Badkamer

Asbestvinyl

Tot in de jaren 70 en begin jaren 80 werd gebruik gemaakt van asbesthoudende vinylvloeren. Men herkent ze aan hun zwarte onderzijde en hun breekbaarheid bij buiging. Het zijn harde, dunne, meestal gevlamde tegels. Ze zijn ook meestal bevestigd met asbesthoudende lijm.

Ook onder vloerbedekkingen van vinyl (zowel zeil als tegels) werd dikwijls een laag asbestvilt of asbestkarton aangebracht, dat voor 70 tot 80 % bestond uit asbest.

TOEPASSING:
Vooral veel toegepast in schoolgebouwen.
Ook de rugkant van ‘cushion-vinyl’- vloer- en wandbekleding bevatte asbestvezels.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Probleem:
Asbest heeft de eigenschap om zich in uiterst fijne vezeltjes te splitsen, die gemakkelijk ingeademd worden. In de longen veroorzaken ze heel ernstige ziektes zoals asbestose en longkanker.

Verwijderen:
Wanneer asbestproducten intact blijven, kunnen ze soms behouden blijven. Belangrijk is dat er geen vezels loskomen! Dus breken, scheuren, afspuiten met een hogedrukreiniger, kortom VERWIJDEREN DAT SAMEN KAN GAAN MET HET LOSKOMEN VAN ASBESTVEZELS, MOET VERMEDEN WORDEN.
Alle info vindt u in de brochure van de federale overheid: ‘asbest in en om het huis’. asbest, en nu? (provincie Vlaams-Brabant) en op: lucht.milieuinfo.

Samengevat: Zolang deze vloerbekledingen intact zijn en het asbest in gebonden toestand is, vormen ze geen probleem. Verwijdering ervan zonder voorzorgen kan een sterke blootstelling van asbestvezels tot gevolg hebben. Vraag meer info en besteed deze werken uit aan specialisten.
Een lijst van gespecialeerde aannemers kan u hier vinden.

MILIEUKADER:
Wordt niet meer gebruikt.

Dubbel of meervoudig glas

OMSCHRIJVING:
Meervoudig glas wordt opgebouwd uit twee of meerdere glasbladen met daartussen een hermetisch afgesloten spouw. De spouw is gevuld met droge lucht of gas, zodat een evenwicht bestaat tussen de atmosferische druk binnen en buiten de glasplaten. Het gebruik van gassen in de spouw zorgen voor een betere akoestische en thermische isolatie. Ook de breedte van de spouw (15 mm is optimaal) en de dikte van de glasplaten hebben een invloed op de isolerende waarde van het glas.
Tegenwoordig wordt er op de binnenzijde van de glasplaten een isolerende coating aangebracht, waardoor de isolerende waarde nog verbetert, terwijl zonlicht grotendeels wordt doorgelaten. Dit is dan HR+ en HR++ glas.

Meervoudig glas kan specifiek warmtewerende eigenschappen verkrijgen. Hierbij wordt één van de glasplaten vervangen door absorberend of zonnereflecterend glas.

TOEPASSING:
Dubbel en meervoudig glas wordt vooral gebruikt in de bouwsector.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Verwerking
Doordat er meerdere glasplaten gebruikt worden, zijn meer grondstoffen nodig dan bij enkel glas.

Gebruik
Meervoudig glas heeft een beter isolerend vermogen dan enkel glas.

Samengevat
De productie van dubbel of meervoudig glas vergt meer energie, omdat er verschillende glasplaten nodig zijn. De isolerende waarde, en dus de mogelijke energie- en andere besparingen, ligt zoveel hoger dat de extra energie in de productiefase snel wordt opgevangen in de gebruiksfase. Indien de isolerende waarde van belang is in de toepassing van glas, dan is het gebruik van meervoudig glas aan te raden.

MILIEUKADER:
Milieukader 2: oppervlaktedelfstoffen

Natuursteen

OMSCHRIJVING:
Natuursteen is een verzamelnaam voor verschillende gesteenten: marmer, graniet, blauwe hardsteen, leisteen, basalt, zandsteen, kalksteen, lavasteen, tufsteen

Natuursteensoorten worden ingedeeld volgens hun geologische ontstaansgeschiedenis.
Carbonaatstenen: kalksteen en marmers. Silicaatstenen: zandsteen, hardsteen en graniet.
Stollings- en vulkanisch gesteente: lavasteen en tufsteen.

TOEPASSING:
Gebruik van natuursteen in de bouw heeft een geschiedenis tot in de prehistorie. In de ardennen bijvoorbeeld kunnen muren worden opgetrokken in natuursteen.
Voor ons gaat het vooral over vloerbekleding, keukenaanrecht, gevelbekleding, badkamermeubel, trappen...

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
Natuursteen wordt over de hele wereld gewonnen. In België vooral blauwe hardsteen. Verder is er in Europa natuursteen te vinden in Duitsland, Frankrijk, Italië, Noorwegen, Schotland. Bij winning in open groeves wordt het landschap aangetast. De meeste groeves bestaan echter al eeuwen, waardoor van extra aantasting van ecosystemen nauwelijks sprake is. Voor werknemers moeten de normen van inademen van steenstof worden opgevolgd. (Silicose is een ernstige aantasting van de longen door silica).

Transport:
Door de massa van natuursteen is energie nodig voor het transport (zeeschip en/of vrachtwagen) een belangrijke factor in de milieubelasting.

Verwerking:
Natuursteen wordt na winning meestal nog bewerkt: zagen, slijpen, polijsten en diverse oppervlaktebehandelingen.

Gebruik:
Verzuring heeft geleid tot aantasting van veel natuursteen in steden.

De afvalfase:
Natuursteen kan direct worden hergebruikt of verzaagd tot kleinere stukken. Het kan ook in kleine brokjes met kunsthars gebonden worden in composietplaten.

samengevat: De enige minpunten bij natuursteen zijn het energieverbruik bij transport en de arbeidomstandigheden in ontwikkelingslanden. Het spreekt vanzelf dat natuurlijke materialen best dichtbij hun winningsplaats worden gebruikt. Dus Europese natuurstenen kunnen de voorkeur verdienen.

MILIEUKADER:
Milieukader 2: materialen uit oppervlaktedelfstoffen

Epoxy

Epoxy’s zijn kunstharsen. Meestal zijn ze een twee-componenten product, namelijk een hars en een harder. (Soms nog met een vulstof bijv. zand of grind).
Om epoxy’s te kunnen verwerken, bevatten ze een oplosmiddel (water soms of organisch).

TOEPASSING:
Lijmen (constructielijm, tegellijm), voegmiddel, coatings, primers, gietvloer, reparatiemiddelen. composieten.


MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning:
Het proces om epoxy te creëren begint bij propeen dat reageert met chloor en allylchloride. Door verdere bewerking met hypochloriet en natriumhudroxide ontstaat epichloorhydrine. Nog enkele reacties verder ontstaan vloeibare of harde epoxyharsen.
Met glas- of koolstofvezels maakt men gewapende kunststoffen en composieten;

Verwerking:
Er zijn oplosmiddelen die niet verdwijnen door verdamping, maar doordat ze in het eindproduct worden opgenomen. Zo komen ze niet in het milieu terecht (reactieve verdunners: `epoxyderivaten').
De hardercomponent bevat één of meer alifatische aminen (de eigenlijke verharder) en verdunningsmiddelen.

Mensen die met epoxy werken kunnen blijvende allergische (huid)reacties ontwikkelen.

Gebruik:
Kunststofvloeren kennen hun oorsprong in de industriële sector omdat ze slijtvast, chemicaliënbestendig en vloeistofdicht zijn. In composietmaterialen spelt het lichte gewicht en het niet roesten in het voordeel.
Door het inademen van dampen van epoxygebonden reparatiemiddelen kan allergie van de luchtwegen en slijmvliezen ontstaan.

De afvalfase:
Epoxy’s zijn in de afvalfase meestal vastgehecht aan andere materialen, waardoor ze niet te recycleren zijn.

Samengevat: Verwerkt in composietmaterialen kunnen epoxy’s zeer lichte en resistente materialen zijn die milieuvriendelijk zijn omwille van hun licht gewicht. Epoxy gietvloeren zijn bijna oplosmiddelvrij (buiten benzylalcohol). Van alle gietvloeren en coatings zijn epoxy’s het best bestand tegen puntlasten en slijtage. Een gietvloer is merkelijk dikker (± 2 mm) dan een coating (0,2 mm), en gaat dus langer mee. De productie met chloor en het afvalprobleem zijn de grootste minpunten.

MILIEUKADER:
Milieukader 3: materialen uit petrochemische stoffen.

parket

Een massieve parket- of plankenvloer bestaat uit verschillende planken uit één stuk die één voor één (volgens een bepaald patroon) op de ondervloer geplaatst worden.
Meestal maakt men een ‘strokenparket’, bij brede stroken spreekt men ook over ‘plankenvloer’.
De dunnere soort (ongeveer 10 mm dik) wordt vaak verlijmd en vernageld op een ‘onderparket’, dat bestaat uit goedkope parketsoort, spaanderplaten, multiplexplaten of OSB-platen.
Dikkere (minimum 13 mm, meestal 20 à 22 mm dik) parket wordt rechtsreeks op een isolatielaagje of houten balklaag gelegd.

Een fineerparket bestaat uit een drager (die de sterkte maakt), meestal MDF. En een toplaag uit echt hout (en niet uit kunststof zoals bij laminaat).

Een meerlagig of gelamelleerd parket bestaat uit verschillende lagen: een onderlaag, meestal uit naaldhout of multiplex, een tussenlaag van dennenhout (maar vaak ook uit MDF of HDF) en tenslotte een toplaag van harder massief hout. Het voordeel van meerlagig parket is dat het minder kromtrekt dan volhout.

TOEPASSING:
Meestal worden voor een houten vloer harde houtsoorten gebruikt, die tegen een stootje kunnen (bijvoorbeeld eik of tropische houtsoorten).
Voor minder belopen vloeren, slaapkamers en dergelijke, volstaan minder harde houtsoorden, zoals vuren, dennen, grenen enz. Die zijn ook goedkoper.
Houten vloeren kunnen mits de juiste houtsoort op de juiste plaats ook in vochtige ruimten worden toegepast.
Met bijvoorbeeld eik is de combinatie met vloerverwarming zelfs mogelijk.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclusanalyse:

Herkomst:
Volhouten vloeren zijn natuurlijk, hout is nagroeibaar, maar…De herkomst van het hout geeft bij parketvloeren een belangrijke milieufactor. Een label dat zowel de bestaande oerbossen als de werkomstandigheden respecteert is ook in ons land al zeer veel gebruikt: FSClabel. http://fsc.wwf.be/

Verwerking:
Het hout wordt tot massieve planken verzaagd. Plaatsen kan op verschillende manieren:
-Houten vloeren vastnagelen op houten vloerbalken is de traditionele vorm van plaatsing. Tussen de houten roostering en de houten vloer kan akoestische isolatie aangebracht worden (bijvoorbeeld kurk, houtvezelplaten..., om contactgeluid te dempen).
Het milieuvoordeel is dat er geen lijm wordt gebuikt. Het hout kan wel ‘werken’ wat bij een natuurlijk materiaal onvermijdelijk is.
-Op een ondergrond van beton of hout(en platen) kan parket ook verlijmd worden. Bij het belopen is er dan minder resonantie dan bij een zwevende vloerconstructie, maar wel een grotere geluidsoverdracht naar de lagere verdiepingen.
De hele vloeroppervlakte moet ingelijmd worden. Dus veel lijm en mogelijk daardoor een slechte luchtkwaliteit.
De verschillende soorten lijmen en hun evaluatie op het vlak van gezondheid zijn terug te vinden in de fiche ‘lijmsoorten voor muur- en vloerbekledingen’  van VIBE vzw.
-Een ‘zwevende’ vloer wordt meest bij fineerhout toegepast. Er wordt eerst een akoestische isolatie gelegd tussen de draagvloer en de houten afwerkvloer. De houten lamellen (tand en groef) kunnen dan los op deze laag liggen.

Gebruik:
Het voordeel van massief hout is dat men het honderden jaren kan blijven gebruiken. Als het hout bijvoorbeeld erg beschadigd is, kan er gewoon een dunne laag worden afgeschuurd en eventueel opnieuw worden behandeld. (Dat kan niet bij fineervloeren met een dunne toplaag en zeker niet bij laminaatvloeren.)

Afwerking:
Vluchtige organische stoffen
(VOS) die vrijkomen uit vernissen en andere afwerkingslagen (en ook uit lijmen) zijn vaak schadelijk voor de gezondheid. Vandaar is het zeer belangrijk bij afwerken van het parket om de ruimte goed te verluchten.
Door hout te vernissen met een harde toplaag (polyurethaanvernis bijvoorbeeld), verdwijnt de ‘ademende’ en vochtregulerende invloed van het hout op het binnenklimaat. Synthetische vernissen kunnen daarbij elektrostatisch opladen.
Meest gebruikt zijn:
-Bij intensief gebruik:vernissen op basis van ureumformaldehyde (bevatten dus  formaldehyde) of tweecomponentenvernissen op basis van polyurethaan (geven tijdens het gebruik irriterende isocyanaten vrij),
-Bij normaal gebruik: Eéncomponentvernissen op basis van polyurethaan en vernissen op basis van acryl (oplosbaar in water). Deze bevatten geen solventen, drogen snel, maar bevatten veel vluchtige glycol-esters (schadelijke invloeden nog niet duidelijk).
-Bij vochtige ruimten: Epoxyvernissen.

Alle vorige vernissen komen uit de petrochemische sector.
Natuurlijke vernissen bevatten geen, of veel minder, chemische componenten. Maar zijn dan weer minder hard.
Nadeel van vernissen is ook dat bij plaatselijke diepe beschadigingen er schimmels of zwarte vlekken onder de vernislaag kunnen ontstaan.
Houten vloeren oliën, behandelen met was en/of boenen geeft eigenlijk een beter resultaat dan vernissen en laat toe dat het hout kan ademen. Een geoliede vloer kan ook goed tegen water. Krassen en vetvlekken kunnen gemakkelijk weggewerkt worden.

Afval:
Zowel volhouten als gelamelleerd houten vloeren zijn makkelijk herbruikbaar. Bij volledig verlijmde vloeren is er wel het probleem het hout intact van de ondergrond te krijgen.

Samengevat: Als het hout niet chemisch behandeld is en de afwerklaag en de eventuele verlijming geen ongezonde producten bevatten, dan is een houten vloer een zeer natuurvriendelijke oplossing.
Als het om tropisch hout gaat is het FSC label een vereiste. Behandeling met plantaardige olie geniet de voorkeur. Bij houten vloeren zijn ook reeds voorbehandelde planken beschikbaar met milieulabel (vb. Natureplus).
zie ook onze fiche over massief hout.

Milieukader:
Milieukader 1: uit natuurlijke grondstoffen.

Keramische materialen

OMSCHRIJVING:
Keramische materialen worden gebakken van klei. Hieraan wordt eventueel zand toegevoegd.
'Verontreinigingen' in de klei bepalen de kleur: veel kalk maakt lichte bakstenen, ijzer in de klei: donkerrode bakstenen en mangaanoxide geeft een donkerbruine baksteen. Wand- en vloertegels bevatten meestal geen zand, porcelein is hardgebakken fijne klei ook zonder zandtoevoeging.
Klinkers zijn bakstenen die op zeer hoge temperatuur zijn gebakken.
Bakstenen kunnen vol of hol door de strengpers geperst worden. Met holle stenen bespaart men materiaal en werkt men (geluids) isolerend.
Voor lichte isolerende stenen kan men ook zaagsel of polystyreenbolletjes in het kleimengsel verbranden.

TOEPASSING:
Bakstenen, straatklinkers, dakpannen, vloerelementen.
Keramische tegels en keramische gevelbekledingselementen.
Porcelein (sanitair)

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Winning
Tegenwoordig is de winning van klei zo grootschalig dat aantasting van uiterwaarden gebeurt. Kleinschalige winning creëerde vroeger achteraf eerder mooie natuurbiotopen
Er is minder ‘aanwas’ van rivierklei dan men wint, maar er is nog geen schaarsheid. De winning van klei uit de bodem zou nadelige milieueffecten hebben op bodemprocessen en grondwaterhuishouding.

Transport
Klei wordt in Vlaanderen of Nederland gewonnen. De transportafstanden zijn dus klein. De producten worden ook meestal bij de winningsplaatsen gemaakt.

Verwerking
Bij het bakken van klei ontstaan diverse emissies. De uitstoot is enigszins afhankelijk van het type klei (welke mineralen en metalen in het materiaal te vinden zijn) en het bakproces. Verbrandingsgassen worden 'gewassen', in de afvoer door een minerale zeef gehaald, waardoor schadelijke emissies worden gebonden aan het mineraal.

Gebruik
Keramische materialen zijn zeer bestand tegen vocht. Baksteen is poreus, waardoor het enigszins ademt en vocht kan opnemen. Positief is dat het ademt en vochtregulerend werkt, nadeel is de capillaire opzuiging van regen- of grondwater.

De afvalfase
Oude bakstenen kunnen meestal volledig worden herbruikt. Dit vooral omdat de mortelspecie ertussen vroeger uit kalk bestond. Met de cementspecie (van na de tweede WO) is deze moeilijker te verwijderen omdat de breukvlakken makkelijker langs de stenen gaan, blijven de stenen niet altijd meer heel.
Met het verlijmen van bakstenen wordt dat scheiden er ook niet beter op.

Keramisch puin kan als steenslag worden hergebruikt, bijvoorbeeld als toeslagmateriaal in beton of als funderingsmateriaal voor bestrating.

De laatste ontwikkelingen scheiden stenen in keramisch en zandachtig materiaal, waarna het keramische materiaal met een deel nieuwe klei opnieuw kan worden gebruikt als grondstof voor bakstenen.

Keramische geveltegels en pannen die niet vastgecementeerd worden kunnen makkelijk herbruikt worden.

Samengevat: Indien niet behandeld zijn keramische producten vanuit milieuoogpunt zeker nog te gebruiken. Keramische producten worden soms geglazuurd en het glazuur kan zware metalen bevatten. Het zorgt wel voor een harde, waterdichte oppervlaktelaag die de steen extra beschermt. Dus ook hier geldt: het juiste materiaal op de juiste plaats, extra bescherming werkt de herbruikfase tegen.

MILIEUKADER:
Milieukader 2: oppervlaktedelfstoffen

Natuurverf

OMSCHRIJVING:
Verven op (lijn)oliebasis zijn veel minder schadelijk voor het milieu dan alkydehars- of acrylaatdispersieverven.
Als bindmiddel wordt gebruik gemaakt van lijnolie (of houtolie) en natuurharsen (damarhars, colophonium), als minerale bindmiddelen o.a. kalk, kalkcaseïne, leem.

Oplosmiddel: Terpentijn is een natuurlijk oplosmiddel, dat ook toxisch is en als verdunningsmiddel wordt gebruikt. Ook citrusolie kan hiervoor dienen, maar is zeer duur. Verven met terpentijn kunnen in verband met de giftigheid ervan het best zo weinig mogelijk verdund worden.
Natuurverf op waterbasis heeft enkel water als oplosmiddel.

Pigmenten zijn van organische (plantaardig of dierlijk) of minerale oorsprong. (aardpigmenten, ijzer- of metaaloxiden).
Een aantal natuurverven bevat ook kunstmatige pigmenten (die dan ook toxisch kunnen zijn).

Hulpstoffen zijn zoveel mogelijk afkomstig van hernieuwbare grondstoffen. Bijv. Etherische oliën als bewaarmiddel. Antischimmel en antiroestmiddel worden niet toegevoegd.

TOEPASSING:
(Lijn)olieverf hecht zeer goed en is elastischer dan de synthetische verven. Het is dampdoorlatend en niet statisch oplaadbaar, maar ook minder duurzaam.
Verf op lijnoliebasis moet in drie tot vier lagen worden aangebracht en heeft - in geval van hoogglansverf - een lange droogtijd.

-Natuurverf in poedervorm is het meest ecologisch, maar moet dus ter plaatse worden aangemaakt. Voordeel is dat geen bewaarmiddelen (die schadelijk zouden kunnen zijn voor het milieu) toegevoegd worden. Nadeel is wel dat aangemaakte verf niet lang kan bewaard worden.

-Natuurverf in vloeibare vorm wordt meestal in geconcentreerde vorm aangeleverd.

Toepassing op hout, ijzer, muren enz.
Silicaatverf wordt vooral gebruikt voor buitentoepassingen.
Kookverf is geschikt voor onbewerkt, ruw en verweerd hout.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Winning:
Echt volledige natuurverf is dus samengesteld uit natuurlijke (hernieuwbare) grondstoffen. Voor verf in poedervorm is het volume dat naar de winkel moet vervoerd worden compacter.

De afvalfase:
-recyclage: de verpakkingen zijn voor poederverf karton of papier, voor vloeibare verf: blik of herbruikbare kunststof. 
-stort: De verfresten zijn composteerbaar. De fabrikant vermeldt meestal op het etiket in welke vorm verfresten kunnen gecomposteerd worden (in vloeibare vorm of verdund met water of ingedroogd).

Samengevat: Natuurverven hebben dus al een streepje voor bij de milieuoverwegingen wegens hun grondstoffen. De keuze voor verven zonder VOS (vluchtige organische stoffen, die mee aan de basis liggen van de hoeveelheid ozon in de lucht) is zeer belangrijk als milieustandpunt. Ook voor de mensen die ermee werken zijn deze stoffen schadelijk. Vibe v.z.w. geeft bij de eerste keuze voor natuurverf het ecolabel ‘natureplus’ als meest betrouwbare. Als tweede keuze watergedragen natuurverven en als alternatief: Verven met een ander eco-label dan natureplus.

MILIEUKADER:
Milieukader 1: nagroeibare grondstoffen

Acrylaatdispersieverf

(acrylaatverf-acrylverf-vinylverf-latexverf)

OMSCHRIJVING:
Acrylaatdispersieverven  zijn watergedragen verven.
Bindmiddel: acrylaathars of vinylhars.
Oplosmiddel: water. Acrylaatverf wordt om zijn waterverdunbaarheid wel eens waterverf genoemd, maar dat is het zeker niet. In acrylaatdispersieverf worden in plaats van VOS (Vluchtige Organische Stoffen) ook alcohol en glycolethers gebruikt. (en 5 tot 10% organisch oplosmiddel). Deze verdampen dan reukloos.
Pigmenten kunnen van organische (petrochemische) of minerale oorsprong zijn.

TOEPASSING:
Muur- en plafondverven, ook houtverven.
Acrylaatverf is beter UV-bestendig en elastischer dan alkydverf, waardoor er minder vaak hoeft te worden bijgeschilderd. De verf is elastisch en daardoor zeer geschikt voor plaatsen met hoge vochtigheid of kans op scheurvorming.
Latexverven zijn goed bestand tegen vuil (afwasbaar) en spatwater.
Acrylaatverf hecht niet goed op alkydharsverf.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Gebruik:
Acrylaatdispersieverf bevat meestal ongeveer 15% terpentine; de verf is dus niet helemaal VOS-vrij. Terpentine kan (huid)irritaties veroorzaken.

De afvalfase
Eigenlijk mag het materiaal waarmee de verf is aangebracht niet onder de kraan worden uitgespoeld. Het spoelwater van acrylaatdispersieverf is namelijk ook chemisch afval en moet apart opgevangen worden. (Rioolwaterzuiveringsinstallaties worden hierdoor zwaarder belast met ecotoxische verfresten).
Verwijderen:Acrylaatverf kan niet met een hitte en krabber worden verwijderd, alleen met oplosmiddelen. De opgeloste verf is weer chemisch afval.

Samengevat: Verven op waterbasis (acrylaatdispersieverven) geven het idee milieuvriendelijk te zijn. Maar ze bevatten dus evengoed toxische (o.a. schimmelwerende) middelen als alkydharsverf. De gevolgen voor de blootstelling aan de dampen (glycolethers en –esters als oplosmiddel) van schilders, zijn nog niet helemaal bekend. Ook hier geldt: een goede verluchting tijdens het schilderen.
De keuze voor deze verven is dus afhankelijk van de weerstand die ze moeten bieden en hoe lang ze zullen meegaan. Vanuit milieuoogpunt is verf op basis van hernieuwbare grondstoffen aangeraden. Er bestaat ook natuurlatexverf. Een keuze voor natuurverf (ecolabel) moet overwogen worden.

MILIEUKADER:
Milieukader 3: Materialen uit petrochemische grondstoffen.

alkydverf

OMSCHRIJVING:
Alkydverf heeft een solventbasis.
Bindmiddel is Alkydhars
Pigmenten kunnen van organische (petrochemische) of minerale oorsprong zijn.

Alkydharsverf bevat dus drie (schadelijke) basisingrediënten: bindmiddel, pigment, oplosmiddel (VOS, vluchtige organische stoffen: 40 tot 60% organisch oplosmiddel, vaak white spirit) en mogelijk vulstof.

High solid alkydverf bevat veel minder oplosmiddelen (VOS) 15 tot 25% organisch oplosmiddel.
High-solidverf wordt al in één of twee (dus minder) lagen dekkend aangebracht.
Er bestaat tegenwoordig ook 'monodek'-verf, die in één laag dekkend wordt aangebracht.

TOEPASSING:
Alkydharsverf heeft als voordeel dat het op vrijwel elke ondergrond hecht.
Op muren en plafonds. Waar de verf bestand moet zijn tegen mechanische belasting en (extreme) weersomstandigheden.

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Productie:
Producten op basis van aardoliederivaten zijn vanuit milieustandpunt niet aan te raden.

Gebruik:
De VOS in traditionele (alkydhars-)verven en lijmen kunnen OPS (een vorm van zenuwaantasting) en uiteindelijk aantasting van de hersenen veroorzaken bij schilders en mensen die vaak of langdurig in een omgeving met net geschilderde of gelijmde producten verblijven. Belangrijk is de ruimte goed te ventileren.
Het zijn dus vooral de oplosmiddelen die vaak schadelijk zijn: deze dienen om roest, schimmel en bederf  tegen te gaan. Er worden ook droogstoffen gebruikt en verdikkingsmidddelen zoals polyacrylaat.

De afvalfase:
Alkydverven - maar dat geldt voor alle verfsoorten - zijn chemisch afval (KGA). Wegspoelen via de goot is uit den boze. Problemen met de waterzuivering en oppervlaktewater komen hieruit voort.
Alkydverf kan relatief eenvoudig worden verwijderd met een hete luchtblazer (de oplosmiddelen zijn dan al uitgedampt, dus geven geen gevaar meer).

Samengevat: Men kiest best steeds materiaal dat tegen de te weerstane weersomstandigheden kan, in eerste instantie moet men proberen verf te vermijden. Bij gebruik van verf of vernis, is verf op waterbasis, acrylaatdispersieverf en in het bijzonder natuurverf (ecolabel) aan te raden.

MILIEUKADER:
 
Milieukader 3: Materialen uit petrochemische grondstoffen.

PC (polycarbonaat)

OMSCHRIJVING:
PC staat voor polycarbonaat, een transparante kunststof.
PC is een thermoplast

TOEPASSING:
PC wordt onder andere gebruikt voor CD's en als onbreekbaar 'glas' in overkappingen, wanden, gebogen raamvlakken,…

MILIEUOVERWEGINGEN:
Levenscyclus:

Ontginning:
De winning van aardolie kan zorgen voor verstoring en aantasting van bodemprocessen. De meeste winning van olie vindt plaats in het Midden-Oosten en op zee. Het transport van de ruwe olie gebeurt met zeetankers. Op zich ook al een milieurisico.

Verwerking:
Bij de productie van PC worden bisfenol A, dichloormethaan, fosgeen en pyridine gebruikt.
 
Gebruik:
In geval van brand gaat PC druipen, wat een gevaarlijke situatie teweegbrengt.

De afvalfase
-recyclage: Zowel PC is direct te hergebruiken en te recycleren.
-verbranden: bij het volledig verbranden van PC komen in principe alleen waterstof, koolstof en zuurstof vrij.

Samengevat: Er zou nog maar voor een 40tal jaren aardolie beschikbaar zijn. Het gebruik van kunststoffen uit milieuvriendelijker grondstoffen en die ook beter recycleerbaar zijn geniet de voorkeur.
Bij keuze voor kunststoffen moet de levensduur (ook UVbestendigheid van de kleuren) nagegaan worden en voorkeur gegeven worden aan thermoplasten.
Glas blijft een milieuvriendelijker oplossing, al speelt hier natuurlijk ook het gewicht (geringere hoeveelheid materiaal) een rol.

MILIEUKADER:
milieukader 3: petrochemische oorsprong

Inhoud syndiceren