepte in mindere mate voor aantasting van het landschap - het levert soms nieuwe waterrijke natuurgebieden op - maar deze diepere winning kan echt ook verstorende gevolgen hebben voor de waterhuishouding. Zand is in ieder geval wel ruim voorradig.
Grind wordt gewonnen uit rivieren en uit diepere grondlagen. Daarbij treden soortgelijke problemen op als bij de winning van zand. Bij de winning uit rivieren worden ecosystemen op de bodem aangetast. Grind is ten opzichte van zand minder voorradig. Waar sterkte minder een rol speelt kan grind vervangen worden door puingranulaat .(vermalen puin van beton en metselwerk): tot 20% zonder sterkteverlies.
In plaats van grind kunnen aan beton gesinterde kleikorrels worden toegevoegd om het lichter en isolerender te maken.
Wapeningsstaal: zie staal.

Transport:
Beton is een zwaar materiaal, dat bij transport voor een hoog energiegebruik zorgt. Daar staat tegenover dat zo goed als alle grondstoffen voor beton in Belgïe of Nederland worden gewonnen en verwerkt, waardoor de afstand van transport klein is.
De cementindustrie is vooral gesitueerd aan waterwegen, zodat de bulkmaterialen (cement, zand en grind) per schip kunnen worden aangevoerd, wat de milieueffecten van transport beperkt.

Verwerking:
Silica (een verzamelnaam voor steenstof), komen vrij bij de winning en productie van steenachtige materialen. Deze kunnen zoals bij cement, bij werknemers in de fabriek of op de bouwplaats 'stoflongen' veroorzaken. Andere chemische toeslagstoffen kunnen in geval van contact irritatie veroorzaken.
Uit milieuoverweging heeft men de voorkeur om prefab beton toe te passen, dit geeft minder afval en is ook demontabel.

Gebruik:
Als geen stoffen met een hoge radioactiviteit of zware metalen zijn toegepast, die kunnen vrijkomen bij boren in beton, zijn de gevolgen voor de menselijke gezondheid binnenshuis gering. Nadeel van beton is dat het niet isolerend werkt en in een buitenconstructie extra moet afgewerkt worden tegen koudebruggen. Beton heeft een koud oppervlak, dat onprettig aanvoelt en voor koudestraling zorgt, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld hout.

De afvalfase:
Hoogovencement heeft een wat hogere radioactiviteit, en het bevat uit de slak sporen van zware metalen, die bij boren (gebruiksfase) en breken van beton (afvalfase) kunnen vrijkomen. Tenzij demontabel in elkaar gezet, met prefab bouwelementen, is beton niet in oorspronkelijke vorm te hergebruiken. Het slooppuin wordt daarom meestal gebroken, het wapeningsstaal verwijderd, en het betonpuin vermalen tot puingranulaat.

Samengevat: Voor constructie van gebouwen wordt vanuit milieuvriendelijk oogpunt steeds hout aangeraden. Hierbij wordt de constructie meestal tegen vocht afgeschermd met een kruipkelder. Bij gebruik van beton en staal dienen zoveel oppervlaktematerialen worden ontgonnen dat men afraadt hier veel van te gebruiken.
Alternatief is in ontwikkeling en reeds beperkt op de markt: vb. beton gewapend met vlasvezels.

MILIEUKADER:
Milieukader 2: oppervlaktedelfstoffen.

Hout

Op de website van het Belgische Woodforum kan je allerlei informatie vinden over hout, de eigenschappen van dit materiaal, ondersteunende informatie die je kan helpen bij het maken van een geschikte keuze voor bepaalde toepassingen, technische fiches van de meest courante houtsoorten, etc...

Verschillende houtsoorten staan op deze site beschreven. 

Keramische materialen

OMSCHRIJVING:
Keramische materialen worden gebakken van klei. Hieraan wordt eventueel zand toegevoegd.
'Verontreinigingen' in de klei bepalen de kleur: veel kalk maakt lichte bakstenen, ijzer in de klei: donkerrode bakstenen en mangaanoxide geeft een donkerbruine baksteen. Wand- en vloertegels bevatten meestal geen zand, porcelein is hardgebakken fijne klei ook zonder zandtoevoeging.
Klinkers zijn bakstenen die op zeer hoge temperatuur zijn gebakken.
Bakstenen kunnen vol of hol door de strengpers geperst worden. Met holle stenen bespaart men materiaal en werkt men (geluids) isolerend.
Voor lichte isolerende stenen kan men ook zaagsel of polystyreenbolletjes in het kleimengsel verbranden.

TOEPASSING:
Bakstenen, straatklinkers, dakpannen, vloerelementen.
Keramische tegels en keramische gevelbekledingselementen.
Porcelein (sanitair)

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning
Tegenwoordig is de winning van klei zo grootschalig dat aantasting van uiterwaarden gebeurt. Kleinschalige winning creëerde vroeger achteraf eerder mooie natuurbiotopen
Er is minder ‘aanwas’ van rivierklei dan men wint, maar er is nog geen schaarsheid. De winning van klei uit de bodem zou nadelige milieueffecten hebben op bodemprocessen en grondwaterhuishouding.

Transport
Klei wordt in Vlaanderen of Nederland gewonnen. De transportafstanden zijn dus klein. De producten worden ook meestal bij de winningsplaatsen gemaakt.

Verwerking
Bij het bakken van klei ontstaan diverse emissies. De uitstoot is enigszins afhankelijk van het type klei (welke mineralen en metalen in het materiaal te vinden zijn) en het bakproces. Verbrandingsgassen worden 'gewassen', in de afvoer door een minerale zeef gehaald, waardoor schadelijke emissies worden gebonden aan het mineraal.

Gebruik
Keramische materialen zijn zeer bestand tegen vocht. Baksteen is poreus, waardoor het enigszins ademt en vocht kan opnemen. Positief is dat het ademt en vochtregulerend werkt, nadeel is de capillaire opzuiging van regen- of grondwater.

De afvalfase
Oude bakstenen kunnen meestal volledig worden herbruikt. Dit vooral omdat de mortelspecie ertussen vroeger uit kalk bestond. Met de cementspecie (van na de tweede WO) is deze moeilijker te verwijderen omdat de breukvlakken makkelijker langs de stenen gaan, blijven de stenen niet altijd meer heel.
Met het verlijmen van bakstenen wordt dat scheiden er ook niet beter op.

Keramisch puin kan als steenslag worden hergebruikt, bijvoorbeeld als toeslagmateriaal in beton of als funderingsmateriaal voor bestrating.

De laatste ontwikkelingen scheiden stenen in keramisch en zandachtig materiaal, waarna het keramische materiaal met een deel nieuwe klei opnieuw kan worden gebruikt als grondstof voor bakstenen.

Keramische geveltegels en pannen die niet vastgecementeerd worden kunnen makkelijk herbruikt worden.

Samengevat: Indien niet behandeld zijn keramische producten vanuit milieuoogpunt zeker nog te gebruiken. Keramische producten worden soms geglazuurd en het glazuur kan zware metalen bevatten. Het zorgt wel voor een harde, waterdichte oppervlaktelaag die de steen extra beschermt. Dus ook hier geldt: het juiste materiaal op de juiste plaats, extra bescherming werkt de herbruikfase tegen.

MILIEUKADER:
Milieukader 2: oppervlaktedelfstoffen

EPDM (etheenpropeendieenmonomeer)

OMSCHRIJVING:
EPDM staat voor etheenpropeendieenmonomeer. Het is een synthetische, gevulcaniseerde rubber.
EPDM heeft een rekbaarheid tot 400% en ongevoeligheid voor UV-straling en vele logen, zuren en zouten.

TOEPASSING:
EPDM wordt vooral toegepast als dakbedekkingsfolie, waterkerende folie, tochtprofiel, kierdichtingsprofiel,…
Er bestaat ook zelfklevende EPDM, bijvoorbeeld voor toepassing in dakgoten.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
Basis is aardolie.

Verwerking:
EPDM wordt verkregen door polimerisatie van etheen, propeen en dieenmonomeer. Aan dit mengsel worden roet, zwavel en andere vulstoffen toegevoegd. Voor toepassing als dakbedekking moet het materiaal worden gekalandeerd en gevulkaniseerd. Bij het vulkaniseren verandert de rubbermassa van een thermoplastisch in een elastisch materiaal. Door de toevoeging van zwavel ontstaan bruggen tussen de EPDM moleculen en er ontstaat een netstruktuur. EPDM kan eventueel worden gewapend met kunststofvezels.

Op het dak hoeft EPDM niet te worden verkleefd aan de ondergrond; mechanische bevestiging (klemmen of vastspijkeren aan de randen) of verzwaring (met begroeiing, grind of tegels) is voldoende. Tegenwoordig zijn er lijmen waarmee EPDM ook volledig kan worden verkleefd met de ondergrond, vaak in combinatie met een kunststof isolatieplaat. Dit heeft nadelige gevolgen voor de verwerkbaarheid in de afvalfase van het dak.

Gebruik:
Van EPDM in de gebruiksfase zijn geen negatieve gevolgen voor het milieu bekend. EPDM is een duurzaam materiaal: het gaat ongeveer twee keer zo lang mee als bitumineuze dakbedekkingsmaterialen. De levensduur is nog langer als het materiaal wordt beschermd onder een begroeid dak.

De afvalfase
-recyclage: EPDM-folie is geschikt (als niet geplakt aan de ondergrond) om na sloop in de primaire vorm te worden hergebruikt op een ander dak. EPDM kan worden gerecycleerd tot rubbergranulaat, voor toepassing in een ander product.
-verbranding:Bij verbranding kunnen evenals bij andere kunststoffen schadelijke emissies vrijkomen.
Stort: over effecten bij stort zijn er geen gegevens.

Samengevat: Ook al weegt het productie en ontstaansproces zwaar in de levenscyclusanalyse, de levensduur weegt zwaarst door, vandaar wordt EPDM, als er voor kunststof moet gekozen worden (als een plat dak nodig is) zelfs aangeraden als milieuvriendelijkst materiaal.

MILIEUKADER:
milieukader 3: petrochemische oorsprong

Bitumen

OMSCHRIJVING:
Bitumen is een aardolieproduct en lijkt bij gebruik goed op de oorspronkelijke ruwe olie.
In de bouw wordt vooral ‘gemodificeerd’ bitumen (composietmateriaal) gebruikt: SBS en APP-gemodificeerd bitumen.
Bitumen kan met kunststofvezels worden gewapend.

TOEPASSING:
Bitumen wordt vooral toegepast als dakbedekking of water- en wortelkerende laag.
Meestal wordt als dakbedekking een meerlaags bitumen toegepast.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
De oorsprong van bitumina begint bij de winning van aardolie, het transport daarvan en de raffinageprocessen.

Productie:
Bitumenproducten worden in België en Nederland vervaardigd.
Bitumencompounds ( met een textiele drager gewapend tot banen) worden meestal, door middel van het verhitten van een brandlaag aan de baanrand, aan elkaar verkleefd en niet meer op de ondergrond.
In milieutechnisch opzicht is dit een belangrijke verbetering, doordat het materiaal niet meer verkleeft met de ondergrond, is hergebruik en recyclage gemakkelijker.

Gebruik:
In een normale situatie van het gebruik heeft bitumen geen schadelijke gevolgen voor milieu en gezondheid. Bitumen bevat PAK's (polycyclische aromatische koolwaterstoffen); deze zijn niet afbreekbaar en bij brand kunnen die uitvloeien.

De afvalfase:
-recyclage: Het materiaal kan dus worden gerecycleerd, het komt dan in de weg- en waterbouw terecht.
-stort: bij stort moet bitumen worden beschouwd als chemisch afval. Als bitumen wordt geplakt, leidt dit ertoe dat ook de ondergrond tot het chemisch afval behoort. Bij alle bouwafval is dus de goede scheiding van de verschillende materialen zeer belangrijk voor hergebruik.

Samengevat: Het gebruik van bitumineuze materialen wordt vanuit milieustandpunt sterk afgeraden. Er is eerst al de productie uit aardolie. De korte levensduur weegt zwaar door in de Levenscyclusanalyse. Andere kunststoffen zoals EPDM zullen in de toekomst deze stoffen volledig vervangen. Ook al is EPDM rubber, het gaat minstens twee maal zo lang mee als bitumen, door de verwerking (lassen) is het ook volledig recycleerbaar.

MILIEUKADER:
Milieukader 3: Materialen uit petrochemische grondstoffen.

Inhoud syndiceren