Plafond

Gips

OMSCHRIJVING:
Gips is een verbinding van calciumsulfaat met kristalwater. Deze verbinding vindt men in de natuur en als reststof ontstaat bij industriële processen.
Er bestaan verschillende soorten industriële afvalgips (zoals fosforzuur-, fluoro-, magnesiumoxide- en rookgasontzwavelingsgips), die afkomstig zijn van het 'wassen' van afvalgassen in de industrie. Rogips is afkomstig van elektriciteits- en vuilverbrandingsinstallaties.
Van de genoemde afvalgipsen wordt in de bouw vooral rookgasontzwavelingsgips (rogips) toegepast.

Gipskartonplaten:  bestaan uit een kern van zuiver gips omhuld door een laagje karton. Gipskartonplaten zijn lichter in gewicht en minder stijf dan gipsvezelplaten, daardoor zijn ze makkelijker te verwerken.
Gipsvezelplaten: bestaan uit een mengsel van gips en cellulose (afkomstig van oud papier of houtvezel). Ze zijn sterker, beschadigen minder snel en zijn ook beter bestand tegen vocht dan gipskartonplaten.

TOEPASSING:
Voordeel is dat gipsplaten brandwerend en brandvertragend zijn. De platen zijn relatief breekbaar en niet vochtbestendig (er bestaan wel platen voor in vochtige binnenruimten). Gipsplaten worden dan ook alleen voor binnentoepassingen gebruikt.
Vooral voor wanden en plafonds: gipsplaten op houten of metalen regelwerk en ook als bepleistering (kan ook gespoten worden).
Anhydriet voor dekvloeren bevat ook gips.

Gipsblokken zijn, in verband met oplossingsmogelijkheid en beperkte vorstbestendigheid (door de porositeit), minder geschikt voor buitentoepassingen.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning
Natuurgips wordt gewonnen in Frankrijk en Duitsland en heeft als nadeel dat bij winning aantasting van het landschap plaatsvindt.
Vroeger werd afvalgips vaak gestort (in zee); tegenwoordig worden deze restmaterialen nuttig toegepast.

Transport
Afvalgipsen zijn afkomstig van de eigen industrie en hoeven dus niet ver te worden getransporteerd.

Verwerking
Van de verwerking van natuurgips zijn weinig milieubelastende of gezondheidsaantastende effecten bekend. Afvalgipsen zijn op zich al chemisch vervuild en kunnen bij verdere verwerking nadelige gezondheidseffecten hebben.

Gebruik
Begin jaren tachtig was de afgifte van radongas (radioactief) uit gips in het nieuws. Dit radongas kwam voornamelijk vrij uit fosforgips, een gipssoort die afkomstig is uit de productie van fosfaten voor de kunstmest- of wasmiddelenindustrie. Deze gipssoort wordt niet meer gebruikt in gipsplaten of gipsblokken. Uit de andere gipssoorten komt een verwaarloosbare hoeveelheid radongas vrij, vergeleken met de hoeveelheid radongas die van nature in de bodem aanwezig is.

Rogips heeft in tegenstelling tot die gipssoorten geen hoge radioactiviteit. Het is dus een prima restmateriaal om in de bouw toe te passen.

De afvalfase
Zelden wordt gips in zijn oorspronkelijke vorm uit een gebouw gehaald: blokken zijn beschadigd; platen gebroken. Direct hergebruik is dus, hoewel theoretisch mogelijk, in de praktijk moeilijk te realiseren.
Gipsblokken, gips(karton)platen en gipsspuitwerk moeten eigenlijk worden verwijderd voordat de rest van het gebouw wordt afgebroken.
Anhydriet kan van een onderliggende vloerconstructie worden losgehouden door een folielaag.
Bij sloop moeten gips en anhydriet apart worden gehouden van beton- en metselwerkpuin, omdat het zachte gips de kwaliteit van puingranulaat negatief beïnvloedt. Bovendien kunnen gips en anhydriet water opnemen en zwellen. In de afvalfase kan gips dus alleen maar worden gestort.

samengevat: gips hoeft niet ver getransporteerd te worden als het om afvalgipsen gaat. (vroeger werden deze in zee gestort). Het spreekt vanzelf dat als deze al vervuild zijn of schadelijke stoffen bevatten, het gebruik en de afvalverwerking afgeraden wordt. In de ecologische bouw wordt gipsbepleistering meestal vervangen door leem.

MILIEUKADER:
Milieukader 2: Materialen uit oppervlaktedelfstoffen.

Natuurverf

OMSCHRIJVING:
Verven op (lijn)oliebasis zijn veel minder schadelijk voor het milieu dan alkydehars- of acrylaatdispersieverven.
Als bindmiddel wordt gebruik gemaakt van lijnolie (of houtolie) en natuurharsen (damarhars, colophonium), als minerale bindmiddelen o.a. kalk, kalkcaseïne, leem.

Oplosmiddel: Terpentijn is een natuurlijk oplosmiddel, dat ook toxisch is en als verdunningsmiddel wordt gebruikt. Ook citrusolie kan hiervoor dienen, maar is zeer duur. Verven met terpentijn kunnen in verband met de giftigheid ervan het best zo weinig mogelijk verdund worden.
Natuurverf op waterbasis heeft enkel water als oplosmiddel.

Pigmenten zijn van organische (plantaardig of dierlijk) of minerale oorsprong. (aardpigmenten, ijzer- of metaaloxiden).
Een aantal natuurverven bevat ook kunstmatige pigmenten (die dan ook toxisch kunnen zijn).

Hulpstoffen zijn zoveel mogelijk afkomstig van hernieuwbare grondstoffen. Bijv. Etherische oliën als bewaarmiddel. Antischimmel en antiroestmiddel worden niet toegevoegd.

TOEPASSING:
(Lijn)olieverf hecht zeer goed en is elastischer dan de synthetische verven. Het is dampdoorlatend en niet statisch oplaadbaar, maar ook minder duurzaam.
Verf op lijnoliebasis moet in drie tot vier lagen worden aangebracht en heeft - in geval van hoogglansverf - een lange droogtijd.

-Natuurverf in poedervorm is het meest ecologisch, maar moet dus ter plaatse worden aangemaakt. Voordeel is dat geen bewaarmiddelen (die schadelijk zouden kunnen zijn voor het milieu) toegevoegd worden. Nadeel is wel dat aangemaakte verf niet lang kan bewaard worden.

-Natuurverf in vloeibare vorm wordt meestal in geconcentreerde vorm aangeleverd.

Toepassing op hout, ijzer, muren enz.
Silicaatverf wordt vooral gebruikt voor buitentoepassingen.
Kookverf is geschikt voor onbewerkt, ruw en verweerd hout.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Winning:
Echt volledige natuurverf is dus samengesteld uit natuurlijke (hernieuwbare) grondstoffen. Voor verf in poedervorm is het volume dat naar de winkel moet vervoerd worden compacter.

De afvalfase:
-recyclage: de verpakkingen zijn voor poederverf karton of papier, voor vloeibare verf: blik of herbruikbare kunststof. 
-stort: De verfresten zijn composteerbaar. De fabrikant vermeldt meestal op het etiket in welke vorm verfresten kunnen gecomposteerd worden (in vloeibare vorm of verdund met water of ingedroogd).

Samengevat: Natuurverven hebben dus al een streepje voor bij de milieuoverwegingen wegens hun grondstoffen. De keuze voor verven zonder VOS (vluchtige organische stoffen, die mee aan de basis liggen van de hoeveelheid ozon in de lucht) is zeer belangrijk als milieustandpunt. Ook voor de mensen die ermee werken zijn deze stoffen schadelijk. Vibe v.z.w. geeft bij de eerste keuze voor natuurverf het ecolabel ‘natureplus’ als meest betrouwbare. Als tweede keuze watergedragen natuurverven en als alternatief: Verven met een ander eco-label dan natureplus.

MILIEUKADER:
Milieukader 1: nagroeibare grondstoffen

Acrylaatdispersieverf

(acrylaatverf-acrylverf-vinylverf-latexverf)

OMSCHRIJVING:
Acrylaatdispersieverven  zijn watergedragen verven.
Bindmiddel: acrylaathars of vinylhars.
Oplosmiddel: water. Acrylaatverf wordt om zijn waterverdunbaarheid wel eens waterverf genoemd, maar dat is het zeker niet. In acrylaatdispersieverf worden in plaats van VOS (Vluchtige Organische Stoffen) ook alcohol en glycolethers gebruikt. (en 5 tot 10% organisch oplosmiddel). Deze verdampen dan reukloos.
Pigmenten kunnen van organische (petrochemische) of minerale oorsprong zijn.

TOEPASSING:
Muur- en plafondverven, ook houtverven.
Acrylaatverf is beter UV-bestendig en elastischer dan alkydverf, waardoor er minder vaak hoeft te worden bijgeschilderd. De verf is elastisch en daardoor zeer geschikt voor plaatsen met hoge vochtigheid of kans op scheurvorming.
Latexverven zijn goed bestand tegen vuil (afwasbaar) en spatwater.
Acrylaatverf hecht niet goed op alkydharsverf.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Gebruik:
Acrylaatdispersieverf bevat meestal ongeveer 15% terpentine; de verf is dus niet helemaal VOS-vrij. Terpentine kan (huid)irritaties veroorzaken.

De afvalfase
Eigenlijk mag het materiaal waarmee de verf is aangebracht niet onder de kraan worden uitgespoeld. Het spoelwater van acrylaatdispersieverf is namelijk ook chemisch afval en moet apart opgevangen worden. (Rioolwaterzuiveringsinstallaties worden hierdoor zwaarder belast met ecotoxische verfresten).
Verwijderen:Acrylaatverf kan niet met een hitte en krabber worden verwijderd, alleen met oplosmiddelen. De opgeloste verf is weer chemisch afval.

Samengevat: Verven op waterbasis (acrylaatdispersieverven) geven het idee milieuvriendelijk te zijn. Maar ze bevatten dus evengoed toxische (o.a. schimmelwerende) middelen als alkydharsverf. De gevolgen voor de blootstelling aan de dampen (glycolethers en –esters als oplosmiddel) van schilders, zijn nog niet helemaal bekend. Ook hier geldt: een goede verluchting tijdens het schilderen.
De keuze voor deze verven is dus afhankelijk van de weerstand die ze moeten bieden en hoe lang ze zullen meegaan. Vanuit milieuoogpunt is verf op basis van hernieuwbare grondstoffen aangeraden. Er bestaat ook natuurlatexverf. Een keuze voor natuurverf (ecolabel) moet overwogen worden.

MILIEUKADER:
Milieukader 3: Materialen uit petrochemische grondstoffen.

alkydverf

OMSCHRIJVING:
Alkydverf heeft een solventbasis.
Bindmiddel is Alkydhars
Pigmenten kunnen van organische (petrochemische) of minerale oorsprong zijn.

Alkydharsverf bevat dus drie (schadelijke) basisingrediënten: bindmiddel, pigment, oplosmiddel (VOS, vluchtige organische stoffen: 40 tot 60% organisch oplosmiddel, vaak white spirit) en mogelijk vulstof.

High solid alkydverf bevat veel minder oplosmiddelen (VOS) 15 tot 25% organisch oplosmiddel.
High-solidverf wordt al in één of twee (dus minder) lagen dekkend aangebracht.
Er bestaat tegenwoordig ook 'monodek'-verf, die in één laag dekkend wordt aangebracht.

TOEPASSING:
Alkydharsverf heeft als voordeel dat het op vrijwel elke ondergrond hecht.
Op muren en plafonds. Waar de verf bestand moet zijn tegen mechanische belasting en (extreme) weersomstandigheden.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Productie:
Producten op basis van aardoliederivaten zijn vanuit milieustandpunt niet aan te raden.

Gebruik:
De VOS in traditionele (alkydhars-)verven en lijmen kunnen OPS (een vorm van zenuwaantasting) en uiteindelijk aantasting van de hersenen veroorzaken bij schilders en mensen die vaak of langdurig in een omgeving met net geschilderde of gelijmde producten verblijven. Belangrijk is de ruimte goed te ventileren.
Het zijn dus vooral de oplosmiddelen die vaak schadelijk zijn: deze dienen om roest, schimmel en bederf  tegen te gaan. Er worden ook droogstoffen gebruikt en verdikkingsmidddelen zoals polyacrylaat.

De afvalfase:
Alkydverven - maar dat geldt voor alle verfsoorten - zijn chemisch afval (KGA). Wegspoelen via de goot is uit den boze. Problemen met de waterzuivering en oppervlaktewater komen hieruit voort.
Alkydverf kan relatief eenvoudig worden verwijderd met een hete luchtblazer (de oplosmiddelen zijn dan al uitgedampt, dus geven geen gevaar meer).

Samengevat: Men kiest best steeds materiaal dat tegen de te weerstane weersomstandigheden kan, in eerste instantie moet men proberen verf te vermijden. Bij gebruik van verf of vernis, is verf op waterbasis, acrylaatdispersieverf en in het bijzonder natuurverf (ecolabel) aan te raden.

MILIEUKADER:
 
Milieukader 3: Materialen uit petrochemische grondstoffen.

PC (polycarbonaat)

OMSCHRIJVING:
PC staat voor polycarbonaat, een transparante kunststof.
PC is een thermoplast

TOEPASSING:
PC wordt onder andere gebruikt voor CD's en als onbreekbaar 'glas' in overkappingen, wanden, gebogen raamvlakken,…

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Ontginning:
De winning van aardolie kan zorgen voor verstoring en aantasting van bodemprocessen. De meeste winning van olie vindt plaats in het Midden-Oosten en op zee. Het transport van de ruwe olie gebeurt met zeetankers. Op zich ook al een milieurisico.

Verwerking:
Bij de productie van PC worden bisfenol A, dichloormethaan, fosgeen en pyridine gebruikt.
 
Gebruik:
In geval van brand gaat PC druipen, wat een gevaarlijke situatie teweegbrengt.

De afvalfase
-recyclage: Zowel PC is direct te hergebruiken en te recycleren.
-verbranden: bij het volledig verbranden van PC komen in principe alleen waterstof, koolstof en zuurstof vrij.

Samengevat: Er zou nog maar voor een 40tal jaren aardolie beschikbaar zijn. Het gebruik van kunststoffen uit milieuvriendelijker grondstoffen en die ook beter recycleerbaar zijn geniet de voorkeur.
Bij keuze voor kunststoffen moet de levensduur (ook UVbestendigheid van de kleuren) nagegaan worden en voorkeur gegeven worden aan thermoplasten.
Glas blijft een milieuvriendelijker oplossing, al speelt hier natuurlijk ook het gewicht (geringere hoeveelheid materiaal) een rol.

MILIEUKADER:
milieukader 3: petrochemische oorsprong

composieten

OMSCHRIJVING:
Composiet betekent ‘samengesteld’. Kunststof composieten zijn vezels gecombineerd met (kunststof)-hars. Zowel in constructie als in verwerkingstechnieken is er een zeer grote verscheidenheid. Een keuze voor composieten moet dus aan het begin van het ontwerpproces gebeuren. Vormgeving moet afgestemd worden op de mogelijkheden qua productie en mechanische eigenschappen.

De belangrijkste kunststofcomposieten zijn nog altijd polyester- en epoxyharsen. Bij deze harsen zijn er de laatste jaren ontwikkelingen naar meer milieuvriendelijke harsen, zoals styreenarme harsen (LSE-harsen) en water gedragen harsen
Thermoplastische composieten (lagere productiekosten) hebben een goede chemische- en corrosiebestendigheid, beter dan conventionele kunststoffen. De productie kan gebeuren met zo goed als geen emissie, ook recycleren is mogelijk. Meestal zijn ze samengesteld uit: koolstofvezels, aramidevezels en E-glas. De harsen die daarbij worden toegevoegd zijn voornamelijk PPS, PEEK, polypropyleen (PP), Nylon, PC, en PEI.

TOEPASSING:
In de ruimtevaart en automobielsector is er al lang een groot gebruik van composieten. Er is een grote opmars bezig in toepassing in meubilair en bevestigingsmiddelen, het gaat dan vooral om glasvezel gecombineerd met aluminium. Met metaalvezellaminaten kan men grote gebogen constructies maken die minder vermoeiing vertonen dan metaal op zich.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning en productie:
Bij het gebruik van kunststof zijn er steeds nadelige milieuargumenten. Vooral het gebruik van aardolie en de emissies bij het produceren wegen zwaar door in de levenscyclus.

Afval:
Bij het combineren van die kunststoffen met metalen, weegt de afvalfase weer zwaarder door. Het scheiden van de verschillende componenten is niet zo eenvoudig.

Samengevat: Kiezen voor composietmaterialen kan ook vanuit milieustandpunt geen eerste keuze zijn. Nochtans geeft het lichte gewicht en een hogere stijfheid serieuze voordelen in de hoeveelheid materiaalgebruik. Ook bijvoorbeeld het voorkomen van roestvorming en beschadiging door de samenstelling van het materiaal maakt dat er geen bijkomende nabehandelingen nodig zijn.
In plaats van glasvezel vinden we in de nieuwste composieten ook natuurvezels zoals vlas, hennep en jute, ook als versterking voor thermoplastische composieten. Zij hebben een lagere kostprijs maar zijn dan ook iets minder sterk.

MILIEUKADER:
Milieukader 3: uit petrochemische grondstoffen.

PVC (Polyvinylchloryde)

OMSCHRIJVING:
PVC ( polyvinylchloride), is één van de oudste en meest gebruikte kunststoffen. Het is een 'gechloreerde koolwaterstofpolymeer'. Het wordt gemaakt uit et(hyl)een (uit een fossiele brandstof, meestal aardolie of aardgas) en NaCl (keukenzout).
Zuiver PVC is hard en transparant. Door toeslagstoffen worden eigenschappen als buigzaamheid en kleur aangepast.
Het eindproduct is afhankelijk van de manier van bewerken:

TOEPASSING:
Volgens bewerkingsproces:
-Extrusie: leidingen, raamprofielen, golfplaten, isolatie voor elektriciteitskabels, folies en dakgoten.
-Injectie: hulp- en verbindingsstukken, bevestigingsprofielen en computerbehuizingen.
-Coating: vinylbehang, vinylvloerbedekking.
-Blaasextrusie: flessen en flacons.
-Kalandering: een doorlopende folie.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Ontginning:
Voor de productie van 1 kg PVC is 0,7 kg aardolie, 1 kg NaCl (keukenzout) en maar liefst 3,8 liter water nodig. De ondergrondse winning van NaCl kan, net als bij de winning van olie, voor verzakking van de bodem en verstoring van bodemprocessen zorgen.

Transport:
Bij de productie van PVC wordt reactief chloor gebruikt. Tegen het transport van chloor wordt door milieuorganisaties als Greenpeace geprotesteerd, omdat het chloor mutageen (erfelijk materiaal veranderend) zou zijn, alleszins is het gevaarlijk transport.

Verwerking:
PVC wordt voor 43% gemaakt uit aardolie en voor 57% uit keukenzout. Van aardolie wordt etheengas gemaakt. Uit het zout wordt door middel van elektrolyse chloor gehaald (waarbij asbest vrijkomt).
Van etheen en chloor wordt VC (vinylchloride) oftewel VCM (vinylchloridemonomeer) gemaakt; VC(M) (ook gevaarlijke stoffen: mutageen en carcinogeen).
Via een polymerisatieproces - aan de losse VCM-moleculen wordt een katalysator toegevoegd - ontstaat het polymeer PVC, een wit poeder. Aan PVC worden additieven - weekmakers (ftalaten), stabilisatoren, vulmiddelen, kleurstoffen etc. - toegevoegd om bepaalde gewenste eigenschappen te bereiken.
Bij de productie van PVC ontstaat organochloorhoudend chemisch afval en chloor. Chloor wordt voor toepassing in andere industrieën meestal per trein getransporteerd.
PVC is statisch oplaadbaar. En trekt dus makkelijk vuil aan.

De afvalfase
-recycleren: PVC kan zowel primair (in de oorspronkelijke productvorm) als secundair (als regranulaat) worden hergebruikt.
Het PVC-afval wordt schoongemaakt en vermalen tot regranulaat. Dit oude PVC kan door de verschillende toevoegingen alleen als kern in bijvoorbeeld buizen of ramen worden gebruikt; de binnen- en buitenkant bestaat dan uit nieuw PVC. Op deze wijze is tenminste 30% primair materiaal nodig.

-storten: Als PVC-afval wordt gestort, is het onafbreekbaar. Ftalaten, zoals in folies, kunnen uitlogen in de bodem en het grondwater.

Samengevat: Er zou nog maar voor een 40tal jaren aardolie beschikbaar zijn. Het ontwikkelen van kunststoffen uit milieuvriendelijker grondstoffen en die ook beter recycleerbaar zijn geniet de voorkeur. Bij keuze voor PVC moet de levensduur (ook UVbestendigheid van de kleuren) nagegaan worden.

PPC PPC (polypropeencopolymeer) wordt steeds vaker gebruikt als vervanger van PVC in de vorm van binnen- en buitenriolering, elektriciteitsleiding en soms - in een UV-bestendige vorm - in regenpijpen en dakgoten. Het heeft ongeveer dezelfde energie-inhoud als PVC en bevat minder schadelijke stoffen. Desondanks komen ook bij de productie van deze kunststof schadelijke emissies vrij.

MILIEUKADER
Milieukader 3: petrochemische grondstoffen.

Aluminium

OMSCHRIJVING:
Het basismateriaal voor aluminium (Al) is bauxiet. Het wordt gelegeerd met magnesium (Mg) en silicium (Si). Het materiaal is goed te 'extruderen' (in visceuze toestand te persen door een mal) waardoor een geprofileerd product ontstaat.

TOEPASSING:
Aluminium is minder sterk en stijf dan bijvoorbeeld staal. Doordat het een vrij licht materiaal is, werd het oorspronkelijk toegepast in de vliegtuigbouw en ruimtevaart. In de bouwsector vinden we het vooral als raamprofiel, bij meubel- en wandprofielen en als beplating terug.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning en productie:
Aluminiumproductie vanuit bauxiet (het basismateriaal voor aluminium) is bij het huidige gebruik nog zeker 150 jaar mogelijk. De grootste producenten van Bauxiet zijn Zuid-Amerika en Oceanië.
Bij elke ton bauxiet komt 3 ton onbruikbaar productieafval vrij; (vooral aluinaarde of rode modder). Dit afval zorgt voor verontreiniging van oppervlaktewater.
Er zijn veel emissies bij de productie, dezelfde als bij lood en zink, maar er is tevens emissie van fluoriden, aluminiumzouten en slakken. Met name fluorzouten zijn toxisch.

Verwerking:

Voor productie van aluminium is zeer veel energie nodig, per kilo ongeveer anderhalf keer zoveel als bij staal. Dit komt doordat aluminium uit bauxiet moet worden geëlektrolyseerd.

Gebruik:
Aluminium is in principe zeer duurzaam. Het corrodeert wel, maar daarbij vormt zich een laagje op het metaal, dat verdere corrosie voorkomt. Anodiseren of verven (poedercoaten) zijn andere mogelijkheden om de levensduur te verlengen.

De afvalfase:
Bij het maken van aluminiumproducten uit hergebruikt aluminium is nog maar 5 tot 10% nodig van de energie die nodig was voor de productie van primair aluminium. Zeker bij aluminium geldt dus: hoe vaker het wordt hergebruikt, des te lichter wegen de milieubezwaren van de oorspronkelijke productiefase.

Samengevat: Vanuit de winning is het product te milieubelastend als eerste keuze. Aluminium kan dus omwille van het lage onderhoud en de duurzaamheid, als je het goed beschermt en zo aan elkaar vastzet dat het makkelijk recupereerbaar is.

MILIEUKADER:
Milieukader 2: materialen uit oppervlaktedelfstoffen.

Inhoud syndiceren